2.493
63

eindredacteur Joop

Francisco van Jole is journalist en eindredacteur van Joop.
Verder is hij politiek commentator bij De Nieuws BV en presentator van Draad, een politieke talkshow in Arminius te Rotterdam.

De leegte van links

De politiek, zeker de linkse politiek, draagt geen idealen meer uit. Links Nederland heeft geen andere boodschap dan die van de redelijkheid en keurigheid.

Het recht op redelijkheid, dat is de jongste eis aan de media. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet hield afgelopen week een lezing over de parlementaire journalistiek en stelde: ‘Kamerleden die goed kunnen uitleggen waarom ze een compromis hebben gesloten, hebben evenveel recht op zendtijd of een plek in de krant als Kamerleden die roepen Ik ben woedend! of: De minister moet aftreden!’

(dit essay werd ook in de Volkskrant van zaterdag 14 november gepubliceerd)

Het klinkt inderdaad redelijk. Maar zou het werken? Kun je in evenveel zendtijd een compromis uitleggen als in een oneliner die de goegemeente tegen het plafond doet springen? Natuurlijk niet. Uitleg vergt altijd meer tijd.

Er is niets tegen politici die uitleggen hoe de wereld in elkaar zit, maar Verbeet heeft het over een ander type. Namelijk de politici die uiteenzetten waarom iets niet kan, die ingaan op het compromis. Daar hebben we er wel erg veel van. Het is bijna een plaag. Bedenk een plan, leg het voor aan een politicus en hij of zij begint te vertellen waarom het niet kan. Of in ieder geval niet zo kan. Is dat de taak van een politicus? Stemmen we op iemand die ons kan uitleggen waarom iets niet mogelijk is?
Een paar maanden geleden woonde ik Rotterdam uit nieuwsgierigheid een partijbijeenkomst van de PvdA bij. Minister Wouter Bos kwam er spreken en discussiëren over de kredietcrisis. Scheringa was toen nog niet gevallen. Het café puilde uit met een zeer gemêleerd gezelschap. Jong, oud, rijk, arm, hoog- en laagopgeleid. Dat was het eerste wat me opviel, omdat in de media ongeveer het tegenovergestelde beeld van de Partij van de Arbeid wordt geschetst.
Vervolgens ging Bos uitleggen. Hoe het zat met de banken, de staatskas, de toekomst. Hij kreeg er ruim een half uur de tijd voor. Spannend was het niet. Het was een doortimmerd verhaal. Niets op aan te merken. Op één ding na: het betoog van Bos was zo gedegen dat ik na afloop niet in staat was het te reproduceren. Dat lijkt me een ernstig probleem voor een politicus.
Tijdens het rondje vragen uit de zaal rees een wat oudere man op en stelde zich voor als vakbondsbestuurder. Hij verweet Bos dat die AOW verkwanselde, hij dreigde met stakingen als de plannen door zouden gaan en vroeg de partijleider of hij niet te veel aan het pluche gehecht was. Bos werd zichtbaar boos. ‘Ik zit daar niet vanwege het pluche. Ik zal je vertellen wat gebeurd zou zijn als wij daar niet zaten.’ En hij begon puntsgewijs op te noemen wat zijn partij voor elkaar gekregen had. Hij noemde de verschillen met een CDA/VVD-kabinet.
De zaal hing aan zijn lippen. Niet omdat het spannend werd vanwege een conflict maar omdat Bos met passie idealen uitdroeg. Omdat hij duidelijk maakte waarom hij bij de Partij van de Arbeid zat. Het was het enige dat ik in de dagen daarop aan anderen doorvertelde. Zou Bos dat weten? Ik vermoed van niet.
Dat is het probleem van de politiek op dit moment. Er worden geen idealen meer uitgedragen. Idealen zijn naïef en gevaarlijk. Je kunt er om uitgelachen worden, teleurstellingen mee genereren of nog erger kritiek mee oogsten. Maar het wegvallen van het ideaal leidt tot een vacuüm.
Er is iemand die dat goed door heeft. De politieke discussie gaat over de vraag of Wilders extreem-rechts is, of zijn partij lijkt op de NSB, of ja, wat eigenlijk niet? Wat achterwege blijft is de simpele constatering dat Wilders een revolutionair is. Hij wil iets anders dan alle anderen en hij wil dat radicaal doorvoeren. In het keurig, meestal redelijke debat wordt dat ‘systeemkritiek’ genoemd of ‘systeemhaat’. Dat zijn politiek-correcte termen voor ‘revolutionair’. Alleen zegt niemand het.
Van revolutionaire gedachten gaat een enorme aantrekkingskracht uit. Ze combineren dromen met daadkracht. Ze maken politici die overtuigd zijn van hun zaak en stemmers die erin geloven. Dat leidt in de praktijk meestal tot een desillusie, maar daar heeft de revolutionair geen boodschap aan. Het is romantisch om revolutionair te zijn. Met revolutionaire ideeën zet je mensen in vuur en vlam, met compromissen doof je alles. Daarom is het debat rond Wilders feller dan ieder ander politiek debat. Het is een botsing van idealen en droomwerelden.
Idealen geven hoop, ze maken je gelukkiger. Alleen lijken ze volledig uit het politieke debat verdwenen. Zeker ter linkerzijde. Terwijl idealen typisch horen bij progressieve politiek, sterker: die kan niet zonder. D66 had altijd het ideaal van democratische vernieuwing maar dat is na het debacle rond het referendum – was dat nou een compromis? – naar de achtergrond verdwenen. Wat naar voren komt, is de strijd tegen Wilders. Toegegeven: Wilders politiek naar de achtergrond willen dringen is ook een mooi ideaal. Maar als dat lukt? Wat dan?
Het vreemde is dat ik een beter beeld heb van wat Wilders wil dan van wat zijn tegenstanders willen. Dat ligt niet louter aan de vele media-aandacht voor Wilders. Of het nu Pechtold is bij Zomergasten of Vogelaar bij Pauw & Witteman, als ze de simpele vraag krijgen: Wat wilt u?, volgt er nooit een gloedvol betoog. Soms heb ik de neiging ‘Zeg het dan!’ te roepen naar het tv-scherm.
Hope & Change
De verkiezingscampagne van Obama, die iedereen zo bewonderde, draaide vorig jaar om twee woorden: Hope en Change. Twee krachtige idealistische termen. Wat waren de woorden van de tegenpartij? Niemand die het nog weet. (Hervorming, welvaart en vrede). Het doet me denken aan de verkiezingsaffiches van de PvdA bij de vorige landelijke verkiezingen. Die hadden als leuze Sterk en Sociaal. Zijn dat idealen, of is het meer een manier om jezelf aan te prijzen? In Rotterdam werden vanwege de strijd met de Leefbaren aangepaste affiches opgehangen. Met een extra woord toegevoegd. Sterk, Veilig en Sociaal stond erop. Ik dacht bij het zien onwillekeurig ‘Zo, die zijn bang’. Maar vooral waren ze weinig idealistisch. Het zijn termen die zelfvertrouwen moeten uitstralen. Als je dat nodig hebt, weet je wel hoe laat het is.
De afgelopen maanden werkte ik aan het opzetten van een progressieve opiniesite: Joop.nl. Daarbij vroeg ik iedereen wat ze onder progressief verstaan. Opvallend veel hoog opgeleide twintigers hadden er geen idee bij. ‘Wilders’, antwoordden er meer dan je zou willen. En conservatief? PvdA. SP. GroenLinks. Dat klinkt misschien absurd, maar als je begin twintig bent, is je politieke vorming begonnen na de moord op Fortuyn. Een tijd kortom waarin alles wat progressief is in het defensief is gedrongen. Een tijd waarin links Nederland heeft willen laten zien dat ze toch vooral redelijk is. Dat ze niet eng en wereldvreemd zijn. Het heeft er toe geleid dat veel mensen geen flauw benul hebben wat die partijen dan willen.
Volgens Verbeet komt dat doordat de media nieuws en politiek opleuken. Ze zijn alleen maar geïnteresseerd in relletjes en grote woorden. Daar heeft ze vast deels gelijk in, maar waarom zou je dat niet in je voordeel gebruiken? Waarom zou je de media niet bespelen? Of liever nog, schep je eigen media. Femke Halsema maakte recent voor Pauw & Witteman een internetfilmpje waarop te zien is hoe de verhuizers het torentje verlaten, omdat Balkenende naar Europa vertrekt. ‘Laat Wouter Bos maar premier worden’ zei ze onverwacht. Het maakte me spontaan vrolijk. Wat een goed idee. Politiek hoeft niet altijd ingewikkeld te zijn. Niet ieder compromis behoeft uitleg.
Er is naast Wilders nog een partij die dat goed begrepen heeft: De Partij voor de Dieren. Afgelopen week werd bekend dat de groothandels stoppen met de verkoop van blank kalfsvlees. Het is de zoveelste diervriendelijke maatregel van de laatste jaren. Als kiezer schrijf ik ze allemaal op het conto van Marianne Thieme, terwijl in de praktijk ook juist andere partijen op dat gebied veel werk doen. Ze dragen het alleen niet uit. GroenLinks bijvoorbeeld is van oudsher tegen de vee-industrie, maar moest toezien hoe de PvdD twee zetels bemachtigde, omdat ze het ideaal van een diervriendelijke samenleving niet benadrukte. Geen onredelijke eisen stelde. Ze vinden de Partij voor de Dieren vast onrealistisch. Dat is het hem juist, daarom stemmen er mensen op. Dat de partij nooit alles kan bereiken wat wordt beloofd, nemen ze vast voor lief.
De klacht over Wilders is dat hij nooit met iemand in debat gaat. Dat is zijn grote kracht. Hij preekt voortdurend voor eigen parochie. Hij wil zijn boodschap overbrengen, houdt zich bezig met zijn eigen idealen. Dat werkt in zijn geval wonderwel goed, want anderen nemen gaandeweg steeds meer van hem over. Halsema verklaarde in een interview met De Pers dat ze het niet zo heeft op hoofddoekjes. Vervolgens viel iedereen over haar heen. Dat laatste zegt niet zoveel over haar standpunt, maar over de onduidelijkheid die er over bestaat. Kennelijk draagt GroenLinks te weinig uit dat ze niet zoveel op hebben met de conservatieve religieuze overtuigingen waar hoofddoekjes symbool voor staan. De opmerking werd op het conto van Wilders geschreven.
Idealen zijn bij de progressieve partijen naar de achtergrond verdwenen. Niet omdat ze ontbreken maar, omdat ze als te vanzelfsprekend worden gezien. Het resultaat is dat ze onder het stof zijn geraakt, niet meer uitgedragen worden en uiteindelijk niemand meer weet dat ze bestaan.

Geef een reactie

Laatste reacties (63)