771
50

Hans Groen [1963] is zelfstandig ondernemer en bestuurslid van
GroenLinks Midden-Drenthe. Geboren in Noord-Brabant en sinds 2002 woont
Hans Groen in Mantinge, Drenthe. Hans Groen is adviseur op het gebied
van organisatie effectiviteit en Supply Chain Management. en heeft
opleiding in bedrijfseconomie en logistieke bedrijfskunde. Als
fractielid neemt hij de verantwoording voor het webbeheer en is
recentelijk toegetreden tot het bestuur voor het financiele beheer. Hij
heeft een eigen weblog op http://hgroen.wordpress.com/

De [on]veiligheid van kernenergie

De kernlobby roept wel dat het veilig is, maar als je hun eigen cijfers gebruikt om het risico te beoordelen, dan blijkt van die veiligheid weinig te kloppen en is de kans op een ongeluk juist erg groot

In de discussie die nu oplaait over kernenergie, spitst deze zich vooral toe op de kans dat zaken mis kunnen gaan. Daarbij wordt door voorstanders continue gewezen op de uitgebreide veiligheidsmaatregelen die worden toegepast. Maar het handhaven van die regels, zoals nu ook Fukushima leert, is een heel ander verhaal. Dan gaan ineens economische belangen meespelen en delft veiligheid vaak het onderspit. Maar ook statistisch gezien is de veiligheidsclaim van de kernindustrie obv hun eigen cijfers niet geheel juist.

Veiligheid

Veiligheid is de mate van afwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van beschermde maatregelen tegen deze potentiële oorzaken. Het beoordelen van deze veiligheid gebeurt aan de hand van een risico analyse. Het gaat te ver om deze allemaal te behandelen maar in algemene zin wordt een risico beoordeeld op grond van de kans, ernst en impact van een mogelijk ongeluk.

Aan de hand van een Quantive Risk Assessment wordt uiteindelijk een beoordeling gemaakt. Het probleem met deze analyses is veelal de gebrekkige data en de subjectieve beoordeling van factoren. De factoren die worden meegenomen en de weging hiervan is altijd mensenwerk. Een goede risico analyse dient eigenlijk net als wetenschappelijk onderzoek, onderhevig te zijn aan peer review waarbij meerdere risico beoordelingsmethodes worden gehanteerd.

Belangen

Wie de rapporten leest welke achteraf over bedrijfsongevallen worden opgesteld, komt in de meeste gevallen tot dezelfde fout. Het niet naleven van veiligheidsvoorschriften. Ook de recente brand in Moerdijk was hiervan een voorbeeld. Wel strenge veiligheidseisen en ogenschijnlijk ook geïmplementeerd maar geen strikte naleving hiervan. De organisaties verantwoordelijk voor de naleving blijken veelal een nauw contact te hebben met de betreffende bedrijven en strijken te vaak te snel over hun hart. Het bedrijf krijgt een reprimande en belooft beterschap. Het excuus wat veel bedrijven aanvoeren zijn van economische aard. Hoge kosten, verloop in de organisatie, kosten gerelateerd aan de veiligheidsmaatregelen. Waarbij de laatste natuurlijk een vals argument is, omdat het een korte termijn gedachte is.

Menselijke factor

Hierdoor is het feitelijke risico op een ongeluk binnen een bedrijf hoger dan de risico analyse aangeeft. De menselijke factor die regels niet naleeft, is zeer moeilijk te schatten. Ook blijken veel werknemers niet goed op de hoogte te zijn van de voorschriften zelf en het belang ervan. Ook is het oefenen van calamiteiten een zeldzaamheid bij veel bedrijven. Hierdoor weten werknemers, die volledig vertrouwen op de systemen, niet hoe zij moeten handelen op het moment dat de systemen het af laten weten met alle risico’s en consequenties.

Statische veiligheid

Kernenergie is veilig, aldus de kernlobby. Ook na Fukushima. Daarbij wijzen ze op het feit dat er al sinds 1942 kerncentrales draaien en er maar 3 grote rampen hebben voorgedaan. De kernlobby roept wel dat het veilig is, maar als je hun eigen cijfers gebruikt om het risico te beoordelen, dan blijkt van die veiligheid weinig te kloppen en is de kans op een ongeluk juist erg groot.

De veiligheid van kernenergie wordt door de World Nuclear Association (WNA) beoordeelt door het aantal reactorjaren te delen met het aantal ongevallen. Daarbij is 1 productiejaar van 1 kerncentrale, 1 reactorjaar. Exclusief militaire en experimentele reactoren zijn sinds de eerste reactor 14.000 reactorjaren opgebouwd. Gezien het aantal reactoren 436 komt dat neer op gemiddeld 32 jaar per reactor. Bij 2 meltdowns, Harrisburg, Chernobyl is dat eens in de 7000 jaar. Een meltdown behoeft trouwens niet direct tot een kernramp te leiden. Maar er zijn niet alleen grote rampen geweest, maar vele middelgrote en kleinere incidenten met reactors die door de WNA niet worden meegerekend.  Terwijl deze bij een risico analyse juist wel meegewogen dienen te worden. En nu dient Fukushima ook meegenomen te worden, waardoor de kans ineens oploopt naar eens in de 4666 jaar.

Het Institution of Mechanical Engineers neemt in haar analyse wel de ‘kleinere’ incidenten mee, wat bij een goede risico analyse ook hoort. Zij komt op een kans van eens in de 4600 jaar op een meltdown, exclusief Fukushima. Dit geldt voor het totaal aan reactorjaren. Bij 436 reactoren is dat gemiddeld elke 11 jaar een meltdown!

Fukushima

De situatie is nog onduidelijk en vooral hoeveel kernen nu werkelijk gesmolten zijn [geheel of gedeeltelijk]. De kans bestaat dat er 3 tot 6 kernen gesmolten zijn. Nemen we het aantal van 3 kernsmeltingen in Fukushima, dan is de kans op een meltdown gestegen naar 1 op 2300 jaar. Dat is gemiddeld elke 5 jaar een kernsmelting. Zijn alle kernen beschadigd dat wordt het getal 1 op 1555 jaar, wat elke 3 jaar inhoudt.

Gespreid is dus de kans op een smelting, volgens de berekening van de kernlobby zelf, 3 tot 11 jaar. Zo veilig is dat dus helemaal niet. En ook als je alleen kijkt naar het aantal reactorjaren is de kans erg groot. En bedenk wel dat de cijfers een spreiding aangeven. De meltdown kan ook morgen gebeuren. Statistiek gaat tenslotte om gemiddelde en spreidingen, niet over het actuele tijdstip. Kernenergie is met Fukushima ineens 45 keer minder veilig geworden op grond van de berekeningen van de kernlobby.

Voor de risico beoordeling van overstromingen, op grond waarvan dijkophoging plaatsvindt, hanteert men een veel hogere grens. De kans op dijkdoorbraak in Nederland is vastgesteld op eens in de 125.000 jaar. Daar steekt het risico bij kernenergie wel erg schril bij af.

Zin of onzin

Het probleem bij deze statistiek van de kernlobby is dat het een simplistische benadering is van de actuele risico’s. Zij gebruiken het om  de ‘veiligheid’ van kernenergie te ondersteunen, maar laten daarbij bepaalde zaken buiten beschouwing. Doordat nu Fukushima ineens bij de statistieken moet worden opgeteld, keert de berekening zich tegen de kernlobby.

Core Damage Frequency

Een andere benadering is de berekening van Core Damage Frequency. Deze gaat uit van de beoordeling van individuele kernreactoren in plaats van een generalistische benadering zoals tot nu toe. In die berekening wordt ook duidelijk dat kerncentrales inderdaad veiliger worden. Een rapport van de Europese commissie kwam tot 20.000 reactorjaren. Dan is de kans op een meltdown eens in de 46 jaar of 115 jaar als je de berekening van NWA [50.000 jaar] op dit punt erbij pakt. Maar nog altijd veel hoger in vergelijking met de norm die Nederland hanteert voor overstromingen.

Levensduur

Maar de realiteit laat zien dat de schatting van kernongevallen veels te optimistisch is. Dat is namelijk niet in lijn met de 3 grote rampen die we nu al hebben gehad. De levensduur en de verlenging van centrales is een van de oorzaken die de risico analyse de das om doet. Bij de bouw van een kerncentrale wordt uitgegaan van het dan bestaande of bekende risico en de dan aanwezige kennis om hier voorzorgsmaatregelen te nemen. Dat is het geval bij Fukushima. De engineers hadden nooit rekening gehouden met de zwaarte van de aardbeving en de hoogte van de vloedgolf. En ook heeft men teveel vertrouwd op de systemen en te weinig aandacht gehad voor backup maatregelen. Het feit dat er geen goede noodaggregaten zijn en zelfs stekkers niet bleken te passen is schrijnend maar tekenend voor de trade-offs die gemaakt worden in bedrijven.

En als een kerncentrale eenmaal staat, is er maar een zeer beperkte mogelijkheid om de centrale aan te passen. Zo ook wordt Borssele door de tijd ingehaald. Berekend op een aardbeving van 5,2 op de schaal van Richter, staat dat in schril contrast met de aardbeving in Roermond in 1992 van 5,8 op de schaal van Richter. Dat had niemand voor waarschijnlijk gehouden toen Borssele gebouwd werd. Gelukkig heeft Borssele er totaal geen last van gehad, maar de bewering dat er geen aardbevingen zijn in Nederland is al niet valide, laat staan dat er geen heftige bevingen kunnen voorkomen.

En een kerncentrale die eenmaal gebouwd, laat deze zich niet verplaatsen of zomaar afbreken, met alles risico’s van dien als gevolg van veranderende omstandigheden en risico’s. Het is in dit licht ook merkwaardig dat overheden steeds vaker oude kerncentrales steeds langer openhouden. De belangrijkste reden is van economische aard. Langer ophouden vergt weinig additionele investering en daardoor kan de centrale zich beter terugverdienen. Daarnaast stuit verlenging op minder weerstand dan een nieuwe centrale. En op die manier valt de Trade Off opnieuw uit in het nadeel van de veiligheid van de bevolking.

Geef een reactie

Laatste reacties (50)