401
7

Kandidaat-Kamerlid D66

Maas Goote (Amsterdam, 1967) studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en specialiseerde zich in internationaal recht. Tijdens zijn studie werd hij internationaal actief, in milieuorganisaties en als NGO-vertegenwoordiger in Nederlandse delegaties. Na zijn studie verrichtte Goote onderzoek aan de Erasmus Universiteit, naar de naleving van internationale milieuafspraken, en gaf hij les in internationaal publiek recht. In 2000 begon hij bij het Ministerie van VROM als internationaal juridisch adviseur. Drie jaar geleden werd Maas hoofd van het internationale programma Klimaat en Energie op het Ministerie, en hoofd van de Nederlandse delegatie in de mondiale klimaatonderhandelingen. De afgelopen twee jaar (2008-2009) is hij door Nederland uitgeleend aan de Europese Unie als hoofdonderhandelaar van de EU in de VN-klimaatonderhandelingen.

De lessen van Kopenhagen

Hoe doorbreken we de impasse in de mondiale klimaatonderhandelingen?

Na Kopenhagen zijn landen inmiddels op weg naar de volgende klimaattop, eind dit jaar in Cancun, Mexico. Na enkele verkennende voorbesprekingen, vindt deze week in Bonn de eerste formele onderhandelingsronde van 2010 plaats. Maar er is daar weinig beweging.

De argumenten van 2009 klinken ook nu weer. De gesprekshouding en agenda zijn onveranderd. Landen houden elkaar in gijzeling. Einstein definieerde waanzin als steeds hetzelfde doen en dan hopen op een andere uitkomst. Zonder een fundamentele koerswijziging blijven de onderhandelingen op een dood spoor en wordt de top in Cancun een herhaling van Kopenhagen. Wat zijn de lessen van Kopenhagen en wat is er nodig om vooruit gang te boeken?

De klimaattop eind vorig jaar in Kopenhagen leverde niet het resultaat op dat de wereld nodig had. China had wel nationale klimaatplannen, maar voelde er weinig voor zich daar ook internationaal aan te verbinden of deze door andere landen te laten beoordelen. Bovendien nam de VS volgens China niet voldoende verantwoordelijkheid in de aanpak van de klimaatcrisis. China kon dus wel, maar wilde niet. De Amerikaanse regering van President Obama liet weliswaar een nieuw en constructief klimaatgeluid horen, maar had in de Amerikaanse senaat nog onvoldoende steun voor nationale klimaatwetgeving, laat staan voor ambitieuze internationale afspraken. De VS wilde dus wel, maar kon niet. En de EU had met succes de klimaatagenda aangejaagd, ambitieuze doelen voorgesteld en een lans gebroken voor stevige klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden, maar kon in de eindfase het verschil niet maken en geen brug slaan.

Uit de onderhandelingen deze week in Bonn blijkt dat er nog weinig lessen uit Kopenhagen getrokken te zijn. De impasse houdt aan. Om te voorkomen dat de top in Cancun een herhaling wordt van Kopenhagen, is een fundamentele koerswijziging nodig in de onderhandelingen. Laat ik drie noodzakelijke veranderingen noemen.  

Van big bang, naar praktische deelbesluiten
Vergeet allereest de “big bang” theorie van Kopenhagen. Daar zette de wereld nog in op één alomvattende deal op één moment. Maar Kopenhagen maakte pijnlijk duidelijk dat je iedere vorm van vooruitgang in gijzeling houdt als je wacht tot er overeenstemming is over het totale, perfecte pakket. Zoek in plaats daarvan thema voor thema overeenstemming en verzilver dat in tastbare deelbesluiten in Mexico. Met die besluiten kunnen landen dan direct aan de slag en hoeft actie niet te worden uitgesteld. Op verschillende thema’s is mondiale overeenstemming wel degelijk binnen handbereik: de aanpak van ontbossing, adaptatie (aanpassen aan klimaatverandering), internationale samenwerking op het gebied van schone technologie, en capaciteitsopbouw en kennisoverdracht.

Vul de gereedschapskist – denken in oplossingen
Een tweede les van Kopenhagen is dat de onderhandelingen zich moeten richten op de gereedschapskist met instrumenten om thuis effectief klimaatbeleid te voeren. In Kopenhagen bleef die gereedschapskist nagenoeg leeg. Dat was vooral een gemis voor de tientallen midden-inkomen landen (zoals, bijvoorbeeld, Costa Rica of Peru) die ambitieus klimaatbeleid willen voeren. Een internationale dialoog over hoe je iets kan doen is altijd een stuk constructiever dan een onderhandeling over wat je moet doen. Een handelingsperspectief is essentieel. In aanloop naar Mexico moet dan ook in oplossingen en innovatieve mechanismen worden gedacht.

Maak transitieplannen
Een derde les is de noodzaak van de ontwikkeling van low emission development strategies: routekaarten om de transitie te maken naar een koolstof arme, zuinige economie. Die routekaarten moeten niet op de klimaattop in Mexico worden uitonderhandeld. Ieder land kent immers zijn eigen omstandigheden en heeft zijn eigen unieke kansen en barrieres. Nee, de klimaattop in Mexico moet besluiten nemen die nut en noodzaak van de ontwikkeling van dergelijke low emission development strategies centraal stelt en stuurt. Voor ontwikkelingslanden kan de financiering van de ontwikkeling van deze plannen gedeeltelijk gedekt worden met het klimaatgeld dat de ontwikkelde landen in Kopenhagen hebben toegezegd. Zo geef je ontwikkelingslanden een bruikbaar en praktisch resultaat in handen. Bovendien biedt een low emission development strategy een aantrekkelijke context voor (private) investeringen in dat ontwikkelingsland en krijgen ontwikkelde landen beter inzicht in de besteding van hun financiele bijdragen. De klimaattop in Mexico is dan ook gebaat bij initiatieven als het Global Green Growth Institute, dat er op gericht is ontwikkelingslanden te ondersteunen in het formuleren van een ontwikkelingspad waarin klimaat en energie, duurzame economische groei en armoede bestrijding samengaan.

Van operationele besluiten naar een bindend verdrag
Als landen in de aanloop naar de klimaattop in Mexico dezelfde benadering kiezen als in 2009 laat het resultaat zich makkelijk raden. Een andere insteek is nodig. De keuze moet vallen op operationale besluiten waar landen meteen mee aan de slag kunnen, op besluiten die oplossingen benoemen en instrumenten biedt om thuis actief te worden. Dit samen met de vereiste voortrekkersrol van ontwikkelde landen: forse en betekenisvolle reductie van de uitstoot van broeikasgassen en voldoen aan de in Kopenhagen toegezegde klimaatfinanciering.

Zo kies je voor actie nu in plaats van uitstel, en bouw je het nieuwe klimaatregime op vanuit de inhoud en op basis van ervaring die landen samen opdoen. Ook wordt zo de volgende stap realistisch en haalbaar: de klimaatafspraken gieten in een nieuw, juridisch bindend, mondiaal verdrag.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)