2.642
47

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

De overheid als kwaadaardige instelling

Blijkbaar vindt de gemiddelde burger helemaal niet dat de gemeente zo dicht bij hem staat

Ondanks een nu en dan sputterende Eerste Kamer is het allemaal onafwendbaar: kinderbescherming, ouderenzorg en de uitvoering van de sociale wetten komen allemaal bij de gemeente terecht, want die staat – houdt Diederik Samsom niet op te betogen – zo dicht bij de inwoners. Die kan pas het maatwerk leveren waar iedereen behoefte aan heeft.

Tegelijkertijd rekent Maurice de Hond voor dat de opkomst voor de raadsverkiezingen in maart waarschijnlijk beneden de vijftig procent blijft. Nog niet de helft van de stemgerechtigde burgers is geïnteresseerd in de samenstelling van het lokale bestuur. En dat terwijl dit meer dan ooit zijn woning binnen zal komen. Vaak letterlijk, zoals blijkt uit de woorden van staatssecretaris Van Rijn, die het maar blijft hebben over keukentafelgesprekken, bedoeld om boven water te krijgen wat een hulpbehoevende en zijn familie zelf nog aan kunnen. Blijkbaar vindt de gemiddelde burger helemaal niet dat de gemeente zo dicht bij hem staat en zo geweldig op de hoogte is van zijn noden en behoeftes.

Een plaatselijke overheid die steunt op een opkomstpercentage van minder dan vijftig procent, kan moeilijk volhouden de burgerij te vertegenwoordigen of een democratisch tot stand gekomen beleid uit te voeren. Als de kiezers juist de stembus mijden waar het gaat om het verkiezen van een orgaan dat hun leven diepgaander dan ooit zal beïnvloeden, is dat een schokkend bewijs van de diepe kloof tussen de politiek en de gemiddelde Nederlander.

Nu valt er uit de mond van raadskandidaten geen zinnig woord te vernemen over hoe zij alle nieuwe taken van de gemeente denken uit te voeren. Dat is ook geen wonder. Het moet allemaal zo haasje repje, dat niemand enig idee heeft over hoe het in de praktijk zal uitpakken. Maar dat is niet de achtergrond van de geringe lust om aan de raadsverkiezingen deel te nemen. De mensen geloven het wel. Zij gaan schouderophalend voorbij aan de zegeningen die hen in het vooruitzicht worden gesteld. Zij voelen zich al genoeg om de tuin geleid en bij de neus genomen.

Zo wordt de omslag die binnen de Nederlandse samenleving gaande is, steeds nadrukkelijker zichtbaar. In de vorige eeuw hadden de meeste burgers nog wel het idee dat de overheid het algemeen welzijn nastreefde.  De resultaten hielden in veler ogen niet over maar men ging er in het algemeen vanuit dat de bestuurders het goed bedoelden.

Die gedachte ebt snel weg. Steeds meer Nederlanders zijn de overtuiging toegedaan dat de overheid niet deugt. Dat ze alleen zichzelf in stand wil houden ten koste van de burgers. Dat je een raadslid, een wethouder of een ambtenaar niet kunt vertrouwen. Dat je ze niet wijzer moet maken dan ze zijn. Dat je je eigen plan moet trekken, wil je het in deze tijd overleven want dat de de overheid een kwaadaardige instelling is, gediend door kwaadaardig personeel.

Zo voegt zich bij de hardnekkige financieel-economische malaise ook nog een structurele politieke crisis.
Beluister dit opiniestuk hier.


Volg Han ook op Twitter

Het nieuwste boek van Han is De Mooiste Jaren van Nederland (1950-2000)


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (47)