681
14

Socioloog

Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Sinds januari 2011 doet hij als promovendus onderzoek naar populisme en culturele studies bij de Universiteit van Tilburg. Hij was gastredacteur van de 20e editie van het tijdschrift Open, de Populistische Verbeelding. Hij schrijft regelmatig voor boeken, bladen en tijdschriften, over stadsontwikkeling, kunst, politiek, filosofie en wat dies al niet meer zij.

De magie der militairen

Wat is toch die magische uitstraling van militairen, dat elke keer dat er ergens een rel uitbreekt, er direct stemmen opgaan om het leger in te zetten?

Een simpele oplossing voor een complex probleem: zet het leger in. Het heet het summum van daadkracht te zijn. Niet op de thee, nee. Terstond reageren, resoluut optreden, laten zien wie er de baas is, dat lijkt het idee. Nog niet zo lang geleden was het Wilders die met militaire macht de probleemjongeren van Gouda te lijf wilde. Afgelopen week legde het AD aan haar lezers voor, of in Culemborg niet beter het leger ingezet kan worden. Een kleine meerderheid vond het een prima idee.

Je vraagt je af wat men zich daarbij precies voorstelt. Tanks in de straten? Militairen met machinegeweren die hun rondes doen? Een avondklok? De lokale allochtone probleemjeugd die net als de Palestijnse jongeren, stenen gooit en er kogels voor terugkrijgt? Precisiebombardementen op de verblijfplaatsen van jeugdbendeleiders? Culemborg als tweede front na Afghanistan? Het klinkt als gekte, en dat is het ook. Maar waar komt toch dat verlangen vandaan?

Wat het inzetten van het leger in ieder geval betekent, is het uitroepen van de noodtoestand en het terzijde schuiven van de bestaande legale orde. Zoals het wikipedia lemma over de noodtoestand meldt: “tijdens een noodtoestand kan een overheid zeer slagvaardig opereren, zonder eerst toestemming over iets te vragen of overleg met inwoners te voeren”. Misschien schuilt daarin juist de aantrekkingskracht.

Overleg, bruggenbouwen, theekransjes en andere ‘softe’ manieren om met maatschappelijke problemen om te gaan, hebben immers duidelijk afgedaan. Ook in Culemborg. Smalend reageerde het weblog GeenStijl op het nieuws dat Guusje ter Horst per direct geld vrijmaakt voor drie jongerenwerkers in Culemborg:

Dankzij Guuske the Warrior Princess (PvdA) dartelen er binnenkort weer vele diefstalbegeleiders / buurtopletters / windjackvaders / tuiggoedpraters en overige incapabele softies in Culemborg rond.”

Nu is dit zoals alles op GeenStijl, enigszins tendentieus, maar het Telegraaf weblog staat niet alleen. Wat ooit enkel een rechts sentiment was, is inmiddels een mainstream opvatting geworden: de tijd van praten is voorbij. Zo werd onlangs nog Job Cohen keihard aan de tand gevoeld bij Pauw en Witteman over zijn ‘te softe’ aanpak. Zelfs binnen de PvdA is de ‘theedrinkaanpak’ van Cohen inmiddels een vreemde eend in de bijt.

Tegenover het gebrek aan sex appeal van de oude polderaanpak, staat de viriliteit van de militaire maakbaarheid. De origine van deze nieuwe maakbaarheidsgedachte kunnen we plaatsen bij George W. Bush. Want ook bij Bush viel het praten en bruggenbouwen slecht, net als de (internationale) rechtsorde hem niet beviel. Had voorheen oorlog altijd een vrij rommelig en kwalijk imago, onder Bush werd militair optreden een nieuw wondermiddel van maatschappelijke maakbaarheid. Hele samenlevingen konden met militaire middelen opnieuw worden ingericht. Een nieuw concept van oorlog was geboren, de schone oorlog met haar precisiebombardementen en blitzoperaties, ook wel verkocht als humanitaire interventie met opbouwmissies en democratische idealen. De droom van de militaire maakbaarheid is dat je zonder collatoral damage en al teveel problemen, met geweld op een snellere wijze problemen oplost, dan door eindeloos gepraat en diplomatiek gemanoeuvreer.

Een vergelijkbare militaire maakbaarheidsgedachte, lijkt ook in Nederland opgang te maken. Zie de militaire retoriek van de door de LPF geïnitieerde Rotterdam aanpak, met haar stadsmariniers, frontlijnsturing, interventieteams, task forces en safe havens. Ook hier spreekt de LPF over “gebieden waar een noodscenario, een uitzonderingstoestand met noodmaatregelen gerechtvaardigd is”. Het is de militarisering van het oude opbouwwerk, nu gedaan door politie en justitie.

De magie der militairen, dat is de paradox dat met een beroep op het herstel van de rechtsorde, diezelfde rechtsorde buiten werking wordt gesteld. Op dezelfde wijze wordt met een beroep op het gezag van de wet in Culemborg, datzelfde gezag in een oogwenk van tafel geveegd. Op dezelfde wijze is het brengen van democratie uit de loop van een geweer, enigszins een contradictie. Wat ook de doelgroep niet ontgaat.

Maar misschien is nog de grootste paradox van allemaal, dat juist in de grootste crisiszone, het levensgevaarlijke Afghanistan, militairen weer teruggrijpen op het oude repertoire. Tenslotte is ook de aanpak van de Nederlandse militairen in Afghanistan algemeen bekend geworden om haar theekransjes, het bruggenbouwen en de praatsessies met de lokale bevolking. Zijn dat ook al PvdA’ers, zou je denken? Of is praten en theedrinken toch essentiëler dan gedacht?


Laatste publicatie van MerijnOudenampsen

  • boek merijn

    De conservatieve revolte

    Een ideeëngeschiedenis van de Fortuyn-opstand

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (14)