5.348
50

Adviseur, docent, auteur, dagvoorzitter

Erwin van de Pol (1957) studeerde na een loopbaan van afwasser tot ligwagenconducteur op internationale treinen, o.a. geschiedenis en internationale betrekkingen in Amsterdam en Rome. Op een intermezzo in het diplomatenklasje na is hij meer dan 30 jaar organisatieadviseur, eerder o.a. bij KPMG, nu bij Rijnconsult. Hij begeleidt oa Colleges van B&W en is docent bij het interuniversitair instituut voor organisatieontwikkeling Sioo. Schreef honderden artikelen en vier bekroonde essays, is auteur van het literaire voetbaltijdschrift Hard gras en Civis Mundi en columnist van Holland Management Review (voorheen M&C).

De onzin rond thuiswerken

Op kantoor zitten is een merkwaardige afwijking in de geschiedenis die nu versneld door corona aan correctie toe is.

Nu na ruim een jaar is gebleken dat thuiswerken vanzelf goed kan gaan, staan de regelaars op. De roep om wetsvoorstellen en vastleggen in CAO’s klinkt. De bureaucratische reflexen trekken aandacht, het is zelfs voorpaginanieuws (Het Parool 14 mei). De werkplek thuis moet aan eisen gaan voldoen, het recht op thuiswerken krijgt een pendant met het recht op onbereikbaarheid, bedrijven ontwikkelen gedetailleerde protocollen.

Energie een betere zaak waardig. Wellicht goed om kort de geschiedenis in te duiken; de recente, die van de mensheid en een persoonlijke.

thuiswerken
cc-foto: Roel Wijnants

Tot voor kort had het thuiswerken het label “het Nieuwe Werken” (altijd met hoofdletters nota bene). Zo heette dat voor de coronacrisis. Daar schreven met name overheidsorganisaties dikke nota’s over met ‘hoe dat moet’. Menig manager raakte in paniek over dat nieuwe werken “want dan weet ik niet meer wat mijn mensen doen”. Je vraagt je af wat ze dan eigenlijk doen bij zo’n team of afdeling, maar dit terzijde.

Thuiswerken, inmiddels een werkwoord, was eeuwenlang met of zonder virus de norm. Een grote verandering was dat ergens in de tweede helft van de negentiende eeuw mensen zich lieten opsluiten in kantoren en fabrieken. In het licht van de geschiedenis van de mensheid niet veel later, ruim honderd, honderdvijftig jaar, hebben we het over “het nieuwe werken” als mensen de keuze hebben om niet in een kantoor te werken. Terwijl het dus gaat om het oude werken, zoals mensen eeuwenlang hun arbeid hebben uitgevoerd, namelijk daar waar het uitkomt. De coronacrisis heeft ons dus weer een zetje gegeven naar het oude normaal van onze (bet)overgrootouders. En het is dus niet ‘het nieuwe normaal’ zoals velen het blijkbaar ervaren. Op kantoor zitten is een merkwaardige afwijking in de geschiedenis die nu versneld door corona aan correctie toe is.

Het is een vorm van verlichte slavernij, want verplicht en bindend qua plaats en tijd. Als je er maar bent en de vereiste uren maakt, liefst goed geadministreerd of zelfs opgetuigd met een prikklok, ik heb het vaak genoeg gezien. Ik heb de afgelopen 30 jaar nooit een vaste werkplek op een kantoor gehad. Mijn semi-nomadische bestaan als adviseur, gekoppeld aan een verslaafdheid aan afwisseling maken zo’n werkplek overbodig. Het past ook bij mijn persoonlijkheidsstructuur. Terwijl ik bij veel organisaties zie dat met name mensen in de financieel-administratieve sfeer juist wel een vaste werkplek ambiëren. Het hoort bij de kern van hun professionaliteit, zekerheid garanderen, en dus bij hun persoonlijkheid.

Laten we leren van de wereldwijde domesticatie van de mens het afgelopen jaar. En naar hoe mensen in de loop der tijden hebben gewerkt, wat inzicht geeft over werk en de organisatie daarvan. Laat mensen zelf uitvinden wat het beste bij hen past en overleg daar over. Mensen hebben zelf het meeste verstand van hun werk en hoe dat uit te voeren.

Geef een reactie

Laatste reacties (50)