4.868
16

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

De markt van seks

Sletvrees is een natuurlijk gevolg van de marktverhoudingen

Hoe komt het dat vrouwen met een flinkse seks-drive als sletten worden gezien en mannen niet? Dat moet een cultureel verschijnsel zijn, zegt Sunny Bergman; kijk naar de bonobo-apen, daar is het heel anders. Inderdaad hebben de bonobo-vrouwen net zo’n enorme seks-drive als de mannen. Maar bij mensen is dat niet zo. Gemiddeld hebben mensenmannen meer zin, en daar zit ‘m de kneep. Want daardoor ontstaat een markt van vraag en aanbod, waarin alle principes van een vrije markt volop hun werk doen.

Een economische markt is een markt van vraag en aanbod. Op de (hetero-)seksuele markt wordt het aanbod geleverd door vrouwen; de vraag komt van mannen, want zij hebben meer behoefte aan seks. Dat hangt samen met hun hogere testosteron-spiegel; afhankelijk van de leeftijd is de testosteron-spiegel bij mannen 5 tot 25 keer zo hoog als bij vrouwen (bij jonge mannen het hoogst).

Dat blijkt ook uit hun seks-drive en hun gedrag. Dat mannen in vragenlijst-onderzoek een hogere behoefte aan seks rapporteren en aangeven dat ze vaker aan seks denken, zou je nog kunnen verklaren met culturele normen. Dat ze naar eigen zeggen met meer partners seks hebben gehad en idealiter ook met meer partners seks hopen te hebben in de toekomst, dat zegt ook niet alles. Maar er is meer.

Mannen raken sneller opgewonden van visuele prikkels, ze beginnen sneller met seks in hun puberteit, ze zijn minder goed in staat tot onthouding en celibatair leven, ze proberen meer verschillende seksuele activiteiten uit, ze nemen meer risico’s en investeren meer tijd, geld en moeite om seks te krijgen, ze zijn ruimdenkender over allerlei soorten kinky seks, en ze masturberen meer. Masturbatiegedrag wordt door onderzoekers gezien als dé gouden standaard om iemands seks-drive te meten, omdat het niet sociaal wenselijk is om het vaak te doen, en omdat je voor deze vorm van seks (bijna) niks nodig hebt – geen geld, schoonheid, macht, goeie babbel; alleen een beetje tijd, dat is alles. Bijna iedereen kan dus zoveel masturberen als hij wil.

Ook in relaties wordt gevonden dat homo-stellen de meeste seks hebben en lesbische stellen de minste. Zij hebben een partner die gemiddeld ongeveer dezelfde behoefte aan seks heeft. Voor hetero’s is de seks vaak een compromis tussen de behoefte van de man en van de vrouw.

Op de verschillende seks-indices die ik hier noemde is er geen enkele waarop vrouwen hoger scoren. Natuurlijk zijn er wel vrouwen die net zo hoog scoren of hoger dan de gemiddelde man; en mannen die lager scoren dan de meeste vrouwen. Het is net als met lichaamslengte: de verdelingen van man en vrouw overlappen, maar gemiddeld zijn mannen langer.

Doordat mannen meer behoefte hebben, terwijl vrouwen voldoende capaciteit hebben om te leveren, ontstaat in psychologische zin een markt van vraag en aanbod: zij verkoopt, hij koopt. Hij wil meer dan zij, dus het is een verkopersmarkt: de meeste macht ligt bij de verkopers – als het om seks gaat dan. Hij kan ‘betalen’ met geld, etentjes of kadootjes, maar ook met aandacht, bescherming, luisteren naar haar verhalen of meedoen met ‘leuke dingen’.

De principes van vraag en aanbod werken hier als op elke andere markt, lieten sociaal-psychologen Baumeister en Vohs zien in een overzichtsartikel van psychologisch, antropologisch en dieronderzoek. Een voorbeeld: zijn er weinig vrouwen en veel mannen in een gemeenschap, dan is de ‘prijs’ hoger. Bij apen zie je dit terug in het feit dat mannen langer ‘groomen’ in groepen waar weinig vrouwen zijn: ze moeten meer hun best doen om de vrouwen te behagen. Bij mensen in zulke gemeenschappen zijn de rokken van de vrouwen langer (de vrouwen hoeven zichzelf minder te etaleren) en moet de bruidsschat betaald worden door de familie van de bruidegom. Zijn er meer vrouwen, dan betaalt juist de familie van de bruid en dan is de roklengte korter. Economisch bekeken is een korte rok en andere sexy kleding een marketing-tool; die heb je nodig als er weinig vraag is, hoewel je het niet moet overdrijven want daarmee prijs je jezelf af; je geeft aan dat je waar ‘goedkoop’ is.

Net als op economische markten is er concurrentie tussen de aanbieders, de vrouwen. Hoewel mannen de naam hebben dat ze competitief zijn (dat klopt; dat komt ook door testosteron), zijn de vrouwen onderling echte nijdassen als het om het verleiden van de andere sekse gaat. Vrouwen hebben een hekel aan vrouwen met sex-appeal. Vrouwelijke selecteurs bij sollicitaties benadelen seksegenoten die er leuk uitzien. En vrouwen oordelen zeer negatief over lichtzinnige vrouwen. Zulke vrouwen, die hun waar voor stuntprijzen van de hand doen, zijn immers marktbedervers, concurrentievervalsers. Sletten. Sletvrees is dus een natuurlijk gevolg van de marktverhoudingen.

Als ‘kopers’ kijken mannen daar anders tegenaan. Die praten onderling ook héél anders over zulke vrouwen. Anders dan de eerste seksuele revolutie doet vermoeden, hebben juist vrouwen er baat bij elkaars seksuele vrijheid in toom te houden. Daarom zeggen vrouwen en meisjes altijd tegen elkaar dat je jezelf niet te makkelijk moet ‘weggeven’. Net als in de OPEC houden ze daarmee de prijs op peil. Dit verklaart ook waarom vrouwen veel met elkaar praten over mannen door wie je bedonderd wordt, terwijl mannen het onderling vooral hebben over wat er allemaal voor leuks aangeboden wordt. Op deze manier proberen de verkopers de prijs hoog te houden en de kopers de prijs te drukken, stellen de onderzoekers.

Als bij andere uitwisselingsrelaties geldt het principe van ‘least interest’: degene die het minst nodig hoeft, die bepaalt wat er gebeurt. Mannen vinden bijvoorbeeld dat seks kan vanaf de tweede date, vrouwen vanaf de achtste. Feitelijk blijkt de achtste date gemiddeld het moment te zijn dat er gesekst wordt (in Amerikaans onderzoek). Ik vermoed dat dat anders ligt in andere marktsegmenten, bijvoorbeeld hoogopgeleide vrouwen in de stad, waar het aanbod aan vrouwen te groot is en de verkopers dus met z’n allen in hetzelfde kleine vijvertje vissen. In die markt valt te verwachten dat de vrouwen hun prijs verlagen – bijvoorbeeld door al na een tweede of derde date seks te hebben, en door vrijblijvende ongebonden seks ook leuk te vinden, om daarmee bindingsdriftige concurrentes te verslaan. Zijn de mannen daarentegen in de meerderheid, dan moeten zij juist wervend over de brug komen door te zeggen dat ze commitment en trouw reuze belangrijk vinden. En inderdaad blijken ‘behoeftige’ mannen dat ook te doen, op internet datingsites: daar wordt door mannen vaker gelogen dat ze op liefde en trouw uit zijn.

Bij normale man-vrouw verhoudingen hebben de vrouwen meer macht als het om seks gaat. In relaties is seks zelfs vaak het enige machtsmiddel van de vrouw. En het wordt gebruikt. Mannen weten wat ze moeten doen om haar voldoende tevreden te stellen om aan hun gerief te komen. Dat gaat meestal niet bewust en strategisch. Het is meer dat vrouwen vanzelf meer ‘in the mood’ raken als hij met het juiste ‘bod’ komt en als de relatie lekker loopt – of juist als hij overspelig dreigt te worden en de relatie onveilig wordt, want dat verandert de verhoudingen. Dan moet de vrouw aan de bak om de relatie te beschermen en hem weer aan zich te binden.

Ook al is er ondergronds een zakelijke markt aan de gang met keiharde economische wetten, kun je nog steeds in vuur en vlam staan en je er met alle passie en emotie in storten. Ook dat doen onze hormonen. Maar dat is weer een ander verhaal.

Volg Roos Vonk ook op Twitter
Een deel van dit artikel is ontleend aan een hoofdstuk uit: Liefde, lust en ellende, Roos Vonk 2013.

Bronnen:
Sexual economics: Sex as a female resource (.pdf)
Sexual economics theory (.pdf): Baumeister, R. F., Catanese, K. R., &Vohs, K. D. (2001). Is there a gender difference in strength of sex drive? Theoretical views, conceptual distinctions, and a review of relevant evidence. Personality and Social Psychology Review, 5, 242–273. 
Baumeister, R. F., & Vohs, K.D. (2004). Sexual Economics: Sex as female resource for social exchange in heterosexual interactions. Personality and Social Psychology Review, 8, 339-363.

Lust, liefde en ellende door Roos Vonk

Het laatste boek van Roos is Lust, liefde en ellende (januari 2013)

Volg Roos ook op Twitter


Laatste publicatie van RoosVonk

  • De eerste indruk

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (16)