6.641
444

Journalist

De noodzaak van islamkritiek

Niet vanwege jihadisten in Syrië, niet vanwege aanslagen in Boston, maar vanwege de alledaagse praktijk in ons land

Halima Boutahar is een dappere vrouw. Waarom? Omdat zij weigert nog langer mee te doen aan een geloof dat haar als vrouw onderdrukt en als mens onderwerpt. Halima is een afvallige, een woord dat niet meer van onze tijd lijkt, maar dat onder veel moslims nog steeds geldt als een stigma van de allerergste orde. Zo erg, dat het tot doodsbedreigingen leidt en tot erger kan leiden.

Het verhaal van Halima Boutahar is te lezen in de Volkskrant van dit weekend. Het portret (geschreven door Janny Groen) leest als een nachtmerrie. Of liever een eindeloze keten van nachtmerries. Halima werd mishandeld en betast door de imam van haar Koranschool,  intolerantie – om niet te zeggen haat – tegenover joden en ongelovigen (nog zo’n prachtig en verschrikkelijk anachronisme) werd met de paplepel ingegoten.

Iedere vorm van ontluikende seksualiteit tijdens haar puberteit (interesse voor kleding en make-up, laat staan jongens) werd letterlijk met harde hand de kop in gedrukt. Toen Halima’s oudere zus het niet meer pikte werd zij verstoten door haar familie. Op vakantie in Marokko werd Halima acht maanden achtergelaten door haar vader en terug in Nederland werd zij, net 18 jaar oud, uitgehuwelijkt aan een haar onbekende man voor wie zij alleen afkeer voelde en die tot overmaat van ramp ook nog eens in hoog tempo radicaliseerde.

Dochtertje
Omdat Halima een ander leven wilde voor haar dochtertje, ontvluchtte ze haar echtgenoot, haar oude leven en uiteindelijk ook haar geloof. Meer dan haar gewelddadige vader houdt zij de islam verantwoordelijk voor haar verschrikkelijke jeugd. Haar vader wist niet beter dan dat hij handelde zoals Allah en Zijn Profeet hem dat opdroegen, waarin hij werd gesteund door medegelovigen in de moskee, preken van de imam en teksten uit de Koran.

Nu wordt Halima bedreigd. Zoals ontelbare ‘afvalligen’ worden bedreigd. En dan leeft zij nog in Nederland, een land waar je niet  – zoals in bijna alle islamitische landen op aarde – de gevangenis in gaat (of erger) wanneer je besluit niet meer deel uit te willen maken van de oumma, de moslimgemeenschap. Maar dat is het haar waard.

Moslimhaat
Islamkritiek en moslimhaat zijn overlappende begrippen, hoor ik de laatste tijd met enige regelmaat. Ook op deze site verkondigt Nourdeen Wildeman die mening. Er is zelfs speciaal een woord voor uitgevonden: islamofobie. Verrassend is het niet: islamisten (mis de letter S niet in dat woord) zullen er alles aan doen om iedereen die het waagt kritiek te hebben op hun geliefde geloof af te schilderen als haters, foben of racisten. 

Alsof de strijd tegen ongelijkheid van vrouwen, homohaat en antisemitisme je tot een racist maakt. Alsof kritiek op een geloof dat – wanneer het door een meerderheid wordt aangehangen – in geen land op aarde samengaat met vrijheid en democratie, gelijk staat aan de bizarre retoriek van Geert Wilders.

Fundamentalistische moslims in Nederland hebben de rechtspopulisten hard nodig als bliksemafleider en proberen naarmate de herinnering aan de moord op Theo van Gogh vervaagt, critici monddood te maken. Andersom gebruikt de PVV-leider de islamisten voor zijn eigen politieke gewin in een ijzingwekkende, zieke symbiose tussen gezworen vijanden die beseffen zonder elkaar geen bestaansrecht te hebben.

Jihadisten
Halima Boutahars verhaal is dat van een Nederlandse vrouw anno 2013. Zolang dit verhaal geen uitzondering is, is kritiek op de islam niet alleen volledig legitiem, maar vooral ook hard nodig. We hoeven niet eens te kijken naar de polderjihadisten die straks terug uit Syrië gevechtservaren, gehersenspoeld en stijf staand van de PTSD in en op Nederland worden losgelaten. We hoeven zelfs niet te leren van het radicaliseringsproces van Tsjetsjenen in de VS die er geen enkele moeite mee hebben een rugzak met een bom erin achter de rug van een 8-jarig kind te plaatsen.  Dit zijn uitwassen, extreme uitingen van de soort religieuze waanzin waar slechts sociopaten en andere geboren verliezers aan lijden.

Zolang wij maar niet de ogen sluiten voor het lot van de duizenden Halima’s in Nederland en haar miljoenen zusters wereldwijd. Levend in de anonimiteit van wat als “normaal” wordt beschouwd en geaccepteerd of waarover angstvallig wordt gezwegen uit politieke correctheid.  Als kritiek op een geloof dat onvrijheid, intolerantie en geweld propageert of op zijn minst in stand houdt,  gelijkstaat aan racisme, haat of fobie, laten we dan allemaal haters, foben en racisten worden. In dat geval zal ik de eerste zijn die deze rotwoorden als eretitel wil dragen.

Volg Bart Schut op Twitter

Lees ook de reactie van Han van der Horst: Nederland kent geen islamkritiek

Geef een reactie

Laatste reacties (444)