1.063
55

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

De moeilijke relatie tussen de PvdA en de achterban

De achterban wil geen tactische analyse van wat andere partijen doen, maar een eigen verhaal waar ze zich bij betrokken voelen

Een opmerkelijk interview met de voorzitter van mijn politieke kiesvereniging: Lillianne Ploumen. Hoewel het blijkbaar gebruikelijk is om geen kritiek te hebben op de partijleiding, of die anoniem te uiten, kan ik het toch niet nalaten er een paar kanttekeningen bij te zetten.

Het interview gaat over het proces rond het standpunt van de rituele slacht, het leiderschap van Job Cohen en de standpunten van de PvdA als oppositiepartij.

Onderdeel van de discussie rond rituele slacht is het “wetenschappelijke argument” dat dieren meer lijden bij de rituele dan industriële slacht. Dit lijden kan niet worden aangetoond en de mate waarin dat lijden aanvaardbaar is kan niet wetenschappelijk worden beredeneerd, maar vergt een ander soort afweging. Toch is de PvdA-Tweede Kamerfractie (en ik lees nu, ook het bestuur) de mening toegedaan dat de rituele slacht, ten koste van grondwettelijke vrijheid moet worden afgeschaft. Het proces is fout gegaan, zegt Ploumen nu, maar nu er uitgelegd is aan de achterban waarom dit toch een goed standpunt is, is die fout gerepareerd. Immers: dierenwelzijn is de afgelopen 30 jaar belangrijker geworden.

Apekool. Overal waar het slachten door Joden onmogelijk is gemaakt, is dat met dierenwelzijn als excuus gebeurd. Dat dieren lijden bij de slacht is een feit. Maar dat een vergelijking tussen de industriële slacht en de rituele slacht ontbreekt, is kenmerkend voor de hetze tegen de rituele slacht die nu woedt.

Dat de bijeenkomsten die met de achterban georganiseerd werden om argumenten uit te wisselen nu door Ploumen gezien worden als “het uitleggen van het standpunt”, laat zien dat in ieder geval in haar ogen er geen reden was voor dialoog. Als bijkomend argument zegt ze dat de religieuze organisaties zelf pro-actiever hadden moeten zijn. Helemaal in lijn met de neiging van veel veel politici om standpunten te baseren op de wetenschap en een belangenafweging, in plaats van dat waar politiek voor is: je afvragen wat het voor de mensen betekent en een standpunt innemen.

Ten tweede was volgens Ploumen “een aanloopje” nodig om te rol van oppositiepartij te kunnen spelen. Dat kan ik me voorstellen, want nu we 21 zetels staan in de peilingen, lijkt het alsof we alleen maar kunnen stijgen. Maar dat dachten we eerder ook al. In ieder geval zal het bij een volgende verkiezing alweer mee kunnen vallen.

En waaruit blijkt dan het leiderschap in de oppositie van de PvdA? Het standpunt over de Zorg? Het Pensioenstelsel? In welk debat neemt de PvdA nu een standpunt in dat heel Nederland die de partij weer herkent? “Onze tijd komt wel weer”. Maar hoe dan? Als de interviewer vraagt naar standpunten van de PvdA komt Ploumen achtereenvolgens met de PVV, VVD en SGP, en zegt niets anders dan dat de PvdA voor “sterk en sociaal” is.

Het eerste en het laatste stuk van het interview lijken niets met elkaar te maken te hebben, maar in mijn optiek komt het op hetzelfde neer: een groot onvermogen om te herkennen wat er van de politiek verwacht wordt, en de rol van de achterban daarbij. Die verwacht juist geen tactische analyse van wat andere partijen doen, maar een eigen verhaal waar ze zich bij betrokken voelen. Juist geen “uitleggen”, maar gezamenlijk een politieke afweging maken. Juist geen postmodern praatje over dierenrechten, maar opkomen voor de rechten van minderheden en voorkoming van een dictatuur van de meerderheid. Juist geen meel in de mond, maar prioriteiten en standpunten.

En om te beginnen dat we met 21 zetels in de peiling, en met pas over 3 jaar verkiezingen nu de kans hebben om de partij weer professioneel te laten functioneren, prioriteiten te vinden en ze uit te spreken, en te investeren in de van oudsher bestaande netwerken en nieuw leiderschap. 

Onder Ploumen heeft de PvdA op rij vijf verkiezingen verloren. En na iedere verkiezing viel het mee, omdat het erger had kunnen zijn. Hoe erg moet het dan nog worden? Hoe erg kan het nog worden?

Dit artikel is overgenomen van het weblog Baruch Blogt

Geef een reactie

Laatste reacties (55)