4.166
280

Oud-Kamerlid GroenLinks

Naima Azough werd geboren in Marokko en groeide op in Rotterdam. Ze studeerde Engels en Duits in Antwerpen en daarna politieke wetenschappen in Amsterdam. Na als programmamaker bij onder andere De Balie, IKON, het Tropeninstituut en de Nederlandse Moslimomroep te hebben gewerkt, kwam ze in 2002 voor Groen Links in de Tweede kamer. Dat deedze tot aan de verkiezingen van 2010. Ze is bestuurslid van MamaCash en het Prins Bernhard Fonds.

De Hoofddoek

Heel soms verlang ik naar een hoofddoek.

Als mijn haar slecht zit, als ik koude oren heb of met natte haren door guur weer fiets. Maar die gedachte beklijft een seconde of twee en daarna waait hij over. Misschien zou ik er langer over denken als ik een puber van zestien was, om zo een figuurlijke middelvinger naar de tijdsgeest op te kunnen steken. Maar om de hele dag een politiek statement op mijn hoofd te dragen, gaat mij weer te ver.

In het artikel ‘Vrees ons niet, maar heb ons lief’ maandag jl. schreven een aantal moslima’s dat de hoofddoek meerzinnig en meerduidig is. Dat klopt. Er zijn altijd al vele redenen geweest voor de hoofddoek. Zo droegen vrije vrouwen in Athene een sluier om zich te onderscheiden van slavinnen. Als symbool van zedigheid en toebehoren aan de gemeenschap. In zekere zin is dat nog altijd de meest traditionele betekenis. Ook in Nederland anno 2010.

Daarnaast had en heeft de hoofddoek ook een maatschappelijke en politieke functie. Waar er in de jaren zestig en zeventig bijvoorbeeld nauwelijks hoofddoeken op de universiteiten van Caïro en Ankara te zien waren, beschrijven sociologen vanaf de jaren tachtig een toename aan hoogopgeleide, gesluierde moslimvrouwen die uitgesproken assertief optraden. In het streng seculiere Turkije leidde en leidt deze religieuze assertiviteit tot ophef. Voor de seculiere elite was dit nieuwe fenomeen onbegrijpelijk. Natuurlijk was er het oude, traditionele hoofddoekje van de laagopgeleide vrouw, maar dat was een overblijfsel uit voorbije tijden waar verder geen waarde aan hoefde te worden gehecht. Maar diezelfde laagopgeleide vrouwen waren met hun mannen van het platteland naar de grote steden verhuisd. Scholing en werk creëerden een nieuwe middenklasse, tussen traditionele volksislam en seculiere elite in. En diens dochters tooiden zich met de hoofddoek als het symbool van deze jonge middenklasse. Tegelijk waren ze daardoor vrij, in tegenstelling tot hun moeders, om zich een weg te banen in de buitenwereld. Omdat ze zich met de hoofddoek goede moslimdochters betonen. Een beetje zoals voor meiden in Amsterdam-Slotervaart soms geldt.

Ook in Nederland heeft de hoofddoek een politieke betekenis. Enerzijds zet Wilders de hoofddoek neer als belichaming van islamitische achterlijkheid en de onderdrukking van de moslimvrouw die hij wil dwingen tot ‘bevrijding’. Anderzijds positioneren orthodoxe moslims de zedige moslima als het symbool van superioriteit tegenover het decadente verseksualiseerde westen.

Niets nieuws onder de zon. Begin vorige eeuw, rond 1900, was de hoofddoek inzet van een felle strijd tussen koloniale heersers in het Midden-Oosten en een deel van het verzet tegen het koloniale bewind. Aan de ene kant zette de anti-koloniale moslimbeweging in Egypte de hoofddoek in als geuzenteken van het verzet. Een patriottische vrouw was een gesluierde vrouw. Aan de andere kant meende de Britse consul-generaal Lord Cromer, dat de Egyptische vrouw met dwang ontdaan moest worden van haar man èn de sluier. Ze kon zich zelfs beter bekeren tot het christendom, want respect voor vrouwen was volgens hem inherent aan dit geloof. Een pleidooi dat kort geleden door Ayaan Hirsi Ali werd herhaald. Ironisch genoeg, was diezelfde Lord Cromer in eigen land een verklaard tegenstander van vrouwenrechten en vooral vrouwenkiesrecht.

Dus terecht concluderen Nora Kasrioui e.a. dat de hoofddoek vele betekenissen heeft. Er zijn moslima’s die uit religieuze zin voor de hoofddoek kiezen en tot een nieuwe lichting feministen behoren. Er zijn moslimvrouwen die uit culturele traditie een hoofddoek dragen. Er zijn ook meiden die hippe hoofddoeken combineren met een skinny en hoge hakken. Hun recht op een hoofddoek staat buiten kijf. Net als het recht er geen dragen. De dag dat de smerige term kopvoddentax in de handelingen van de Tweede Kamer werd bijgeschreven, was een inktzwarte dag voor onze democratie. Want mijn moeder draagt een hoofddoek, mijn tantes, nichtjes. Ik heb hun lief en zij mij. Maar moet ik daarom de hoofddoek liefhebben? Mag er uit solidariteit geen discussie meer zijn over diezelfde hoofddoek?

Wilders en consorten lijken elk diepergaand debat onder moslims zelf stil te hebben gelegd. Helaas, want er is – zonder het recht op dragen ter discussie te stellen – wel degelijk aanleiding voor vragen. Niet alleen over de dwang tot dragen waar de schrijfsters kort naar verwijzen. Want dwang daar is ieder weldenkend mens tegen. Makkelijk zat. Maar ook vragen als waarom zij heur haar moet bedekken, zodat hij niet overrompeld wordt door zijn driften? Wat zegt het over respect voor meiden zonder hoofddoek, als meiden mét hoofddoek stellen daarmee ‘respect af te dwingen’. Waarom kan een gesluierde vrouw geen seksuele voorlichting op Youtube geven, zonder dat ze daarmee haar hoofddoek zou onteren? Heb je dan meer eer met hoofddoek? Allemaal vragen over sociale druk die een serieuze discussie verdienen. En zoals ik niet snap waarom meisjes van zeven voorgevormde bikini’s wordt aangesmeerd, zo begrijp ik evenmin waarom meisjes van zeven een hoofddoekje dragen. Omdat mama hem draagt, omdat al hun vriendinnetjes hem dragen, omdat het moet? In beide gevallen maken we een vrouw van een jong kind. Maak je als vijfjarige een bewust fashion statement, politiek of religieus statement? Welke meerduidige betekenis heeft een bedekt kinderhoofdje volgens de schrijfsters? Of zouden ouders niet gewoon moeten zeggen: lieverd, wacht maar even tot je wat ouder bent.

De hoofddoek is – zolang er sprake is van vrije wil – in principe een privé zaak, dat ben ik met de schrijfsters eens. Zij hebben meer te doen dan hun recht op de hoofddoek te verdedigen. Want ik word er soms ook hoofddoekmoe van. Maar toch. Als moslimvrouwen met òf zonder hoofddoek niet meer het debat over die hoofddoek over hun hoofd willen laten verlopen, dan moeten ze dat debat vooral zelf voeren en ingewikkelde vragen niet uit de weg gaan.

Een verkorte versie van dit stuk verscheen in de Volkskrant.

Geef een reactie

Laatste reacties (280)