1.950
163

Fractievoorzitter PvdD

Marianne Thieme (1972, Ede) is fractievoorzitter van de Tweede Kamerfractie van de Partij voor de Dieren. Thieme was in 2003 en 2006 lijsttrekker van de partij. Zij werkte onder meer bij B&A groep onderzoek en advies BV en de Stichting Wakker Dier.

De mens als rupsje nooitgenoeg

De vraag is niet of we ons een ander, duurzaam beleid kunnen veroorloven.We kunnen het ons niet veroorloven om het niet te doen

Lezing van Marianne Thieme, uitgesproken op het minisymposium in de Eerste Kamer ter gelegenheid van haar nieuwe bundel: Méér!

Wanneer de Partij voor de Dieren het gaat hebben over Méér! denken sommigen misschien aan meer goudvissen, meer moties of meer Kamervragen. Maakt u zich geen zorgen! Hier ga ik het over een heel ander soort meer hebben. Het meer van de mens als rupsje nooitgenoeg.

Méér is het kernthema geworden van onze samenleving: meer van alles en meer dan er is. In de afgelopen decennia van ongekende welvaart heeft het geloof postgevat dat de groei van onze economie niet alleen grenzeloos is, maar ook dé voorwaarde voor geluk en welvaart. Economie ging ooit over het voortbrengen en verdelen van schaarse goederen en middelen. Aan het einde van de 20e eeuw is dat omgeslagen in exclusieve aandacht voor geld en monetaire vraagstukken. De systeemcrisis die zich in 2008 aandiende als een bankencrisis, is nu duidelijk een monetaire crisis. Èn het is duidelijk dat we daarnaast de biodiversiteitcrisis hebben, de klimaatcrisis, de wereldvoedselcrisis en andere schaarsteproblemen die welvaart en welzijn tot in de kern bedreigen.

Wat heb je aan geld als de ijskap smelt? Houd ik mijn collega’s in de Tweede Kamer weleens voor. Maar die zitten gevangen in de logica van “eerst geld verdienen en dan pas aan het milieu denken”. Zo hoorde ik laatst een VVD-Kamerlid zeggen dat de productie van varkensvlees nooit een duurzaamheidsprobleem zou kunnen veroorzaken “omdat de varkens nooit op zullen raken”.

We hebben veel zien verdwijnen in de afgelopen jaren. Wij hebben de tijd nog meegemaakt dat de bank het toppunt van betrouwbaarheid was, dat we samen bezitter en eigenaar waren van de kabelbedrijven, de ziekenfondsen, de telefoonbedrijven en het openbaar vervoer. Dat één inkomen voldoende was voor een doorsnee woning in plaats van twee. Dat kinderen het als vanzelfsprekend beter zouden gaan hebben dan hun ouders die het weer beter hadden dan hun ouders, die dan weer wel smakelijk konden vertellen over de tijd dat een ijsje twee centen kostte, en dat waren dan nog niet eens eurocenten.

Ik wil geen verhaal houden van “weet-je-nog-wel oudje” of “vroeger was alles beter”. Maar waar we het wel over moeten hebben, is dat we in snel tempo door onze reserves heen raken en dat we zelfs de reserves van toekomstige generaties aan het opsouperen zijn. Dat is het probleem van onze generatie. Eerst zijn we in de gouden eeuw rijk geworden ten koste van mensen in andere werelddelen. Nu kopen we bikini’s bij de H&M voor 9,95 ten koste van de achterachterkleinkinderen van die mensen uit andere werelddelen. Hoe kunnen ze het ervoor doen? Dat is de meest vergaande vorm van verwondering die we daar op los laten. Maar de vraag is even retorisch als het “How are you today?” dat elke Amerikaan je vraagt.

Zou het niet geweldig zijn als er iemand zou zijn die in een boekje van pakweg 200 bladzijden een probleemanalyse zou geven van de crises van dit moment en dat liefst ook met oplossingsrichtingen. Zo’n boekje dat je in een dag uitleest als je je kwaad maakt, om daarna optimistisch en geïnspireerd aan de slag te gaan.

Geloven in ongelimiteerde groei is naïef, het beloven ervan is ronduit kwalijk. Toen Bernard Madoff als gevolg van de inzakkende beurskoersen besloot tot een vlucht vooruit in afwachting van betere tijden, speelden bij hem vergelijkbare emoties als bij de politici van nu die koortsachtig zoeken naar nieuwe groeiscenario’s. Om onvrede te sussen en voorrechten te behouden, zoals Naomi Chomsky vaststelde. Madoff zei bij zijn aanhouding: “It’s all just one big lie…basically a giant Ponzi scheme”.

Alleen groei van welvaart uitgedrukt in geld zou problemen zoals werkloosheid, begrotingstekorten of sociale zekerheidsproblemen het hoofd bieden. Zonder conventionele groei kan massawerkeloosheid niet uitblijven en is stabiele maatschappij ondenkbaar in het huidige denken. Daarom blijven politici pleiten voor groei en duurzaamheidsvraagstukken negeren.

Het heeft iets onwerkelijks om te geloven in de onzichtbare hand van Adam Smith. In multipliers en accelerators, banenmotoren en koopkrachtplaatjes… als die allemaal op hetzelfde drijfzand gebouwd zijn. Zoals een piramidespel niet kan zonder nieuwe inleg, zo kan onze economie niet meer zonder conventionele groei. Zonder groei staat alles stil. We zijn het elkaar gaan wijsmaken. We zijn er zelf in gaan geloven. We hebben de kortstondige overvloed gezien die het kan opleveren. Allemaal uitzicht op een eigen huis, een hoge hypotheek, twee auto’s voor de deur en 3 x per jaar op vakantie. Wie deed ons wat? 

Nog steeds puilen de supermarkten uit. We consumeren meer dan we op kunnen en weggooien en nieuw kopen is goedkoper dan repareren. Niemand heeft een mobiele telefoon die ouder is dan drie jaar. Waarom zou je? Je krijgt gratis een nieuwe van een nieuwe generatie bij een nieuw abonnement. Gratis als grootste leugen waar onze economie op drijft.

De hefboomwerking van de economie waarin wij zijn gaan geloven, kan twee kanten op, zoals elke hefboom. De hefboom heeft z’n werk gedaan de afgelopen jaren, maar wel de verkeerde kant op. We hebben het zien misgaan bij de winstverdriedubbelaars van Legio Lease, de Millennium versneller van Fortis, het Sprintplan, de Koersklimmer en het Hefboom “Effect” van Aegon. Wat zouden we allemaal rijk worden van het hefboomeffect en hoe anders is het uitgepakt. De hefboom heeft kapitaal overgeheveld van een grote groep mensen zonder veel bezit, naar een kleine groep mensen met extreem veel bezit, anders dan de glanzende folders beloofden.

Er bestaan geen loterijen-zonder-nieten in de wereld van het grote geld.

Overal waar groot geld gemaakt wordt, wordt vrijwel altijd meteen ook kleingeld gemaakt van de belangen van de zwaksten in de samenleving, de natuur, het milieu en de belangen van dieren. De groeiverslaving is groot en maakt ons blind voor de gevolgen.

Er is een groeiend aantal plaatsen waar geboord wordt naar schaliegas. Kost veel energie en vormt een potentieel gevaar voor de omgeving. Maar Amerika zet er vol op in, wil ook in Nederland boren en zegt zo op korte termijn onafhankelijk te worden van het Midden Oosten. Goed nieuws, de fossiele brandstoffen worden goedkoper, we kunnen weer meer en goedkoop produceren. We noemen het vooruitgang.

En we vinden dat het goed gaat als we meer vlees en zuivel kunnen exporteren vanuit Nederland. Ook al betekent dat een nog intensiever wordende landbouw met een enorme druk op de natuur, het milieu, de biodiversiteit en de leefbaarheid van het platteland. Maar het is goed nieuws, wordt ons voorgehouden. De export is gestegen. We verdienen meer geld, dus er is zicht op meer welvaart!
Robert Kennedy zei over die beperkte kijk: “Het bruto binnenlands product omvat luchtvervuiling en reclame voor sigaretten en de ambulances die op de snelwegen verkeersslachtoffers weghalen. Het rekent de speciale sloten voor onze deuren mee en ook de gevangenissen voor de mensen die ze stukmaken. Het bruto binnenlands product omvat de vernietiging van de cederwouden en de dood van Lake Superior. Het neemt toe met de productie van napalm en raketten en kernkoppen. Het houdt geen rekening met de gezondheid van onze gezinnen, de kwaliteit van het onderwijs of het genoegen dat we aan spelen beleven. Het is net zo onverschillig voor de properheid van onze fabrieken als voor de veiligheid van onze straten. Het telt niet de schoonheid van onze poëzie mee of de kracht van onze huwelijken, noch de intelligentie van het publieke debat of de integriteit van ambtenaren… het meet kortom alles, behalve dat wat het leven de moeite waard maakt”. 

We kennen wel de prijs van alles maar nauwelijks de waarde. De kwaliteit van het bestaan, zoals de leefomgeving, behoud van een schone lucht en natuur, wordt nauwelijks betrokken in onze economische definities. Marc Chavannes schreef een jaar geleden in de NRC: “Zolang we accepteren dat alle zorgen en verlangens in geld uitgedrukt worden, zitten we gevangen in eenzijdig economische logica.” Economie zou over meer moeten gaan dan over zaken waar we een prijskaartje aan kunnen hangen. Daar hebben we ook andere wetenschappelijke disciplines bij nodig.

Einstein gaf aan dat het niet voor de hand ligt problemen op te lossen vanuit dezelfde instelling als waarmee ze veroorzaakt zijn. En toch gebeurt het. Als ik met mensen naar een televisieprogramma over de economische crisis kijk, vragen ze me bijna altijd hoe het toch mogelijk is dat je vooral traditionele economen, financiële experts van banken en oud-politici van de traditionele regeringspartijen aan het woord ziet die zich opwerpen als de probleemoplossers. Dat dat toch niet logisch is, omdat het dezelfde mensen zijn die de problemen mede hebben veroorzaakt.  Ik snap de verbazing. Het is broodnodig om meer nieuwe denkers uit onder meer de wetenschap aan het woord te laten.

Sommige mensen zullen zich afvragen of de roep om verandering niet vooral voortkomt uit doemdenken. Ik zou zeggen integendeel. De doemdenker zegt: “Het zal mijn tijd wel duren!”, “we zien wel”. Doemdenkers zijn niet de mensen die aan de wieg van sociale vernieuwingsbewegingen staan.

Ik ben heel blij dat ik 15 wetenschappers bereid heb gevonden een bijdrage te leveren aan een optimistische bundel. Een bundel die afrekent met het oude Méér!, en uitzicht biedt op een nieuw Méér!, Méér! dat de kennis, innovatie, middelen en mogelijkheden  op een eerlijke manier verdeelt en zich richt op economische ontwikkeling met maatschappelijk rendement, circulariteit en kwaliteit van producten en langetermijndenken. Een Méér! dat aansluit bij de gedachte van Gandhi: dat de aarde genoeg biedt voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht.

Ik heb gezocht naar oorspronkelijke denkers die positief in het leven staan en optimistisch kijken naar de toekomst wanneer we bereid zijn om het pessimistische denken van ‘we-zullen-wel-zien-waar-het-schip-strandt’ te verlaten en te voorzien van een goede probleemanalyse en prachtige oplossingen. Wetenschappers die weten dat vernieuwingsdenken zelden met gejuich wordt ontvangen, omdat de mens van nature niet erg tot verandering geneigd is.

De bundel Méér! belichaamt een overstijgend belang dat veel verder gaat dan het programma van een specifieke partij. Deze bundel beoogt inspiratie te bieden aan alle burgers, alle politici, alle beleidsmakers, alle wetenschappers en aan elke optimist die zich niet neer wil leggen bij populisme en doemdenken.

Laten we ons niet langer focussen op de conventionele economische groei, maar op economische én persoonlijke ontwikkeling. Een circulaire economie die zich beweegt binnen de grenzen van wat de aarde aankan. Zorgen dat er geen negatieve sporen van ons leven op aarde achterblijven. Niet de korte termijn mensenbelangen centraal stellen, maar de belangen van de planeet en daaruit afgeleid de belangen van al haar bewoners.

Niet langer de vervuilers subsidiëren; niet via enorme landbouwsubsidies vanuit de EU, maar ook niet via subsidies op fossiele brandstoffen. Dat kan terugkerende miljardenbesparingen opleveren en tegelijk uitzicht bieden op duurzaam herstel. We kunnen de belasting op arbeid en belasting  op het toevoegen van waarde – de BTW –  vervangen door een Belasting Onttrokken Waarde, zoals Eckart Wintzen al in 1994 voorstelde. Zo stimuleren we hergebruik van grondstoffen en tegelijk ook de werkgelegenheid.

We moeten weten waar en hoe kleding of voedsel is geproduceerd. Dan kunnen mensen hun verantwoordelijkheid ook echt nemen. In Frankrijk is onlangs een wet aangenomen die bepaalt dat op elk landbouwproduct in de supermarkt de prijs moet staan die de boer ervoor gekregen heeft. Een goede ontwikkeling!

De vraag is niet of we ons een ander, duurzaam beleid kunnen veroorloven. Mijn stelling is dat we het ons niet kunnen veroorloven om het niet te doen.


Laatste publicatie van MarianneThieme

  • De kanarie in de kolenmijn

    co-auteur: Ewald Engelen


Geef een reactie

Laatste reacties (163)