4.499
264

Schrijfster

Celia Ledoux is een Belgisch schrijfster en columniste voor onder anderen Humo, De Morgen, De Standaard. Zij publiceerde sinds 2011 twee boeken en werkt momenteel aan een roman.

De Keuze van Armoede, de Luxe van Rijkdom

'Armoede is een zware erfelijke ziekte. De sociale staat heeft mij eruit gered, en ik bescherm hem vandaag als een moeder'

Ik vond als kind huisschimmel beschamend en begrijp pas nu dat ik daarom ziek was. Of om die lekkende schoenen. Mijn achterstand in wiskunde kwam door ziekte, al noemden leraars me lui. Dat luwt je schoolzin. Als kleuter al wist ik dat parasieten beschamend waren, en dus verzweeg ik ze, hoe lastig ook.

Armoede leert je schaamte en verstoppen. Gaten, slijt, geur, leegte, tandbederf, jezelf. Je woonplek – een armoekot in een slechtgereputeerde sociale wijk. De buren vonden mijn moeder over het paard getild om mijn prestigieuze school. Ik móest slagen om de eer te redden.

Speelafspraakjes had ik na een eerste beschamend debacle nooit meer. Bij een enkel verjaardagsfeest zag ik enorme tuinen, lege huizen, blinkende meubels. Hoe leger het grote huis, hoe rijker. Ik wist hoe dat kwam – zij hadden een kuisvrouw, mijn moeder ging kuisen – maar schaamde me toch. Rijke mensen waren anders. Je zag het anders zijn aan me af.

Kan je het eraan zien?
Die gedachte bleef lang. Nochtans val ik niet meer op. Ik ben wel erg slank met ranke botstructuur. Geen genetisch schoonheidsideaal, wel overgehouden aan zware kinderondervoeding. Armoede geeft je weinig cadeaus, dus de gezondheidsgevolgen neem je erbij.

Ik leerde afkijkend of van vrienden me anders kleden, gedragen (servet, accent, oesters, glashouding, conversatie), werken (conventies tellen onverwacht sterk). Drie diploma’s, een klimmende carrière. Oppervlakkig ging het goed. Binnenin ging ik principes voorbij omdat ik klom uit gewoonte en dwang. Kleine dingen verraadden me. Angst bij het openmaken van een factuur. Een rekening = miserie. Nog steeds voelen de schimmelplekken en afgesloten elektriciteit soms vlakbij. Ik dacht lang dat mijn façade doorzichtig was. Dat dunne haar, die hoekige onzekerheid. Rijke meisjes zijn rond en rustig. Hoe succesvol je ook bent, armoede blijft je bij.

100 meter sprint met gefaseerd startschot
Dalrymple vindt armoede een keuze. Dalrymple is blind. Nooit zag ik één arme dromen van armoede. Al die achterafkinderen hadden dromen, ideeën, plannen. Ze wilden eruit. Ze waren realistisch: zonder punten of ontdekking werd wereldtour en chirurgencarrière bijgesteld naar nationaal succes en huisarts, dan coverband of verpleegster. Op een bepaald moment brak er iets. Ze legden zich neer bij fabriek, vrijers, desnoods stempelen. En toch vaak nog die grootspraak vol dromen. Om voort te kunnen.

In contrast: mijn klasgenoten. Soms aanleg. Meestal bijlessen, comfort, academies, ouderconnecties, kansen, reisjes, vrienden, geboorterecht. Ik zag ongetalenteerde muizen slagen in frustrerend bedrog. Het was als 100 meter sprint met twee gefaseerde startschoten. Het is moeilijk studeren bij kaarslicht, moeilijk schoonschrijven met je handschoenen aan als verwarming en licht zijn afgesloten.

Voor mij : honderden getalenteerde armen
Nu ben ik middenklasser. Waar ik vandaan kom heet dat rijk. Nu, na al vier weken heftige ziekte, zie ik mijn huisvesting, relatie noch voortbestaan fundamenteel bedreigd. Vier schone speeltuinen in een straal van 100 meter, gezonde thuis. Geen zwerfvuil of winkelkar vol koortsachtig rekenen aan de kassa. Rijkdom. Ja mensen, ik geloof het vaak zelf niet.

Mensen noemen mijn ‘succes’ soms merite. Dat maakt me spuugnijdig. Mijn weg heeft nauwelijks met aanleg en alles met geluk te maken. Ik ontweek de meeste drugs, had geen vriendje om me zwanger te maken, werd niet te hard geslagen, bezweek niet aan de ziekten, had een betere school, gokte niet op wildcards sport of gangs. Ik was uit hopeloosheid koppig, ontdekte toevallig wat talent, had wat betrokken familie. De rest viel, viel, viel.

Voor mij: honderden getalenteerde armen.

Het sprookje van merite
Merite is een gewetens sussende uitvlucht. Het betekent dat armoede een keuze is en rijken geen blaam treft.

Fuck keuze! Ik had geluk. Geluk dat sociale diensten nog niet zo harteloos moesten werken en op werklozen geen klopjacht werd gevoerd. Anders was ik vandaag een generationeel OCMW-ganger. Dat schoolgeld was al nauwelijks te betalen, de kinderzorg topzwaar.

Wordt 1/5 begrotingstekort op armoedebestrijding en asielbeleid bespaard: dan juichen sommige mensen. Maar dat is geen goed nieuws. Dat zijn talloze armen die zonder hulp wegzakken.

Permanente dreiging
Je herinnert het je. Je hart in ‘overdrive’ als je moeder je lijfje tegen de muur drukt – “Shht!” – terwijl een deurwaarder bonst. Altijd gewelddadig. Altijd intimiderend in hun hooghartige smeerlapperij.

Ik herinner me dat een opstel niet te maken valt met een snikkende moeder één flinterdunne muur verder. Ik herinner me uitbuitingsjobs, weken op uien-met-patatten ’s avonds en een brooddoos met dunne pannenkoek omdat er uien, meel, aardappelen, wat melk in de kast stond. Ik kon jarenlang geen pannenkoek zien. Ik herinner me ons leeggehaald appartement op een avond. Je schamele thuis, opengebroken en geplunderd om een achterstal van amper 25 euro. Ik herinner me verhalen, die ik nog niet vertellen durf. De steen in je maag, de permanente dreiging.

Denken dat armoede een keuze is maakt je niet harteloos. Wel onwetend. Jij herinnert je niks.

Ik zie politieke partijen armen tot boosdoener maken, alsof ze erom vragen. Ik zie veroordeelde fraudeurs werklozen profiteurs noemen. Wellicht bedoelt Jan De Nul, Belgisch baggeraar, het zo goed als mijn tandarts die me zo bewondert, maar denkt dat sociale voorzieningen de vuilnisbak in moeten. Zoals ettelijke mensen die rijk of comfortabel geboren zijn, hebben ze geen idee hebben waarover ze het hebben.

Het is comfortabeler om te denken dat armoede een keuze is. Vooral als je het altijd goed had, ten hoogste wat krapjes, en je een goed hart hebt. Als je rijk bent tussen schuldeloze armen, ben je namelijk hardvochtig. Mede verantwoordelijk. Dat wil niemand zijn. Makkelijker is geloven dat je geboortecomfort en erfprivilege een verworvenheid is, en armoede een keuze. Dat maakt de wereld minder onrechtvaardig. Dat maakt jou minder onrechtvaardig. Dit idee is een exclusieve luxe van rijken, die ik nooit verwerven kan. Dat kan niemand die tussen armen geboren werd.

De handicap van rijkdom
Werkloosheid is nooit een keuze. Niemand wil onnuttig zijn, iedereen wil slagen. Iedereen droomt. Maar armoede is een zware erfelijke ziekte. De sociale staat heeft mij eruit gered, en ik bescherm hem vandaag als een moeder. Wie werklozen profiteurs noemt, heeft vaak een eigen frauderende schemerwerkelijkheid in de ogen te kijken. Wat aan solidariteitsbijdrage (oftewel belasting) wordt misgund door multinationals en grote bedrijven, bloedt ons systeem van blinde solidariteit leeg. Alleen dat systeem in een sociale staat geeft ratjes zoals ik een nieuw leven.

Ik voel nog steeds fantoompijn van mijn al zo lang onbestaande handicap, maar de handicap van rijkdom is groter. Hij beseft niet eens zijn eigen luxe.

Geef een reactie

Laatste reacties (264)