6.159
110

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

De herleving van racistische wetenschap

Hoe komt het dat allerlei achterhaalde ideeën uit de negentiende eeuw tegenwoordig weer opgerakeld worden?

cc-foto: Neil Conway

Wetenschappers die vanuit een racistisch perspectief naar de ontwikkeling van de mens kijken zijn er altijd geweest. Ik dacht dat we er klaar mee waren, dat we ons weer met feiten bezig zouden houden, de interpretaties waardenvrij houden en dat dachten de meeste andere wetenschappers ook, maar hoe komt het dat ze weer helemaal terug zijn?

In principe is het niet vreemd dat toen de Europese zeevarende mogendheden de wereld begonnen te ontdekken en voor het eerst in contact kwamen met mensen die er geheel anders dan zijzelf uitzagen en zich anders gedroegen, nieuwsgierig werden naar verschillen en overeenkomsten. Ze probeerden de taal te leren, te begrijpen wat de anderen dreef. Overheden waren geïnteresseerd in wat die nieuwe wereld op kon leveren en stimuleerde onderzoek naar hoe die geëxploiteerd kon worden.

De Europese mogendheden moesten ook excuses vinden voor de uitbuiting. Het idee dat de onderdrukte volken tot een ander ras behoorden en dat de Europese mens boven hen gesteld was, kwam hen goed uit. Het werd een plicht voor de Europeaan om andere volken te leiden. Het best is deze dualiteit verwoord in het gedicht van Kipling (1865-1936) ‘White man’s burden’: “Take up the White Man’s burden —, Send forth the best ye breed —, Go bind your sons to exile, o serve your captives’ need; To wait in heavy harness, On fluttered folk and wild —, Your new-caught, sullen peoples, Half-devil and half-child.”

Toen onderzoekers geleidelijk ontdekten dat er helemaal geen rassen bestaan, alleen maar mensen, brak er een tijd aan met heftige discussies over het mensbeeld dat we hadden. Dat mensbeeld moeten we in die discussie ook letterlijk nemen, want naïeve mensen laten zich door de huidskleur leiden bij hun oordeel. Maar wat is huidskleur in hemelsnaam? In Afrika waar de mens de hele dag, het hele jaar blootstond aan de brandende zon, werd hij door een sterk gepigmenteerde huid beschermd om beschadiging door UV straling te voorkomen. En toen die mens migreerde naar Europa zorgde dat pigment voor moeilijkheden bij de productie van voldoende vitamine D, want daar is juist voldoende blootstelling aan de zon voor nodig.

Het is evolutieleer voor beginners: mensen met minder pigment deden het in Europa beter en waren uiteindelijk in de meerderheid. Schotse onderzoekers maakten een genetische analyse van het oudste skelet dat in Engeland ooit is gevonden en ongeveer 10.000 jaar oud is en publiceerden deze week hun ontdekking dat deze ‘Cheddar Man’ een zwarte huid had, donkerbruin haar en blauwe ogen. Zou er ook een gen zijn dat verantwoordelijk is voor verschillen in intelligentie? Tot op heden is dat niet gevonden.

Tientallen jaren lang bleef de discussie over intelligentie en bevolkingsgroep het mensbeeld beïnvloeden, maar toen dat in Nazi Duitsland geheel misging, had het merendeel van de onderzoekers geen zin meer om er nog mee bezig te zijn. In de moeilijke jaren vijftig en zestig in de Verenigde Staten, toen de mensenrechtenorganisaties een steeds sterkere stem kregen bij de strijd voor gelijke rechten voor de voormalige slaven en voor regelgeving dat op papier bestaande rechten ook werkelijk gebruikt konden worden, was de weerstand tegen het toelaten van de zwarte bevolking tot een open samenleving steeds groter en heftiger. Daarbij werd de discussie door een kleine groep wetenschappers weer aangewakkerd. Zij kregen daarvoor in de jaren zestig een platform door de oprichting van Mankind Quaterly, een tijdschrift voor bijdragen van politici en wetenschappers die hun inzichten en meestal niet valide onderzoek over verschillen tussen de witte en de zwarte bevolking in de VS niet kwijt konden bij de erkende wetenschappelijke tijdschriften. Tegen de stroom van de reguliere wetenschap in bood de Mankind Quaterly ruimte aan mensen die beweerden dat je de conflicten tussen de zwarte en de witte bevolking moest zien als een gevolg van de natuurlijke selectie en dat de politiek zich daarom moest inzetten om de ‘rassen’ gescheiden moesten te houden. Door andere onderzoekers werd het tijdschrift niet serieus genomen, maar dat veranderde in 1994 met de publicatie van het boek The Bell Curve van de psycholoog Richard Herrnstein en politiek wetenschapper Charles Murray. In het boek worden publicaties die in Mankind Quaterly gepubliceerd werden gebruikt voor het onderbouwen van het idee dat er verband is tussen ras en uitkomsten van IQ onderzoek.

Het zorgde voor een storm aan reacties uit de wetenschappelijke wereld. In 1995 verscheen bijvoorbeeld The Bell Curve Debate met bijdragen van 81 topwetenschappers , waarin stap voor stap de inhoud van de publicatie van Herrnstein en Murray werd ontzenuwd. Sindsdien wordt in de wetenschap eigenlijk alleen nog verwezen naar The Bell Curve Debate. De auteurs van The Bell Curve Debate wezen erop dat de term ras geen biologisch fenomeen is, maar een sociale mythe.

Daarnaast bestaat er niet alleen maar één soort intelligentie. De IQ test werd ontwikkeld aan het begin van de twintigste eeuw om een inschatting te maken van de intelligentie van mensen en was gebaseerd  op een aantal proefjes die het resultaat waren van schooltoetsen uit het onderwijs van rijke samenlevingen in Europa en de Verenigde Staten. Er zijn zelfs wetenschappers die over de IQ test zeggen dat die vooral gebruikt wordt voor wetenschappelijk racisme (Stephen J Gold, The Mismeasure of Man uit 1996).

Ook IQ deskundigen weten heel goed dat verschillen tussen uitkomsten van deze abstracte intelligentietest bepaald worden door het gezin waarin je opgroeit, het inkomen van het gezin, de buurt waarin je opgroeit, het opleidingsniveau ouders, de scholen waar je naartoe gaat en dat er nog nooit iemand een gen heeft aan kunnen wijzen dat de intelligentie bepaalt. En binnen de gelederen van intelligentietestjes is er al een tijd de roep om een dynamischer en betere methode dan de ouderwetse IQ test.

Hoe komt het dat allerlei achterhaalde ideeën uit de negentiende eeuw tegenwoordig weer opgerakeld worden? Angela Saini schreef in The Guardian van 22 januari 2018 een artikel met de titel ‘Racisme komt terug in mainstream wetenschap’. Mankind Quaterly bestaat nog steeds, er zijn ook nog altijd racisten die zicht tegenwoordig ‘rasrealismen’ noemen en hoofdredacteur Gerhard Meisenberg en assistent redacteur Richard Lynn van Mankind Quaterly werken tegenwoordig ook voor de adviescommissie van meer gerespecteerde tijdschriften.

Agela Saini schrijft dat beide mannen in de adviesraad van het psychologische tijdschrift Intelligence van uitgeverij Elsevier zitten. Zij vindt dat zorgelijk, maar hoofdredacteur Richard Haier van Intelligence vindt dat de discussies ergens in de open arena plaats moeten vinden. Hij onderschrijft wel dat hij soms zorgelijke uitspraken langs ziet komen en dat het wetenschappelijk onderzoek naar intelligentie ‘brandbaar’ is en ook altijd is geweest. Hij suggereert dat de heilige graal in het onderzoek toch de vondst van een gen voor intelligentie is.

Het politieke klimaat is veranderd en mensen met niet al te diepe kennis over evolutie en intelligentie halen artikelen aan uit de tijd van de strijd voor de Burgerrechten in de VS. Dat is zorgelijk want in de eerste helft van de 20ste eeuw uit op rassenwetten, Apartheid, concentratiekampen, systematische discriminatie en racisme. Hoe moeilijk blijkt het voor een enkeling om in te zien dat de tijd van White man’s burden voorbij is?


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (110)