311
3

Journalist

Brenda Stoter is geboren en getogen in Rotterdam. Sinds 2010 is ze als freelancer werkzaam in de journalistiek en schrijft ze voornamelijk voor het AD, stichtingen en bedrijven. Eerder schreef ze artikelen voor de Elsevier, Roest, HP/De Tijd, stichting Music Matters en werkte ze mee aan het Hoofdboek. Ze is gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, jongerencultuur, Rotterdam, Egypte en Rwanda.

De laatste dagen in Syrië

In een land waar explosies, bommen en schietpartijen het straatbeeld domineren, is het moeilijk om de zon te zien schijnen

Rotterdam versus Damascus. Het is 01.00 uur wanneer ik mijn Syrische vriendin spreek. Na de gewoonlijke ditjes en datjes (‘Nog aan de dood ontsnapt?’) hoor ik een snikkend geluid. Mijn vriendin in Syrië, normaal erg stoer en vrolijk, huilt. Het geluid gaat door merg en been. Ik wil haar vastpakken, knuffelen en vertellen dat het goedkomt, maar dat gaat zo moeilijk door de telefoon.

“Opeens besef ik het. Niemand in New York wil me in huis hebben. Wat moet ik doen als ik daar aankom, slapen op straat?” Noura vraagt of ik al wat gehoord heb na mijn oproep op Joop, Facebook en Twitter. De afgelopen weken heb ik onafgebroken gezocht naar een persoon die haar een tijdje in huis wil nemen als ze in New York aankomt. Na of voor mijn werk, in de avond- en ochtenduren, met een hardnekkige griep in mijn lijf.

De hoop vervliegt, omdat de tijd begint te dringen. Overmorgen vertrek ik tijdelijk naar Egypte en zij over een paar dagen naar New York. Iedere dag praat ik uren met Noura, luister ik naar haar verhalen over de oorlog, geef ik haar advies en kan ik het soms niet laten om even flink te gillen. Rot-oorlog, rottige Al-Assad.

Terwijl ik haar probeer te kalmeren en explosies de gebruikelijke achtergronddeuntjes vormen, krijg ik een berichtje op Facebook, het medium waar ik mijn oproep al vier keer heb geplaatst. Een oud-collega heeft een vriendin in New York die misschien kan helpen. Ik vertel Noura dat ik iets moet doen, laat haar huilend achter, om kort daarna weer terug te bellen.

Zieke heftruckchauffeur
“Wat was er?” vraagt ze. Ik vertel dat er weer iemand op mijn oproep gereageerd heeft en dat ik moest antwoorden. Ondertussen mail ik wat met andere mensen die al mij al weken proberen te helpen. Steun uit allerlei onverwachte hoeken, maar een echte oplossing blijft achterwege. Toch ben ik dankbaar. We staan er niet alleen voor.

De Syrische klinkt opeens fel en boos. “Luister Brenda, je bent hier nu al weken mee bezig, zonder resultaat. Je klinkt als een zieke heftruckchauffeur, slaapt amper en praat alleen maar met mij. Ik wil niet dat je van mijn probleem jouw probleem maakt. Ik voel me al zo schuldig.” Ik vertel haar dat ik goede hoop heb en dat ik dit simpelweg af moet maken. Het eerste is een leugen en het tweede voel ik diep in mijn hart, alleen ben ik bang dat ik het niet waar kan maken.

Vaderskind
Noura neemt momenteel afscheid van haar familie en vrienden. Haar vader brengt en haalt haar iedere dag. Praten over haar vertrek kunnen ze niet. Gek genoeg is de band daar te hecht voor. Noura is een echt vaderskindje. Van alle mensen die ze achterlaat, zal ze hem het meeste missen. “Het is zijn manier om dag tegen me te zeggen”, zegt ze. “Kunnen we het over iets anders hebben? Ik voel me zo slecht. Ik beïnvloed zelfs de levens van mensen in Nederland.”

Dezelfde dag waren er meerdere explosies in Damascus. Vanaf haar dakterras ziet ze de blauwe lucht zwart kleuren. Zwart, de kleur van de dood. De kleur van hedendaags Syrië. Vandaag vonden veel Syriërs de dood, net als iedere dag. Noura kijkt er niet eens meer van op. Terwijl zij praat, kijk ik uit het raam. Regendruppels tikken tegen het glas. In de straten van Rotterdam is het stil. Van Noura hoor ik dat in Damascus dezelfde stilte heerst, alleen heeft dat niets met regen te maken.

Ik wens dat ik haar naar Rotterdam kan halen, zodat ze niet naar New York hoeft. Helaas, een visum regelen duurt maanden en Noura heeft geen maanden meer. De Mukhabarat zit haar op de hielen en iedere dag ontsnapt ze aan aanslagen. Het toeristenvisum voor New York regelen gebeurde bij toeval, omdat ze iemand kende die dat wilde verstrekken. Zo gaat dat in het Midden-Oosten.

“Nour, wil je me iets beloven? Als er op de één of andere manier een kans ziet dat je toch naar Nederland kunt komen, wil je die dan pakken? Misschien kun je vanuit de US een visum regelen.” De laatste maanden hebben we elkaar zo goed leren kennen dat zelfs mijn ouders en vrienden op de hoogte zijn van haar situatie. Hier zou ze een plek hebben. Hier krijgt ze steun. Iedere dag stel ik haar dezelfde vraag en iedere dag volgt hetzelfde antwoord.

“Misschien is het beter als ik mijn ticket laat schieten. Ik in New York? Ik zie het gewoon niet meer gebeuren”,’ zegt ze, en begint weer te snikken. “Wat moet ik daar nou? Zonder mijn vrienden, zonder mijn familie en zonder een dak boven mijn hoofd. Ik ben zo verdomde bang. Ik wil dit rotland helemaal niet achterlaten.”

Steun
Met een schuin oog kijk ik naar de live-blog van Al Jazeera. Explosies in Damascus, doden in Homs en vuurgevechten met Turkije. Op één van de twaalf websites die ik open heb staan, klinkt een geluidje. Op Facebook komt een berichtje binnen van een Nederlandse vrouw die mijn vriendin in huis wil nemen, omdat ze zelf weet hoe moeilijk het is. Ik knipper drie keer met mijn ogen, lees het twee keer na en ben nog steeds niet zeker van hetgeen ik zojuist gelezen heb. Tranen vallen op mijn toetsenbord terwijl ik een antwoord typ. Direct krijg ik een bevestiging terug. De Syrische is welkom.

Door de telefoon praat Noura rustig verder over het leven in Damascus. Ik onderbreek haar en schreeuw in het Nederlands dat er een oplossing is. Na weken zoeken is het dan echt gelukt. Mijn Syrische vriendin, die geen woord Nederlands spreekt, vraagt om een vertaling. “Niets”, mompel ik door mijn tranen heen. “Ik denk dat de zon weer even schijnt. En jij, lieverd, jij gaat naar New York.”

Ik wil iedereen bedanken voor de steun die ik en Noura hebben ontvangen. Soms door middel van complete zoektochten, soms door het plaatsen van een oproep en soms door te zeggen dat ze aan haar denken. De jonge vrouw die haar in New York op gaat vangen, wil ik hierbij duizend maal bedanken. Dankzij jou kan Noura een nieuw leven opbouwen. Je bent een engel.

Noura is een vriendin die ik in Koerdisch Irak ontmoet heb. Ze woont in Damascus, Syrië, en probeert daar weg te komen. De sfeerimpressies in het stuk zijn niet tot stand gekomen door aanwezigheid in Syrië. Noura heeft de situatie voor mij beschreven. Sinds de oorlog bellen we elkaar iedere dag. Dit verhaal is het vervolg op The Holy Kebab I tot en met VII.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Brenda Stoter. Volg Brenda ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (3)