1.838
178

Fractievoorzitter SP Tweede Kamer

Emile Roemer (Boxmeer 1962). Onderwijzer. Maakte van de SP de grootste partij in zijn gemeente. Raadslid tot 2002, daarna wethouder. Sinds zijn intrede in de Tweede Kamer eind 2006 woordvoerder verkeer en waterstaat. Fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie en lijsttrekker van de SP.

De linkse PvdA praat, de rechtse PvdA regeert

De PvdA kan maar niet kiezen tussen linkse principes en rechts pragmatisme

Meer gemeenschapszin en georganiseerde solidariteit. Culturele verheffing en bestaanszekerheid. In het onderzoek ‘Van waarde – Sociaal-democratie voor de 21ste eeuw’ presenteert de Wiardi Beckman Stichting een klassiek sociaaldemocratisch programma. Het wetenschappelijk bureau van de PvdA kiest voor een linkse koers en neemt afscheid van de neoliberale politiek van meer markt en eigen verantwoordelijkheid.

Maar er is ook nog een andere PvdA, die eind vorig jaar een regeerakkoord sloot met de VVD. Daarin wordt de georganiseerde solidariteit verder afgebroken en worden mensen meer op zichzelf teruggeworpen. De linkse PvdA praat, maar de rechtse PvdA regeert.

De nieuwe oproep voor een meer linkse koers deed mij denken aan precies een jaar geleden. ‘We moeten linksom uit de crisis komen’, zeiden partijvoorzitter Hans Spekman en toenmalig partijleider Job Cohen in februari 2012. Ook toen moest het roer om: de crisis had bewezen dat de oude politiek, waarin het toezicht op de markten was afgeschaft en publieke voorzieningen uit handen waren gegeven, had gefaald.

In aanloop naar de verkiezingen van september schreef de PvdA een links programma en werd ook een linkse campagne gevoerd. Voor de verkiezingen riep Diederik Samsom samen met mij: ‘de zorg is geen markt’. Maar na de verkiezingen stond hij toe dat in de zorg nog meer marktwerking wordt ingevoerd, het recht op zorg (AWBZ) wordt afgeschaft en de thuiszorg wordt afgebroken. Vóór september streed ik samen met de nieuwe PvdA-leider voor het behoud van de sociale werkplaatsen. Nu breekt een PvdA-staatssecretaris op termijn de WSW-bedrijven helemaal af.

Voor de verkiezingen steunde de PvdA ons plan om miljarden te investeren in de bouw. Nu staat de PvdA toe dat miljarden worden weggehaald bij de woningcorporaties. Voor de verkiezingen zei de PvdA dat burgers niet meer zouden moeten bloeden voor het falen van de financiële sector. Nu schuift een PvdA-minister het opkopen van SNS Reaal opnieuw af op de belastingbetaler. En dan heb ik het nog niet eens over de toegang tot het recht, dat wordt uitgehold, het afschaffen van een collectieve voorziening als de studiefinanciering of het verminderen van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.

Kort nadat in 1994 de SP voor het eerst in de Tweede Kamer kwam, sloeg bij de PvdA de ideologische onzekerheid toe. In december 1995 – tijdens de Joop den Uyl lezing – nam Wim Kok afscheid van de ideologische veren. Dat betekende volgens de toenmalige PvdA-leider een ‘definitieve verbreking met de ideologische banden met andere nazaten van de socialistische beweging’.

Sindsdien leidt de PvdA een dolend bestaan. Telkens als de PvdA regeert, voert zij een rechts beleid. Tijdens de Paarse kabinetten van premier Kok (1994-2002) werden onder meer de woningcorporaties, het openbaar vervoer en de energievoorziening geliberaliseerd en werd de zorg voor zieken, arbeidsongeschikten en werklozen steeds meer overgelaten aan de markt. Terecht zei VVD-leider Frits Bolkestein destijds: ‘Zij de premier, wij het beleid’.

Na het mislukken van Paars gingen in de PvdA stemmen op voor een meer linkse koers. Partijdenker Paul Kalma, die Kok nog had geïnspireerd om het socialisme voor altijd af te zweren (‘Socialisme op sterk water’, 1988), pleitte nu voor een terugkeer naar de klassieke sociaaldemocratie (‘Links, rechts en de vooruitgang’, 2004). Maar deze roep om terugkeer naar de eigen waarden sloeg slechts aan bij een deel van de partij.

De traditionele bestuurders in de PvdA bleven vasthouden aan hun neoliberale opvattingen. In ‘Dit land kan zoveel beter’ (2006) sprak toenmalig partijleider Wouter Bos vooral in neoliberale termen over ‘eigen verantwoordelijkheid’ en ‘welbegrepen eigenbelang’. In Balkenende III (2007-2010) werden door de PvdA de afbraak van de sociale zekerheid en de vermarkting van de zorg dan ook met volle kracht voortgezet.

Als politici telkens het ene zeggen, maar het andere doen, voedt dit het wantrouwen van mensen in de politiek. Een partij kan links zijn, of een partij kan rechts zijn, maar niet allebei tegelijk. Een partij kan niet nieuwe waarden formuleren, zonder dat dit gevolgen heeft voor het beleid. Als de PvdA rechts wil regeren, kan ze zich niet blijven verschuilen achter linkse praatjes. Als de PvdA een linkse koers wil, zal dit ook gevolgen moeten hebben voor het beleid.

Roepen om meer gemeenschapszin, maar hard bezuinigen op de zorg. Pleiten voor georganiseerde solidariteit, maar de studiebeurs afschaffen. Mensen willen verheffen, maar hard bezuinigen op kunst en cultuur. Pleiten voor bestaanszekerheid, maar de werkloosheid laten oplopen. Het kan niet allebei tegelijk.

Rutte II is een minderheidskabinet, omdat het geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer. Dat betekent dat de regering zal moeten onderhandelen met de oppositie. Als Diederik Samsom de sociaaldemocratische waarden van de PvdA nu wel serieus neemt en de koers daadwerkelijk naar links wil bijstellen, staat bij mij de deur altijd open.

Dit artikel overgenomen van www.sp.nl


Laatste publicatie van Emile Roemer

  • Het Kan Wel

    Tussen Binnenhof en buitenwereld

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (178)