980
12

Dichter, essayist en boekverkoper

Joost Baars (1975) is dichter, essayist en boekverkoper. Zijn poëzie verscheen in ondermeer Liter en Tirade, en in zijn chapbook iemand anders dat in 2012 verscheen. Hij schrijft over poëzie voor Poëziekrant en Awater, over film voor deRecensent.nl en maakte een reeks columns over boekverkopen voor hard//hoofd. Hij maakt de poëziepodcast VersSpreken en geeft een reeks no-budget chapbooks uit met Halverwege Chapbooks.

De Hollandse xenofobie van het gedoogakkoord

Rutte heeft zich door niets te zeggen, uitgesproken: Hij vindt het meldpunt-Polen oké

De druk op Mark Rutte neemt toe. Niet alleen kamerleden en particulieren veroordelen het meldpunt overlast Midden- en Oost-Europeanen van de PVV, ook instituties als VNO/NCW, de Europese Commissie en de ambassades voegen zich bij het koor der kritiek. Sommige stemmen komen uit onverwachte hoek: zelfs de Telegraaf was ongemeen fel in haar veroordeling van het meldpunt. Allemaal stellen ze dat Mark Rutte – zoals Job Cohen in een aardige parafrase stelt: de premier “van iedereen die in Nederland woont” – zich nu eindelijk een keer moet uitspreken over het initiatief van een van de partijen die de Nederlandse regering ondersteunt. Ook journalisten blijven het Rutte vragen: wanneer gaat u zich nou uitspreken?

Het gekke is: Rutte heeft zich allang uitgesproken. Ik zal nog even citeren : “Het is niet aan mij om op elke uitlating van de PVV te reageren. Als Wilders te ver gaat, zeg ik er wat van.” Ergo: Wilders gaat met het meldpunt overlast Midden- en Oost-Europeanen niet te ver. Zo spreekt Mark Rutte zich dus uit. Openlijke xenofobie is helemaal okee als standpunt in de politieke arena.

Hoe kan hij ook anders? Hét fundament van Ruttes gedoogregering is precies die manier van omgaan met de openlijke xenofobie van de PVV. Die wordt niet langer principieel veroordeeld (lees: geweerd uit de politieke arena, uit de verzameling politieke handelingen die democratisch mogelijk zouden moeten zijn), maar pragmatisch tegemoet getreden en bestreden “in het debat” (lees: erkend als politieke mogelijkheid in onze democratie). Die pragmatiek stelde Rutte en Verhagen in staat om te shoppen in het politieke partijprogramma van de PVV en eruit te pikken wat hen uitkwam. Dat ze de rabiate xenofobie van de PVV er voor hun regering niet openlijk hebben uitgepikt, betekent dan ook slechts letterlijk dat. Want de rabiate xenofobie is voor de PVV een grondslag, en werkt dus door in veel van de politieke handelingen die Rutte en Verhagen wél van de PVV hebben overgenomen voor het smeden van hun akkoord. Een principiele veroordeling behoort daarmee simpelweg niet meer tot de politiek geloofwaardige mogelijkheden.

Het verklaart misschien ook deels de argumenten die er nu vooral rondzingen in de Nederlandse media en (kamerbrede) politiek. Ruttes stilzwijgen (dat dus geen stilzwijgen is) zou de export schaden, het zou minister Leers tegenwerken als hij bij de regering van Polen strengere regels voor huwelijksmigratie gaat bepleiten, het helpt Nederland niet bij de politieke strijd om een lagere EU-afdracht, enzovoorts enzovoorts. Als ik die stoet van dolgedraaide pragmatiek voorbij zie komen, snap ik ineens ook waarom in Nederland wel twintig jaar xenofobie tegen moslims kan bestaan, maar dat bij Polen ineens iedereen – van VNO/NCW tot godbetert de Telegraaf – op zijn achterste benen gaat staan. Xenofobie tegen moslims schaadt onze economie nu eenmaal niet. En dan is het kennelijk niet erg.

Nederland is geen xenofobisch land. Hollandse xenofobie is in hoge mate pragmatisch. Nederland is een land van handel. Eerlijke handel als het uitkomt. Slavenhandel als het moet. Op die manier is Rutte, juist nu, premier van “alle” Nederlanders.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)