Laatste update 11:32
10.842
177

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

De kritiek op het Afrika Museum is absurd, vergezocht en schandalig

De Nachtclub van De School is door een vergelijkbare aanval voorgoed naar de sodemieterij geholpen. Dat is wel genoeg geweest

Na dance-club De School lijkt nu het Afrika Museum in Berg en Dal bij Nijmegen onder vuur te komen. Tentoonstellingsmaker Richard Kofi veroordeelde op zijn Instagram-pagina de zomercampagne van deze instelling waar hij ooit zelf opdrachten voor uitvoerde: racistisch, kwetsend, neokoloniaal, want “te wit”. In het reclamemateriaal zien wij namelijk een blank echtpaar op de fiets. Het zegt: “Leuk, samen een dagje Ghana. Lekker ver weg in eigen land”. Kofi vindt het daarnaast een schandaal dat het slavernijverleden weer eens wordt veronachtzaamd.

De tentoonstellingsmaker had succes met zijn posting. Vanuit de sociale media sloeg een golf van kritiek over het museum.

Afrika Museum
Beeld: Instagram

De directie maakte dezelfde fout als die van De School. Ze wist niet hoe diep ze door het stof moest gaan. De campagne werd onmiddellijk gestaakt. Op de eigen Instagram-pagina van het museum staat nu de volgende mededeling: “We hebben besloten om de zomercampagne van het Afrika Museum stop te zetten en alle uitingen zo spoedig mogelijk terug te halen. Jullie terechte reacties hebben ons doen inzien dat we niet de juiste keuzes hebben gemaakt. Excuses aan iedereen die onze uitingen als kwetsend hebben ervaren. We gaan onze werkwijze omtrent het tot stand komen van marketingcampagnes aanpassen.”

Natuurlijk hielp dat niet. Het kwam het Afrika Museum op nieuwe aanvallen te staan. De scherpslijpers rond de BLM-beweging rusten pas na onvoorwaardelijke overgave.

Toch hoeft de directie zich nergens voor te schamen. Zij heeft  marketingtechnisch geen fouten gemaakt. Integendeel.

Het Afrika Museum in Berg en Dal is in 1954 opgericht door missionarissen van de Heilige Geest, die het leven van hun Afrikaanse bekeerlingen invoelbaar wilden maken voor de Nederlandse katholieken. Nu – 66 jaar later – is het uiteraard sterk geëvolueerd. Zieltjeswinnerij speelt geen rol meer. Het museum wil een beeld geven van het leven in Afrika nu. Daarbij gaat het erom ingebakken vooroordelen uit de weg te ruimen. De nadruk ligt op de veelvormigheid van het enorme continent, op de grote verscheidenheid aan landschappen en culturen, op de uiteenlopende  manieren waarop gewone mensen hun leven proberen vorm te geven. Zo wordt Afrika geen werelddeel van oorlog, honger en ellende maar van vindingrijkheid en hoop. Het museum beschikt over een groot tentoonstellingsgebouw. In de tuinen prijken voorbeelden van traditionele architectuur uit Ghana, Lesotho, Mali, Kameroen en Benin. Kinderen maken in een soort bos kennis met Afrikaanse sprookjesfiguren. Motto van dit alles: inspirerend Afrika. De fijne website is van deze gedachte doortrokken.

Al enkele jaren krijgt blank Nederland voor de voeten geworpen dat het denkt vanuit een collectief koloniaal archief. Dat leidt tot een verdraaide, racistische visie op de wereld. In het bijzonder ten opzichte van Afrika bestaan de treurigste vooroordelen die allemaal samenhangen met het aan blanken inherente racisme. Denk maar aan de studie van Gloria Wekker over witte onschuld. Die zal Richard Kofi toch wel op zijn nachtkastje hebben staan.

De tentoonstellingen van het Afrika Museum zijn een werkzaam tegengif. Daar maak je kennis met de werkelijkheid. Daarom ligt het juist voor de hand reclamemateriaal te ontwikkelen om juist blanken – al dan niet met een fiets en/of van een zekere leeftijd –  voor de tentoonstellingen te interesseren. Die campagne over Ghana in eigen land is niet koloniaal maar staat in het teken van de strijd tegen het racisme. Het is een mooie campagne. Het is een goede campagne.

Richard Kofi en zijn meelopers zijn, zoals we reeds zagen ook nog eens gramstorig vanwege de ontbrekende aandacht voor de slavernij. Nu organiseert het Afrika Museum geen exposities over historische maar over hedendaagse onderwerpen. Wie naar de Ghana-tentoonstelling fietst, wordt dan ook niet geconfronteerd met de West-Indische Compagnie, maar wel met slavernij-achtige kinderarbeid op Ghanese cacaoplantages. De kindslavernij bij de vissers op het Voltameer blijft kennelijk buiten beschouwing evenals het religieuze trokosi-systeem. In het kader daarvan moeten bepaalde families om een in het verre verleden begane zonde uit te boeten steeds weer een meisje afstaan als seksslavin en schoonmaakster voor traditionele priesters.

Overigens heeft Ghana op het gebied van de transatlantische slavenhandel minstens zo’n traumatiserend verleden als Nederland. De oude koninkrijken op de West-Afrikaanse kust kenden al voor de komst van blanke kooplieden slavernij op grote schaal. De transatlantische mensenontvoering was dan ook een gezamenlijke Europees-Afrikaanse onderneming. De voorouders van de Ghanezen deden niet alleen zaken met de Nederlanders maar ook met de Engelsen en de Denen, die allemaal forten op de kust hadden. Het koninkrijk der Ashanti staat het hevigst in deze reuk maar ook de andere volkeren die nu op het grondgebied van Ghana wonen, lieten zich niet onbetuigd. Het zou ongetwijfeld interessant zijn zichtbaar te maken hoe men in Ghana tegenwoordig met dit verleden omspringt, maar je kunt niet alles tegelijk hebben in een museum. Daarvoor ontbreken gewoon de vierkante meters.

Kortom: de kritiek  van Kofi en de zijnen slaat nergens op. Het Afrika Museum wordt op dezelfde manier verdacht gemaakt als De School. De argumentatie is absurd vergezocht en schandalig. De Nachtclub van De School is door een vergelijkbare aanval voorgoed naar de sodemieterij geholpen. Dat is wel genoeg geweest. Het is te hopen dat de volgende instelling die het voor de kiezen krijgt, zich niet zo gemakkelijk laat intimideren als het Afrika Museum.

Aanvulling: Je kunt niet alleen breken maar ook bouwen. Ebissé Rouw, Anousha Nzume en Mariam El Maslouhi van de radicale site Dipsaus zijn samen met uitgeverij Pluim een literaire serie begonnen. Aan het eerste boek, een verhalenbundel met de titel De Goede Immigrant werkt ook Richard Kofi mee. In NRC leggen de dames uit dat zij een andere stem willen laten horen. Ze menen dat de erkende Nederlandse literatuur een stereotiep beeld neerzet, vooral van vrouwen. Het stoort ze dat auteurs van kleur maar al te vaak worden neergezet als exotisch. Dus gaan ze de concurrentie aan met een serie die het anders doet. De drie redacteuren beloven dat de schrijvers niks uitleggen aan de blanken. Ze willen literatuur maken waar lezers van kleur zich in herkennen. De anderen moeten het maar begrijpen. Heel goed. Dat deed Couperus ook met Eline Vere. De Haagse dametjes, op wie hij zicht richtte, hadden aan een half woord genoeg. Ze zaten te wenen in de tram en wij zijn honderdtwintig jaar later nog steeds geroerd door dezelfde tekst.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (177)