411
7

Directeur Amnesty International

Eduard Nazarski is sinds maart 2006 directeur van Amnesty International, afdeling Nederland. Hij werkte 15 jaar bij VluchtelingenWerk Nederland, waar hij eerst verantwoordelijk was voor de ondersteuning van vluchtelingen en later voor de beleidsbeïnvloeding. De laatste 6 jaar van zijn dienstverband was hij er algemeen directeur. Nazarski was tot zomer 2008 voorzitter van de European Council on Refugees, een samenwerkingsverband van 65 NGO's in 28 landen in Europa.

De nieuwe regering moet meer controle op Shell uitoefenen

Nederland moet voorkomen dat bedrijven betrokken raken bij mensenrechtenschendingen

De Nigerdelta is de afgelopen vijftig jaar veranderd in een vervuild, verarmd en conflictueus gebied, en Shell heeft daaraan een belangrijke bijdrage geleverd.
Met de mond belijdt Shell een maatschappelijk verantwoord bedrijf te zijn, dat bewoners betrekt bij beslissingen die gevolgen voor hun bestaan hebben. In de Nigeriaanse praktijk komt daarvan weinig terecht.

Wie de uitzending van Zembla van afgelopen week over de rol van Shell in Nigeria heeft gezien zal weinig twijfels hebben over de desastreuze gevolgen van de oliewinning in de Nigerdelta. Wie het rapport van Amnesty International ‘Nigeria: Petroleum, Pollution and Poverty’ heeft gelezen weet hoe ontwrichtend een onzorgvuldig opererend oliebedrijf kan zijn voor omwonenden.

De Nigerdelta is de afgelopen vijftig jaar veranderd in een vervuild, verarmd en conflictueus gebied, en Shell heeft daaraan een belangrijke bijdrage geleverd. Met de mond belijdt Shell een maatschappelijk verantwoord bedrijf te zijn, dat bewoners betrekt bij beslissingen die gevolgen voor hun bestaan hebben. In de Nigeriaanse praktijk komt daarvan weinig terecht.

De boeren en vissers, die voor hun bestaan afhankelijk zijn van de natuur, voeren een gevecht als David tegen Goliath om de meest elementaire zaken, zoals schoon water, gezondheid en de mogelijkheid een inkomen te kunnen verwerven. Zij worden in hun belangen niet alleen genegeerd door een corrupte overheid, maar ook door het gerenommeerde Shell. Het bedrijf maakt misbruik van gebrekkig toezicht op de oliesector, een probleem dat zich veel voordoet in arme landen. Zonder inspraak, zonder informatie over wat er in hun woongebied gebeurt en zonder een eerlijke toegang tot het recht staan de bewoners met lege handen.

De vraag is nu wie Shell tot beter gedrag kan aanzetten. Enerzijds zijn dat de aandeelhouders. Amnesty International bood onlangs 175.000 handtekeningen aan Shell-topman Peter Voser aan tijdens de aandeelhoudersvergadering, met de oproep om bewoners, geheel volgens de business principles van Shell, structureel te gaan informeren over de effecten van Shell-activiteiten in de Nigerdelta. Dit is een eerste, belangrijke stap op weg naar een grootschalige opruimactie, omdat onduidelijkheid tot veel conflicten leidt.

Amnesty vroeg om documenten die beweringen en cijfers van Shell kunnen staven. Het gaat daarbij om milieu-effectrapportages, maar ook om onderbouwing van het sabotagecijfer. Sabotage wordt de laatste jaren steeds als belangrijkste reden voor de vervuiling opgevoerd, waarbij het bedrijf voorbijgaat aan het feit dat Shell al vijftig jaar lang slecht onderhoud pleegt aan pijpleidingen, afval dumpt, gas affakkelt, en waterwegen drooglegt. De sabotagecijfers zijn echter sinds jaar en dag in mist gehuld.

Voser nam de handtekeningen netjes in ontvangst, maar kort daarna waste hij zijn handen in onschuld door de aandeelhouders voor te houden dat maar liefst 98% van alle olielekkages in de Nigerdelta het gevolg waren van sabotage. Nadat lange tijd een sabotagecijfer van 85% werd aangehouden, werd het percentage voor 2008 verlaagd naar 50% en voor 2009 ineens weer verhoogd naar dit cijfer van Noord-Koreaanse proporties: 98%.

Transparantie over hoe dit cijfer tot stand komt is er niet, zelfs niet bij de Nigeriaanse instelling die controleert hoe de lekkages ontstaan en moet toezien op de oplossingen. Aandeelhouders weten dit niet, of laten zich graag in slaap sussen, dus van hen lijkt niet veel actie te verwachten.

Een tweede groep die invloed kan uitoefenen zijn de investeerders van Shell: de banken en pensioenfondsen die het bedrijf hun geld toevertrouwen. Amnesty International vindt dat deze instellingen, zoals ABP, ING en Aegon, hun invloed bij Shell moeten gebruiken door van het bedrijf te vragen de eigen Business Principles na te leven. Op hun beurt kunnen consumenten deze instellingen weer aansporen Shell hierover dicht op de huid te blijven zitten.

Last but not least is er de Nederlandse overheid. De Nederlandse ambassade in Nigeria heeft Amnesty verteld dat zij er vooral was om de belangen van Shell te verdedigen. Nederland besteedt daarnaast zo’n anderhalf miljoen euro aan op zich welkome projecten zoals mensenrechtentrainingen. Dat zijn goede stappen, maar het raakt niet de kern van onze kritiek: Nederland moet voorkomen dat bedrijven betrokken raken bij mensenrechtenschendingen.

Amnesty heeft sterk de indruk dat de ambassade deze projecten vooral om interne politieke redenen financiert. Zo kan in Nederland de indruk worden vermeden dat alleen Shell wordt gesteund. Ook parlementariërs lijken dus in slaap te worden gesust.

De ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken hebben de conclusies over de Nigerdelta van Amnesty International “nadrukkelijk” op tafel gelegd tijdens hun gesprekken met Shell, zo vernam Amnesty. Daarbij gaan de gesprekken over vrijwillige bedrijfscodes, over OESO-richtlijnen die, vertaald in Business Principles, ook in Nigeria gelden. En die zien er op papier prima uit. 

Minister Verhagen heeft zich graag laten overtuigen dat deze ook in de praktijk goed uitpakken, zo bleek ook uit het overleg met de Tweede Kamer over maatschappelijk verantwoord ondernemen op 11 februari 2010. De minister noemde Shell toen een “voorloper” op dat terrein en zei: “Wij hebben geen signalen dat men zich er niet aan houdt. Integendeel, men lijkt die voortrekkersrol nog steeds te hebben.”

De uitzending van Zembla zou zowel voor de demissionaire als de komende regering een wake up call moeten zijn. Vrijwillige bedrijfscodes op papier voldoen niet langer. In een nieuwe regeerperiode zou Nederland er werk van moeten maken om wetgevende of bestuurlijke maatregelen te treffen, zodat vanuit Nederland opererende bedrijven in het buitenland niet langer bij schendingen van mensenrechten betrokken zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)