667
7

Promovendus en docent scheikunde

Drs. Arjan Linthorst is bestuurslid van Stichting Schoon Milieu Op Curaçao, docent scheikunde in het VO en promovendus. In 2010 ontving hij de Pieter Langerhuizen Award van het Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen.

De onderwijsspiegel van Beertema

Dit kabinet geeft juist voeding aan extra bestuurslagen

In Opinie & Debat (Volkskrant) d.d. 25 januari roept Harm Beertema (PVV) de leraren in het voortgezet onderwijs op om niet te staken, maar om op te komen voor de onderwijszaken die er echt toen doen. Zijn onderbouwing voor deze oproep vind ik vooral getuigen van politiek prestige en met een gebrek aan zelfreflectie. Graag licht ik deze stelling toe.

Beertema vindt dat de huidige jeugd niet meer kan cijferen. Ik neem aan dat hij dit zelf wel kan. Daarom neem ik gemakshalve aan dat de 12 minuten extra lestijd per dag, voortkomend uit een Wetsvoorstel met een PVV-sausje, correct zijn berekend door Beertema. Tja, waar hebben we het dan nog over? Procentueel is deze toename in werktijd te verwaarlozen, dus maak je niet dik.

Toch doen docenten zoals Wim Suyderhoud (Opinie & Debat, 25 januari) dat wel, want de rek is er bij veel docenten uit! Beertema lijkt, conform de Eliasiaanse stijl, voor dit sentiment niet vatbaar. Terwijl hij toch weet dat op veel scholen de ‘ophokuren’ gemeengoed zijn en wel zodanig dat er daardoor steeds meer onbevoegde docenten voor de klas komen te staan. Waarom? Scholen kunnen dan voldoen aan de urennorm en krijgen dan geen boete opgelegd door de Inspectie. Ik noem dit een mooi staaltje boekhoudkunde, maar tegelijk ook een slechte les onderwijskunde.

Met het nieuwe Wetsvoorstel wordt dit probleem alleen maar groter. De urennorm wordt immers opgerekt van 1000 naar 1040. Met kwaliteit van onderwijs heeft dit niets te maken, want uit onderzoek van bijvoorbeeld professor Dronkers blijkt dat onderbevoegdheid, gemiddeld genomen, leidt tot slechtere leerprestaties. Nu laat Beertema zich in zijn betoog niet voorstaan op het verwijzen naar literatuur, toch lijkt hij zich dit te realiseren. Hij wil met zijn motie, aangenomen door de Tweede Kamer, meer bevoegde docenten voor de klas. Dit voornemen staat haaks op het halsstarrig vasthouden aan een verhoging van de urennorm en riekt daarom naar politiek prestige.

Even voor de outsiders: in het voortgezet onderwijs wordt gewerkt met een systeem van bevoegdheden. Met een tweedegraads lesbevoegdheid, in een bepaald vak, mag je lesgeven in de onderbouw Vmbo/Havo/Vwo en bovenbouw Vmbo. Met een eerstegraads lesbevoegdheid, in een bepaald vak, mag je ook lesgeven in de bovenbouw Havo/Vwo. Er zijn zat scholen met hele kleine vaksecties (lees: een paar docenten). Ofwel, veel scholen kunnen bij lesuitval niet zomaar een blik bevoegde vervangers opentrekken. In deze context wordt de motie van Beertema dus geen werkelijkheid. Dit laat onverlet dat Beertema de leraren wel even wil vertellen wat ze wel moeten doen.

De leraren moeten opkomen voor de zaken die er echt toe doen, zoals de overvloed aan bestuurslagen in het onderwijs. Hij geeft daarbij onderwijsmanagers, die ver van de praktijk afstaan, min of meer onderuit de zak. Dat soort uitspraken bekken natuurlijk lekker, maar wat kan Beertema als politicus hier zelf aan doen? Hij kan er voor zorgen dat de Minister van OCW zelf de salarisonderhandelingen doet over de CAO. Het bestaansrecht van de VO-raad wordt dan hard minder. Dezelfde raad die hij in zijn betoog, vanwege de beginselen van een democratische rechtsstaat, verafschuwd. Het is ook diezelfde raad die een maand terug een veelomvattend bestuursconvenant heeft afgesloten met minister Van Bijsterveldt.

Dit kabinet geeft daarom juist voeding aan extra bestuurslagen. Als gedoogpartner draagt Beertema daarom bij aan iets dat hij lijkt te verafschuwen, maar dat realiseert hij zich blijkbaar niet. Het is daarom de hoogste tijd dat Beertema zelf eens goed in de spiegel kijkt.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)