1.593
6

Tweede Kamerlid SP

Eric Smaling (1957) studeerde bodemkunde en bemestingsleer in Wageningen. Hoogleraar duurzame landbouw. Hij is voormalig Eerste Kamerlid (Onderwijs, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, Milieu en Internationale betrekkingen) en sinds mei 2013 Tweede Kamerlid voor de SP

De Omgevingswet van Melanie Schultz: oude wijn of extreme make-over?

De minister moet ambitieuzer zijn dan puur het bereiken van procesversnelling

Op 1 en 8 juni wordt in de Tweede Kamer de Omgevingswet behandeld. Een complete basisschoolklas aan wetten wordt bijeengeharkt en in één wet ondergebracht, inclusief alle normen, grenswaarden en regels die hier bij horen. Voor de relatieve buitenstaander is het niet iets om meteen wakker van te liggen. Toch kan deze kolossale wijziging van het omgevingsrecht aangegrepen worden om het vrij abstracte begrip ‘ruimtelijke ordening’ dichter bij de mensen te brengen

Nederland heeft een goede staat van dienst op het gebied van ruimtelijke ordening. Dat kan geen kwaad met bijna zeventien miljoen mensen op 33.000 vierkante kilometer landoppervlak, ofwel drie inwoners per voetbalveld. Sommige Oude Meesters en de Haagse School lieten hun liefde voor het landschap al blijken, in de 19e eeuw kregen we een Mijnwet en een Kadaster en sinds 1901 hebben we een Woningwet, die structuur bood in de gebouwde omgeving.

Planologische gedachte
Na de oorlog sloeg de planning definitief toe met een hele serie Nota’s Ruimtelijke Ordening. Purmerend, Zoetermeer, Spijkenisse en Nieuwegein spreken misschien niet meteen tot ieders verbeelding, ze zijn wel gevormd door een periode waarin men vond dat grote steden het best ontlast konden worden door ‘overloopgemeenten’. Stadse mensen konden zo hun driehoog-achter inruilen voor laagbouw met een tuintje. In de Vinex-periode was de overtuiging dat men beter dicht tegen de stad aan kon blijven wonen (Leidsche Rijn, Vathorst, IJburg) en nu zijn we via de ‘historiserende’ bouw (zoals Haverleij in Den Bosch, Brandevoort in Helmond) in de fase van ‘zelfrealisatie’ terecht gekomen (o.a. Almere).

Helemaal los van wat we mooi of lelijk of succesvol of een mislukking vinden: aan alles lag een planologische gedachte ten grondslag. Tussen de bedrijven door werd de grondmarkt open gegooid, gingen gemeenten zelf actief aan de slag met grondverwerving en verdienden projectontwikkelaars een godsvermogen door slim te handelen in grond en vastgoed. Toen de crisis uitbrak in 2008 bleken vraag naar en aanbod van koopwoningen, bedrijventerreinen, kantoren en winkeloppervlak mijlenver uit elkaar te liggen, met als resultaat enorme leegstand, één miljoen woningeigenaren met een hogere hypotheek dan de waarde van het huis en gemeenten die voor miljarden in de rode cijfers belandden vanwege onverkoopbare grond en rentelasten. Apeldoorn, nota bene thuishaven van het Kadaster, spande de kroon en werd onder curatele gesteld.

Kwaliteit van omgeving
Ruimtelijke ingrepen, onder en boven de grond, houden mensen in toenemende mate bezig, de gaswinning en de plaatsing van grote windturbines voorop. Naast de normale burenruzies rond een te hoge aanbouw of een bedorven uitzicht waar we Frans Bromet of de Rijdende Rechter op afsturen wordt het nieuws vaker dan ooit beheerst door ingrepen in stad, dorp of buitengebied. Zoutwinning, dreigende schaliegasboringen, injectie van afvalwater, mijnwater dat niet meer wordt weggepompt, nieuwe routes voor goederenvervoer over spoor, intensieve dierhouderij met bijbehorende ziektes en megastallen, hoogspanningsleidingen, extra geulen in Rijn en Waal om de rivier de ruimte te geven, natuurgebieden die zo streng beschermd worden dat in het gebied rondom nergens meer een vergunning voor te krijgen is: overal is reuring.

Dat geldt zelfs voor krimpregio’s met dorpen waar de laatste school, pinautomaat, kerk en café dichtgaan, een belangrijk bedrijf verkast en overheidsdiensten worden teruggehaald naar de Randstad. Het is niet alleen kommer en kwel. Er zijn talloze positieve voorbeelden, waar de kwaliteit van de omgeving er juist op vooruit is gegaan, door eigen actie van burgers en bedrijven, door goed lokaal of provinciaal bestuur, of een combinatie. Maar vaak ook passen initiatieven niet in het bestemmingsplan en durft een gemeente geen omgevingsvergunning af te geven uit vrees te worden teruggefloten door de rechter of een hogere overheidslaag.

‘Bestemd’
In Nederland is elke vierkante meter ‘bestemd’ en ligt er een dikke deken van wet- en regelgeving over het gebruik hiervan: tracéwet, natuurbeschermingswet, wet milieubeheer, wet ruimtelijke ordening, wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waterwet, crisis- en herstelwet,, etc. etc. Beetje veel van het goede? Dat is een politieke vraag. Minister Schultz van Haegen benut haar ambtstermijn om zich van een hoop ballast te bevrijden. Geheel volgens het liberale gedachtengoed is haar insteek burger en bedrijf zoveel mogelijk te vrijwaren van vergunningsdruk en paarse krokodillen. Haar boodschap: het is een onoverzichtelijke brij van wetten en regels geworden, het past niet bij deze tijd en alles duurt veel te lang. Het moet sneller, eenvoudiger en beter. De minister wil betere afwegingen kunnen maken tussen ‘benutten’ en ‘beschermen’. Dat is mooi, maar kan het ook? En wint het kwantitatieve doel, uitgedrukt in economisch gewin, het niet te makkelijk van zachte waarden als biodiversiteit en gezondheid. Waarbij zelfs schone lucht, zachte waarde bij uitstek, aantoonbaar goed is voor de economie vanwege lagere zorgkosten en lager ziekteverzuim.

Het is te prijzen dat de minister haar ambtstermijn benut om op een fundamentele manier naar een belangrijk beleidsterrein te kijken. Want dat het simpeler kan met die wetgeving: ongetwijfeld. Het risico bestaat niettemin dat Schultz van Haegen de voornaamste winst ziet in het verminderen en versoepelen van regels, het tempo draaien met vergunningverlening en besluitvorming en het verplaatsen van verantwoordelijkheid naar provincie en gemeente. Tegen dat laatste is op zich geen bezwaar, maar er blijft regie op nationaal niveau nodig, domweg omdat bestuurders en raads- en statenleden op die andere niveaus vaak niet over de grenzen van het eigen grondgebied kijken. Kortom, de minister moet ambitieuzer zijn dan puur het bereiken van procesversnelling. Hoe zou dat kunnen?

Vijf tips
1. Zorg dat vraag en aanbod in balans is. We kijken terug op een periode waarin een enorm overaanbod is ontstaan van bouwgrond voor (dure) koopwoningen, bedrijventerreinen, kantoren en winkeloppervlak. ‘De markt’ regelt dit niet, is de duidelijke conclusie en veel gemeenten zitten met een enorme schuldenberg vanwege onverkoopbare grond en leegstaand vastgoed. Uiteindelijk trekt de burger hier weer de portemonnee doordat bijvoorbeeld de Onroerende Zaak Belasting wordt verhoogd of doordat er wordt bezuinigd op het straatonderhoud in buitenwijken.

2. Doe niet of je overal alles tegelijk kunt doen en dat alleen win-win situaties oplevert. Je kunt drinkwatervoorziening, natuurontwikkeling en recreatiemogelijkheden vaak goed combineren, maar uw hoge schutting is mijn verdwenen zon in de tuin. Uw megaoutletcentrum is mijn faillissement als winkelier in de aangrenzende kern. Uw windturbine van 200 meter hoogte in mijn achtertuin is mijn verlies aan nachtrust en woningwaarde. Bewaak de balans.

3. Houd strenge normen aan op ziekmakers (zoals fijnstof, uitlaatgassen, onkruidverdelgers, vervuild drinkwater, overspringende virussen uit de intensieve dierhouderij) en gekmakers (zoals stank, lawaai, trillingen, onnodig verpeste uitzichten en barrières) en zie er op toe dat ze worden nageleefd. Zorg dat er voldoende handhavers zijn en dat mensen die dit vak beoefenen voldoende waardering krijgen.

4.Zorg dat de inspraak en rechtsbescherming goed verankerd blijft in de wet en maak de burger duidelijk welke rechten en plichten er zijn, van individuele kwesties als het plaatsen van zonnepanelen of het kappen van een boom in de achtertuin tot collectieve zorgen om het volbouwen van Zeeland met vakantiehuisjes, besluiten rond de plaatsing van windmolens en het gebruik van de Waddenzee. Zorg bij die laatste groep dat het begrip ‘belanghebbende’ niet te eng gedefinieerd wordt, zodat bezorgde burgers zich ook via een actiegroep of niet-gouvernementele organisatie kunnen laten horen.

5. Maak Ruimtelijke Ordening meer van de mensen, het begint namelijk bij je voordeur en eindigt bij de smeltende ijskap of de plastic soep in de oceaan. Ontsaai het onderwerp en sta meer toe waar dat kan. Van jargon als bovenplanse verevening en rijkscoördinatieregeling zakt de mensen de broek af. Gebruik termen en voorbeelden die mensen (en zeker ook kinderen) handvatten geven waarmee je de kwaliteit van de leefomgeving kunt verbeteren, direct in je eigen woning, straat of stad of verder weg, door bijvoorbeeld bij te dragen aan de bescherming van olifanten en wildparken in Afrika.

Eric Smaling, SP Tweede Kamer

Geef een reactie

Laatste reacties (6)