3.893
61

Student Social Sciences UvA

Djoeke Ardon (23) doet de research master Social Sciences aan de UvA en is geïnteresseerd in vrouwelijke migratiestromen. Zij vraagt zich af hoe geglobaliseerde huishoudelijke hulp verenigd kan worden met het feminisme.

De Nederlandse vrouwenbeweging helpt de onderklasse niet

Moderne feministen focussen zich op het emanciperen van één groep, niet geheel toevallig de groep met de meeste privileges

Het feminisme is af, zeggen veel mensen. Tegelijkertijd ervaren vele vrouwen nog allerlei problemen gerelateerd aan gender. In Nederland gaat de discussie vaak over vrouwen aan de top en het glazen plafond. Echter, hierbij worden belangrijke dimensies over het hoofd gezien. Om dit verder uit te leggen eerst even een korte geschiedenis van het feminisme. En ja, excuus, die ruikt naar okselhaar en verbrande BH’s.

De tweede golf binnen het feminisme gebruikte de slogan dat ‘het persoonlijke’ politiek is. Hiermee werd bedoeld dat de persoonlijke of private ruimte (‘thuis’) geen neutrale ruimte is, maar een ruimte die politiek is ingericht. Kort gezegd: vrouwen doen het huishouden en baren de kinderen (in de private sfeer) en mannen verdienen het geld (in de publieke sfeer).

De tweede golf richtte zich op het aanvallen van het private, maar het heeft er voor gezorgd dat ook vrouwen zich nu in het publieke domein zijn gaan bewegen. Steeds meer vrouwen gingen studeren en werken. Ontzettend goed, natuurlijk, maar het betekent niet dat het private niet meer politiek is. Want wie doet aan het eind van de dag de afwas?

Het persoonlijke is nog steeds politiek
Zorgen, koken en huishoudelijk werk wordt, hoe optimistisch we ook zijn, nog steeds gezien als een vrouwentaak. Vaak klagen full-time werkende vrouwen over het feit dat ze naast hun werk ook nog de kinderen moeten opvoeden en het huishouden moeten doen.

Echter, het persoonlijke is nog politieker dan de tweede feministische golf wilde toegeven. Want is het echt zo dat het huishouden altijd door de vrouw is gedaan? Is het huishouden een soort collectieve last die alle vrouwen op dezelfde manier moeten dragen?

De onderklasse draagt de last
Als we het witte middenklasse feminisme mogen geloven, wel. Maar als we naar de geschiedenis kijken, zien we dat het huishouden, het vieze, minderwaardige werk, altijd door bepaalde vrouwen werd gedaan. In Europa bijvoorbeeld door arme dienstbodes uit de onderklasse, die voor een hongerloontje en zonder echte arbeidscontracten moesten werken voor rijke dames, die zich daardoor niet zelden met belangrijkere zaken zoals het feminisme konden bezighouden. Het huishouden was niet een zaak voor alle vrouwen, het was een zaak voor vrouwen uit de onderklasse. Dit was niet iets wat feministes in de achttiende of negentiende eeuw als een probleem zagen. Zij richtten zich expliciet op het emanciperen van de bovenklasse, en zagen ‘het dienstbodenprobleem’ met name als een probleem wat door de socialisten moest worden opgelost, oftewel, als een klassenprobleem.

Als we naar Amerika kijken, zien we dat het huishouden altijd geracialiseerd is geweest. Denk aan het beroemde boek (of de film) The Help, waar zichtbaar wordt hoe de arme, zwarte vrouwen de huizen van rijke witte vrouwen schoonmaakten en witte kinderen opvoedden, ten koste van hun eigen huizen en eigen kinderen.

De tweede golf hielp de onderklasse niet
Niet alle vrouwen dragen de last van het huishouden op dezelfde manier. En dat is allesbehalve opgelost na de tweede feministische golf. Bridget Anderson publiceerde in 2000 een boek waarin ze liet zien hoe de feminisering van de arbeidsmarkt hand in hand gaat met een enorme vrouwelijke migratie uit derde wereldlanden. Vele, vaak hoog opgeleide vrouwen uit Azië en Afrika, migreren naar Europa om de zorgtaken van westerse vrouwen over te nemen. Zij worden meestal niet erkend als werknemer (net als de dienstbodes en helps uit de geschiedenis), waardoor zij zonder rechten, zonder pensioenopbouw, zonder volledig loon en compleet afhankelijk van hun werkgeefster, huishoudelijk werk uitvoeren. De situaties waarin deze huishoudelijke hulpen verkeren, zijn vaak schrijnend. Inderdaad, dit lijkt verdacht veel op de praktijken uit de negentiende eeuw waarvan iedereen zegt dat ze zijn uitgebannen.

Huishoudelijk werk is dus niet alleen een vrouwenprobleem, het is ook een etnisch en klassenprobleem. Een typisch intersectionele kwestie dus. Toch zijn moderne feministen vaak niet erg begaan met het lot van deze vrouwen. Zij focussen zich op het emanciperen van één groep, niet geheel toevallig de groep met de meeste privileges. Hierbij hebben zij niet fundamenteel de rolverdeling tussen mannen en vrouwen weten uit te dagen, waardoor het uiteindelijk nog steeds vrouwen zijn die de afwas doen. Huishoudelijk werk is geglobaliseerd en geoutsourced naar vrouwen met minder privileges.

De hoogopgeleide witte vrouw onderdrukt zelf
Ongeveer een jaar geleden las ik alle beleidsstukken, visies en plannen van alle vrouwenbewegingen in Nederland. Dit leidde tot de treurige conclusie dat geen enkele vrouwengroep serieuze pogingen doet om de rechten van deze huishoudelijk werksters te verbeteren, of om de huidige geglobaliseerde rolverdeling te problematiseren.

Deze groep vaak onzichtbare en ongeregistreerde vrouwen doet het huishoudelijk werk zoals het altijd door ongeprivilegieerde vrouwen is gedaan, nu niet alleen onderdrukt door het patriarchaat, maar ook door de hoogopgeleide witte vrouw. Dit zijn de complexiteiten die het feminisme van nu zou moeten erkennen en problematiseren, maar op het moment vrijwel niet doet. Ik maak me niet populair door dit te zeggen, maar vrouwen zijn geen allies, of ‘zusters’. Ze onderdrukken elkaar. De hedendaagse vrouwenbeweging kijkt er te vaak van weg in haar poging de witte vrouw te emanciperen. 

Dit artikel verscheen eerder op Stellingdames

Geef een reactie

Laatste reacties (61)