1.092
16

Lijsttrekker PvdA Utrecht

Wethouder voor Jeugdzaken, Volksgezondheid en Onderwijs in de gemeente Utrecht. Bij de komende gemeenteraadsverkiezingen lijsttrekker voor PvdA Utrecht.

De jeugdzorg moet op de schop, nu echt

De discussie over het Jeugdzorgstelsel is nu in alle hevigheid uitgebroken.

In maart komt Minister Rouvoet met zijn conclusies naar aanleiding van zijn evaluatie. Het houdt de gemoederen danig bezig, want verschillende belangen zijn in het geding. Gaan we uit van het verbeteren, optimaliseren van het bestaande of maken we op basis van de bevindingen een duidelijke stap richting het versimpelen van ons jeugdzorgstelsel? Oftewel: stellen we nu eindelijk de belangen van het kind voorop, of denken we weer vooral na over de instituties?

Wat mij als wethouder Jeugd in vier jaar tijd het meest heeft geschokt is hoe ontzettend ingewikkeld we de hulp en zorg voor onze jongeren hebben gemaakt in Nederland. Ook in Utrecht zie ik dat het enorm moeilijk is om een gezin dat problemen heeft, snel de juiste hulp te geven. En er is in de afgelopen vier jaar vooral heel veel tijd, energie en geld gestopt in convenanten, nog betere procedures voor diagnoses en nog scherpere omschrijvingen van het zorgaanbod. Maar daarmee duurt het alsmaar langer voordat er daadwerkelijk hulp in een gezin is.

Rapport na rapport is verschenen over dit probleem, in juni vorig jaar nog onder leiding van René Paas verscheen ‘Zorg om jeugd’, dat concludeerde dat de ‘knip’ tussen preventie, de lichte vormen van hulpverlening en de gespecialiseerde jeugdzorg opgeheven moest worden. Zijn advies: binnen vijf jaar moet gespecialiseerde Jeugdzorg van de provincie naar de gemeente. Dan wordt de koppeling met preventie – onder leiding van gemeentelijke instellingen zoals de GGD – steviger: “Succesvolle preventie voorkomt veel ellende en scheelt in de kosten”, aldus Paas.

De VNG en wethouders Jeugd waren het roerend met hem eens. Maar er gebeurde (nog) niets. De Evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg (door BMC) volgde in oktober 2009 en ook daar zijn de conclusies niet mis. Er wordt gesteld dat de beoogde integrale aanpak van geïndiceerde jeugdzorg nauwelijks van de grond is gekomen. En dat de gescheiden financiering in de praktijk teveel knelpunten oplevert. Het wachten is op nu op de reactie van de Minister. Ik hoop dat Rouvoet het aandurft om nu echt werk te maken van het versimpelen van onze jeugdzorg.

Ik loop als wethouder dagelijks tegen voorbeelden op als deze: Inge, een willekeurig meisje dat minstens ‘even niet lekker in haar vel zit’. Inge voert al een tijdje gesprekken met het schoolmaatschappelijk werk, en zij verwijzen haar op een gegeven moment door naar Jeugdzorg voor intensievere hulp. Ook de jongerenwerker uit de buurt spreekt Inge wekelijks in het buurthuis, hij kent ook haar ouders en broertjes. Op het moment dat de indicatie voor Jeugdzorg is afgegeven, verdwijnt Inge voor school, gemeente en jongerenwerker volledig uit beeld. Om na een paar maanden ineens weer ‘op de stoep’ te staan. Inge wil vooral nog wat hulp bij het weer wennen aan thuis, aan school. Maar wij (gemeente en organisaties) weten helemaal niet wat er allemaal gebeurd is met Inge in de tussentijd. Dus dat schuurt, we kunnen Inge niet optimaal helpen, met alle gevolgen van dien. Dit doorschuiven van jongeren is alleen vanuit de financieringsbron ingegeven, niet op basis van de inhoud, niet in haar belang.

Als wethouder Jeugd in Utrecht vind ik het noodzakelijk dat we onze zorg voor jeugd versimpelen. We praten er al jaren over, het zou nu, met de Evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg, eindelijk kunnen gebeuren. Dan kunnen we waarmaken dat de zorg dicht bij het gezin geleverd wordt en dat zonder noemenswaardige schotten die hulp kan worden ingezet, die nodig is. Daar hebben we in de gemeenten de opdracht van Minister Rouvoet om te komen tot Centra voor Jeugd en Gezin toch voor aanvaard? Dan ook de bestuurskracht in één hand zou ik zeggen.

Geef een reactie

Laatste reacties (16)