5.404
22

Freelance journalist

Mercita Coronel is freelance journalist. Ze was hoofdredacteur van onder meer Contrast en Wereldjournalisten.nl. Auteur van 'Van Janmaat tot Jahjah. 20 jaar migranten en media'.

‘De marathon’ solliciteert naar het predikaat discriminatie

Je zou bijna denken dat de scenarioschrijvers een verkapte kritiek op de multiculturele samenleving hebben willen schrijven

‘Alleen maar nette mensen’ wordt door sommigen gezien als discriminerend. Voor dit predikaat komt eerder ‘De marathon’ in aanmerking van regisseur Diederick Koopal en de scenarioschrijvers Martin van Waardenberg en Gerard Meuldijk.

Ik verheugde mij erop: een leuke film over vier doorsnee, dikbuikige Rotterdammers die een marathon lopen om hun garagebedrijf te redden. Eerder had ik al ‘Alleen maar nette mensen’ gezien. Ik moest smakelijk om deze film lachen. Natuurlijk, sommige dingen hadden wat genuanceerder gekund. Zoals de achteloos in de film gemonteerde achtergrondfragment over een moord in Amsterdam-Zuidoost.

De film riep controverse op. De zwarte vrouw zou afgeschilderd zijn als lustobject en Amsterdam-Zuidoost als ware het een Sodom en Gomorra. Het was een nogal ‘platte’ film, maar iedereen kreeg uit de zak. Hoe anders is dit in ‘De marathon’, ogenschijnlijk geen multiculturele film.

‘Rotterdammers zijn totaal niet politiek correct’, zegt scenarioschrijver/acteur Martin van Waardenberg van ‘De marathon’ in de Telegraaf. ‘Met racisme heeft dat niks te maken. ’t Is heel simpel: in Rotterdam is iederéén gewoon een paardenlul’, aldus Waardenberg. Was het maar waar. Het evenwicht is ver te zoeken in ‘De marathon’.

De hele film door en vooral het eerste half uur zijn het vooral Youssef, de hardwerkende Egyptische werknemer – die volgens de garagebaas alleen is aangenomen op basis van subsidie omdat hij allochtoon en invalide is – en allochtonen in het algemeen die het voor hun kiezen krijgen. Er werd dan ook wat afgelachen in Pathé 10 in Amsterdam.

Later bekent de garagehouder aan Youssef dat de ‘allochtonen’-regeling slechts voor het begin van zijn dienstverband gold. Maar de punten zijn al gescoord bij Henk en Ingrid, bij wie de drie woorden ‘allochtonen en subsidie’ makkelijk in het gehoor liggen.

Youssef, een oud-marathonloper, wordt ook alleen maar geaccepteerd op het moment dat hij via zijn rijke oom Houssein voor een sponsorschap kan zorgen. Beiden worden door de baas en zijn drie vrienden aanvankelijk met ‘kamelen’ aangeduid en als dom afgeschilderd. Dat de oom wel een succesvolle garage runt, lijkt positief, maar dit zou toch te veel eer zijn voor een ‘kameel’. Houssein blijkt zijn verzekeringen niet te betalen; geen wonder dus dat hij zo’n geslaagde garage runt, is de impliciete boodschap. Een moslim die op eigen kracht en zonder de regels te schenden succesvol is? Dit gaat zelfs de fantasie van de makers te boven.

Wanneer Youssef uitlegt wat er allemaal fysiologisch komt kijken bij het lopen van een marathon, ontlokt dit de garagebaas de opmerking: ‘Voor een allochtoon ben je wel lang aan het woord’.

‘Humor van de straat’ noemen de filmmakers de uitlatingen. De film geeft onbedoeld goed weer waarom discriminatoire opmerkingen vaak zo moeilijk als zodanig zijn te bewijzen want ze worden veelal als Nederlandse humor verdedigd en allochtonen worden bij melding vervolgens lange tenen verweten of gebrek aan incasseringsvermogen.

‘In Rotterdam is iederéén gewoon een paardenlul’, zegt Waardenberg en met een sneer naar tolerant Amsterdam: ‘Gelukkig maar, want dat (politiek correcte-mc) is echt zo’n Amsterdamse grachtengordeluitvinding. Daar heb ik een rothekel aan. Wij zeggen waar ’t op staat en maken ons niet druk om allerlei gevoeligheden.’ Blijkt ‘De marathon’ en passant ook nog een anti-Amsterdam film te zijn.

Misschien was het de intentie van de film: iedereen zijn portie grofheid. Maar die intentie is niet waargemaakt. Het eerste half uur wordt eenzijdig op allochtonen afgegeven en hoewel het later minder wordt, heeft deze overdosis straathumor mij dan inmiddels zo murw geslagen, dat ik amper nog empathie kan opbrengen als de garage-eigenaar aan kanker blijkt te lijden. Moet ik nu opeens sympathie voor deze botterik voelen? De eigenaar krijgt na het slechte bericht ook plots last van genuanceerde grachtengordel uitlatingen. Weinig geloofwaardig die omslag.

Zeker, er waren enkele ‘snedige’ opmerkingen over homo’s en vrouwen, en Nederlandse volkse gewoonten werden op de hak genomen, maar het zijn vooral allochtonen die op subliminale wijze de pineut zijn in ‘De marathon’. Dit blijkt niet alleen uit de zogenaamde lollige opmerkingen over Youssef, maar ook in de bijscènes. De zoon van de garagebaas blowt zijn toekomst weg in een coffeeshop met alleen donkere bezoekers. De prostituee (een mooie rol van Georgina Verbaan overigens) waarmee een van de automonteurs is getrouwd heeft een donker kindje en ze wordt nog altijd door haar allochtone pooier met zijn bling-bling wagen misbruikt.

Je zou bijna denken dat de scenarioschrijvers een verkapte kritiek op de multiculturele samenleving hebben willen schrijven in plaats van een script over vier vrienden die een marathon willen lopen om uiteindelijk zichzelf te vinden.

De film eindigt schijnbaar positief. Youssef mag meedoen met het klaverjassen. Daar heeft hij veel voor moeten doen. Een sponsor aandragen, de vier voorbereiden op de marathon en uiteraard al jaren hard werken in de garage. Het raakt bijna aan cynisme en dit wringt. Vooral omdat de film alom wordt bejubeld als een ‘feel good movie’. Ik kan de slingers niet ophangen. Jammer, want een goede film had er zeker in gezeten. Goede spelers, leuk verhaal. Nu overheerst vooral een nare bijsmaak. Het wachten is op een film die de stereotyperingen weet te ontstijgen wanneer de multiculturele samenleving in het spel is.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)