848
34

Cabaretier/ schrijver

Johan Fretz heeft aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie gestudeerd en schreef het pamflet 'Hart voor kunst: een pleidooi tegen de culturele kaalslag'

De Hollandse Lente in zicht

Kunstprotesten moeten deze keer startpunt zijn van bredere beweging

Een grote verrassing was het niet. Ondanks de constructieve opstelling van de cultuursector om de pijnlijke bezuinigingen in goede banen te leiden, houdt Zijlstra vast aan zijn eigen boekhoudkundige waarheid. Maar nu de woede van een halfjaar geleden in de kunstwereld zowel op de grond als op de sociale media wederom in volle hevigheid losbarst, doen we er goed aan ons opnieuw af te vragen waar protest toe leidt en of we ermee bereiken wat we willen?

Wanneer iets je aan het hart gaat en er wordt zo onzorgvuldig mee omgesprongen, is het logisch daar kwaad over te worden. Woede over onrecht is op zichzelf volgens mij ook een vruchtbare bron om vanuit te handelen, mits ze wordt omgezet in de juiste energie. Ik ben eerlijk gezegd verbaasd dat nu gekozen wordt voor een toon die dezelfde botheid herbergt die in dit kabinet juist zo wordt verafschuwd. Zo hebben veel Facebook-gebruikers een afbeelding van een zwart vlak met een wit piratenkruis als profielfoto ingesteld en zijn ze bevriend geworden met de account van ‘Halbe de Sloper’. Gebaren, woorden en kleuren waar weinig hoop uit spreekt en die bovendien alleen door medestanders worden waargenomen.
‘Maar het is toch ook hopeloos?!’ Nou, dat ligt er volgens mij maar net aan hoe je het bekijkt. Zijlstra laat zich kennelijk niks wijsmaken door andersdenkenden met verstand van zaken. En hoe visieloos zijn maatregelen ook zijn, wreed genoeg is hij ertoe gemachtigd door de meerderheid van de Nederlanders. Belangrijke vraag is dan ook hoe lang wij ons nog woest gaan richten tot deze stuitende onbenul met macht, voordat we onze kostbare woede en hartstocht om gaan zetten in strijdlust om een bredere progressieve beweging op te zetten. Alleen dan kunnen we op termijn een andere meerderheid genereren en dus ander beleid afdwingen.
Ik vind het in dat licht verontrustend hoe de huidige progressieve partijen zich profileren. Versplinterd, verdeeld en ogenschijnlijk zonder vuur bewegen ze zich langs elkaar door het politieke landschap. Een partij als de SP weigert structureel bestaande sociale zekerheden te hervormen, wetend dat die daardoor in de toekomst niet langer houdbaar zullen zijn. De PvdA gaat er vanuit dat teleurgestelde PVV-stemmers vanzelf weer op het rode nest terugkeren, wanneer ze de pijn van de kabinetsmaatregelen gaan voelen. Voor het gemak gaan de sociaaldemocraten daarbij volledig voorbij aan het feit dat de linkse kiezer ook al lang niet meer warm wordt van hun grijsgedraaide plaat. D66 vindt zichzelf niet links, maar sterft ongeïnspireerd in haar eigen redelijkheid en elke voorzichtige poging van Sap om GroenLinks te vernieuwen wordt door een deel van de achterban ferm afgekeurd. Natuurlijk: het stikt in het linkse kamp van de goede analisten en toegewijde, verstandige politici. Ze hebben het hart op de juiste plek, alleen hoort niemand het meer kloppen. Het ontbreekt aan inspirerend leiderschap.
Als zij geen front vormen en met een goed verhaal kunnen komen, laten wij dan zelf maar erkennen dat we met een protest tegen kunstbezuinigingen alleen niet ver genoeg zullen komen. Over vier of acht jaar staat Rutte met zijn groepje machobestuurders trots te zwaaien met het huishoudboekje. Alle troep is onder het bed geveegd en de kamer lijkt schoon, maar wie even verder kijkt weet wel beter. Tegen die tijd zullen wij sterker moeten staan.
Dat gebeurt niet zomaar. Daarvoor zullen we nu vanaf de grond moeten beginnen met dat wat de wederopstanding van sociale politiek kan worden. Volledig los van electorale doelen op de korte termijn zullen we het linkse/progressieve gedachtegoed opnieuw tegen het licht moeten houden in deze veranderende tijd, en de moed moeten tonen daarmee een deel van de sociaalconservatieve achterban voor het hoofd te stoten. Aan de poorten van morgen staat namelijk een generatie te rammelen die volgens mij beduidend minder zwart/wit nadenkt over grote vraagstukken dan de politieke leiders van dit moment, die socialisme en liberalisme niet noodzakelijk als twee tegenstanders ziet en die weet dat pragmatisch idealisme niet betekent dat je je principes verloochent. Desnoods grijpen wij met een nieuw verhaal pas over twaalf, vijftien of twintig jaar ons moment, alle ideeën en hartstocht zijn daarvoor juist nu hard nodig.
Samen kunnen we nu de zaadjes planten, die straks tot bloei zullen komen. We kunnen een aantal misverstanden uit de weg ruimen. Nee! Progressieve politiek staat niet voor het creëren van torenhoge schulden. Nee! Progressieve politiek staat niet voor het pappen en nathouden van burgers, boeren en buitenlui zonder ze aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid. Nee! Progressieve politiek staat niet voor het krampachtig vasthouden aan oude verworvenheden onder het mom van solidariteit. Waar progressieve politiek voor moet gaan staan, is het investeren in de gemeenschap om ieder individu vervolgens zelf het beste uit zichzelf te laten halen. Het moderniseren van sociale zekerheid, zodat ook in de toekomst iedereen in dit land middels onderwijs, zorg en een minimuminkomen de startpositie heeft om vervolgens (zoveel mogelijk) op eigen kracht vooruit te komen. Want niet het land van de Stars & Stripes is de plek waar iedereen zijn droom kan verwezenlijken, nee die plek is hier, dat is Nederland!
Niet langer moeten we ‘de boel bij elkaar houden’, maar mensen bij elkaar brengen in de stellige overtuiging dat een samenleving daar een aangenamere plek van wordt. Onze economie, onze wetenschap, onze kunst, allemaal drijven ze op een nieuwsgierigheid naar de wereld om ons heen, het vermogen ons te blijven verwonderen over het onbekende. We hebben dijken gebouwd om het water tegen te houden, niet om er nooit meer overheen te hoeven kijken.
Rutte heeft geen patent op optimisme over de mogelijkheden van mensen in dit mooie Nederland en we hoeven dan ook niet langer lijdzaam toe te zien hoe hij zonder echte weerstand lachend het snoeimes hanteert. Uitgerekend voor kunstenaars ligt hierin een belangrijke rol weggelegd. Wij behoren te beschikken over de creativiteit om dingen over te brengen op een manier die inspireert, raakt en beweegt.
Als wij onze schouders eronder zetten en het lef hebben om het begin in te luiden van een nieuw tijdperk, dan zullen op een goed moment de leiders opstaan die daarbij passen, die met verve de voortrekkersrol op zich zullen nemen om dat moderne progressieve verhaal over het voetlicht te brengen. Ik ben er heilig van overtuigd dat we op die manier het momentum zullen herwinnen, de kans krijgen te bewijzen dat wij wel in staat zijn samen te werken met andersdenkenden en beleid te maken dat verder reikt dan de waan van de dag. Laat deze keer het kunstprotest dan ook een klank hebben die ons siert, laat het niet slechts een schreeuw tegen de kaalslag zijn, maar een gloedvolle roep voor duurzamere antwoorden op hedendaagse vraagstukken, voor meer nuance en een ander soort politiek. Laat het symbool van die liefdevolle mars dus ook geen morbide kruis zijn, maar een bloemrijk logo van een jonge ontwerper die zijn woede nu omzet in het creëren van een hoopvol beeld. En dan: vroeg of laat komt de Hollandse lente in zicht, gaan de ogen weer open en de grenzen die dicht zijn, verleggen we badend in licht.

Geef een reactie

Laatste reacties (34)