2.812
26

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

De Nederlandse bankentop bestaat uit onbekwame zakenlieden

Je kunt je afvragen of geld wel veilig is in de handen van de bankiers

‘Dijsselbloem gaat zonder kleerscheuren naar huis’, kopte de website van de Volkskrant donderdagnacht. Een andere uitslag was niet te verwachten. In de Tweede Kamer is een toneelstuk opgevoerd waarvan de voor het publiek onbevredigende afloop bij voorbaat vast stond. De bankiers speelden de vermoorde onschuld. De kamerleden brachten de verontwaardiging onder woorden die zij bij hun achterban vermoedden, de minister tenslotte nam zo kort na de paasdagen de rol van Pilatus op zich: hij waste zijn handen in onschuld en kwam daarmee weg. Toen viel het doek en over een paar dagen is iedereen alles vergeten. Dan gaan de bankbestuurders in stilte hun gang net zoals Sjoerd van Keulen, die kort na de redding van de door hem naar de ondergang gevoerde SNS-bank een week of wat de gebeten hond was maar nu in stilte en ongestoord geniet van zijn miljoenen: hij hoeft zich geen zorgen te maken over opheffing van zijn functie met de bijbehorende kansloosheid op de arbeidsmarkt. Hij niet. En ook Dijsselbloem is de dans ontsprongen.

Begoocheling
Wat ons werkelijk overkomt, wordt treffend geschetst in het volgende citaat:
“Het beursspel onttrekt talenten en kapitalen aan de degelijke nijverheid, en wanneer de begoocheling geweken is, wordt ook ten opzichte van die soort van ondernemingen welke voorwerp van speculatie zijn geweest, de bestaan hebbende opgewondenheid door evenredige lusteloosheid gevolgd”.

Het komt uit een advies over investeringsbanken, uitgebracht door de Nederlandsche Bank op 22 augustus 1856. Men vreesde op  de Oude Turfmarkt – daar zat DNB toen nog – té dat het eerst uit de hand zou lopen waarna  overvoorzichtigheid plaats maakte voor roekeloosheid zodat ook voor goede en haalbare ideeën nergens meer financiering te vinden zou zijn. Ongeveer zoals we het sinds 2008 meemaken.

Enghartig conservatisme
Niet dat de presidenten van de Nederlandsche Bank honderdvijftig jaar terug zo’n profetische blik hadden. Deze waarschuwing kwam eerder voort uit enghartig conservatisme. Investeringsbanken deden denken aan de onbekookte leringen van Henri de Saint-Simon, die te boek stond als een socialist. Saint-Simon durfde te beweren dat de overdracht van kapitaal door middel van erfenissen niet deugde. Als rijkdom overging van vader op zoon, bleef teveel talent onbenut. Wie arme ouders had maar goede plannen, kon die immers niet financieren. Saint-Simon bepleitte dan ook de oprichting van banken die met het geld van spaarders tegen matige rente nieuwe bedrijven en zakelijke activiteiten financierden. Zo zouden kapitaal en ondernemingszin elkaar ontmoeten ook als er geen vette erfenis klaar lag én – betoogde Saint Simon – werden maatschappelijk succes en rijkdom deelachtig  aan wie het verdiende, aan wie er voor werkte, aan wie prestaties leverde. Niet uitsluitend aan de slampampers die toevallig met een gouden lepel in de mond geboren waren. In Saint Simons  ogen waren banken instrumenten van emancipatie en democratisering.

Zo’n samenleving – die naar kennen en kunnen kijkt, niet naar afkomst en het lidmaatschap van het juiste studentencorps – lachte de president van de Nederlandsche Bank in 1856 niet toe. Huu, dat was socialisme. Daarom zag hij al die beren op de weg. En riep hij visioenen op van ongeremde bankdirecteuren die het te druk hadden met zichzelf en elkaar te feliciteren om nog oog te hebben voor het degelijk bedrijfsleven.

Gelijke kansen
Wat de Nederlandse politici in meerderheid van banken verwachten, heeft erg veel met het ideaal van Saint-Simon te maken. Het horen  instrumenten te zijn van gelijke kansen. Zij zorgen dat het kapitaal daar terecht komt waar gewerkt wordt aan vernieuwing, aan groei, aan het scheppen van werkgelegenheid. Dat kan alleen als de raden van bestuur een zeer gevoelige antenne hebben voor wat er in de samenleving allemaal leeft en streeft, van de kansen en de bedreigingen, van de psychologie, van de geest onder het volk om maar eens een ouderwets woord te gebruiken. Een bank functioneert alleen optimaal als er wederzijds vertrouwen bestaat ten opzichte van andere sectoren van de maatschappij. Anders ontstaat of de speculatiezucht of de lusteloosheid.

Door hun neiging zichzelf te belonen hebben zowel de top van ABN/AMRO als die van ING laten zien dat zij niet over zulk een antenne beschikken. Zij hebben géén idee van wat er in de maatschappij leeft. Zij waren dan ook oprecht verrast door alle commotie. Net als de kamerleden van de regeringspartijen die  wellicht hoopten dat de burgers zich af zouden laten leiden door het geweld in de trein en de dreiging van de jihad.

Kwaal
Dat zo breed gegispte graaien is het symptoom, niet de kwaal zelf. Dit is de werkelijke, in de kamerdebatten door boosheid voor de Bühne opnieuw ondergesneeuwde problematiek: de leiders van twee voor Nederland essentiële banken hebben laten zien dat zij niet berekend zijn voor hun taak. Het zijn onbekwame zakenlieden. Dat geeft die waarschuwing uit 1856 nieuwe actualiteit. Door hun geringe inzicht in wat er werkelijk aan de hand is, zullen deze raden van bestuur ongetwijfeld de situatie ook op andere punten verkeerd inschatten. Je kunt je afvragen of je geld wel veilig is in hun handen.

Beluister dit opiniestuk hier.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (26)