1.819
24

Econoom

Paul Teule studeerde economie en filosofie in Amsterdam. Hij is docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam en werkt aan een proefschrift over duurzame economische groei. Daarnaast doet hij freelance onderzoek op het gebied van economie, duurzaamheid en de Europese Unie.

De koning is een koopje

Of hij nu duurder is dan andere staatshoofden of niet

Het Nieuw Republikeins Genootschap (NRG) is een burgerinitiatief gestart om het salaris van de koning op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. Koning Willem-Alexander gaat straks, net als koningin Beatrix nu, 825 duizend euro per jaar verdienen en dat is volgens het NRG veel te veel.

Andere staatshoofden verdienen namelijk veel minder: Barack Obama verdient omgerekend 310.000 euro, de Spaanse koning Juan Carlos 150.000 euro en de Duitse bondspresident en Franse president zitten rond de twee ton. En zij betalen bovendien gewoon belasting. Ook als je het Willem-Alexander’s vorstelijke salaris afzet tegen de schamele 144.000 van een Nederlandse minister is de verhouding zoek, aldus de republikeinen. Maar maakt het NRG hiermee wel de juiste vergelijking?

‘Duur’ is altijd een relatief gegeven en je kunt tot op zekere hoogte kiezen waar je een prijs tegen afzet. Laten we voor de volledigheid even de prijs van het hele koningshuis nemen: als we de laatste berekening van de Belgische hoogleraar Herman Matthijs mogen geloven is dat ongeveer 40 miljoen euro per jaar, maar dat is exclusief de uitgaven aan beveiliging, staatsbezoeken en onderhoud van de staatspaleizen bij op. Toen die posten in 2009 nog wel in Matthijs’ berekening werden meegenomen wat het totaalbedrag 110 miljoen euro.

Is dat duur, 110 miljoen euro? Het is maar waar je het aan relateert: 110 miljoen is 6,5 euro per Nederlander per jaar, nog geen vijfde van een promille van ons inkomen. Je koopt er nog niet eens twee Joint Strike Fighters voor. Peanuts dus. Maar je kunt ook zeggen: 110 miljoen is 300.000 euro per dag. Je kunt er de meest schrijnende kinderarmoede in Nederland mee oplossen, om nog maar te zwijgen van hoeveel levens je elders kunt redden. Het zijn allemaal valide vergelijkingen.

Als econoom ben ik geneigd om vooral de vergelijking met de economische baten te maken. En in dat perspectief is die 110 miljoen zo’n slechte deal nog niet. De staatsbezoeken zijn een belangrijke katalysator voor handelsmissies. VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes prees Beatrix altijd vanwege de extra aandacht en symbolische waarde die ze kon genereren voor economische missies. Dan is er nog het keurmerk ‘hofleverancier’ of ‘koninklijke’ dat gewortelde en onberispelijke bedrijven extra consumentenvertrouwen oplevert.

Je zou hier tegenin kunnen brengen dat het de bedrijven zelf zijn die het uiteindelijke werk verzetten. De koning gaat die extra exportorders niet leveren. Je kunt ook nog zeggen dat je met een ander staatshoofd hetzelfde effect kan genereren. De Duitse bondskanselier Angela Merkel haalde vorig jaar ook voor tientallen miljarden aan Chinese orders voor vliegtuigen binnen. Maar ik durf de stelling wel aan dat een koning meer gewicht in de schaal legt.

En dan heb je ook nog de ‘monarchiebonus’ van de econoom Harry van Dalen. In een paper in 2007 vergeleek Van Dalen monarchieën met andere staatsvormen en kwam tot de conclusie dat koninkrijken het structureel beter doen. Monarchieën zouden daardoor per jaar een procent extra economische groei genereren. Die groei zou worden gerealiseerd doordat de koning een stabiliserende werking heeft op de democratie en de samenleving. De koning zou als ‘onpartijdige toeschouwer’ een soort collectief geweten vormen en zorgen dat zowel regering als burgers zich netjes gedragen.

Van Dalen maakt een aantal slagen om de arm: de monarchiebonus van 1 procent is een gemiddelde en ook de causaliteit is niet helemaal duidelijk: zorgt een koning voor stabiliteit of zorgt stabiliteit voor de koning? En zijn berekening stamt uit 2007 en had dus de staat van dienst van Beatrix als bewijsmateriaal. Willem-Alexander moet zich nog als ‘onpartijdige toeschouwer’ bewijzen. Maar toch: 1 procent extra groei is 6 miljard euro. Zo bezien levert die 110 miljoen een rendement van 5350% procent. Knappe durfkapitalist die dat haalt.

Uiteindelijk is de monarchie niet goed in geld uit te drukken. De journalist Walter Bagehot, die ooit het blad The Economist leidde, schreef in het standaardwerk The English Constitution (1867) dat de waarde van de koning eigenlijk niet uit te rekenen is en schuilt in het mysterieuze. Maar puur economisch gezien lijkt de koning toch echt een koopje, of hij nu duurder is dan andere staatshoofden of niet.

Dit stuk verscheen ook op Sargasso.nl 

Geef een reactie

Laatste reacties (24)