965
1

Leerkracht basisonderwijs

Maddy Hulshof is leerkracht, ze schrijft regelmatig over het opgroeien van haar zoon Gijs (16 PDD-NOS). Over mooie verrassende momenten maar ook over moeilijke keuzes. Gijs zit in het examenjaar van het regulier voortgezet onderwijs.

De pestknop moet naar nul

Kinderen met autisme, zoals Gijs, vinden het moeilijk om sociale regels te doorzien

Als ouder en leerkracht kun je helpen door steeds opnieuw situaties te bespreken en te verhelderen, dat geldt ook voor pesten.

Niet alleen voor kinderen met autisme moet je dit bespreekbaar maken. Ook voor kinderen zonder autisme is het bijzonder helder en helpend om zaken te benoemen en niet te blijven hangen in ‘vaagtaal’. Concreet en meetbaar in een gesprek met een positieve verandering als doel.

Als Gijs in groep 7 zit vraagt zijn juf of ik even tijd heb. Natuurlijk, zo vaak vraagt ze me niet voor een gesprekje. Het blijkt dat een van de meisjes uit de klas veel last heeft van Gijs en dat dit al een poosje duurt.

Voorafgaand aan dit gesprek dat juf met mij heeft, hebben ze al geprobeerd er samen uit te komen, ook Gijs is hierbij betrokken. Thuis heeft hij er niets over verteld, en bovendien hebben deze gesprekjes niet geleid tot gedragsverandering van Gijs. Hij blijft, volgens juf, vreemde geluiden maken in de richting van P. en raakt haar schouders aan terwijl zij zit te werken.

Het meisje heeft Gijs al een aantal keren rechtstreeks gezegd dat ze hier niet van gediend is, zonder resultaat. Eerst was het alleen maar lastig voor haar, maar langzamerhand wordt ze bang voor Gijs en ze heeft het gevoel dat hij haar pest. Juf kan niet goed tot Gijs doordringen en samen overleggen we wat we kunnen doen om zijn gedrag te stoppen. Ik beloof juf dat ik met hem zal praten.

Eenmaal thuis, vraag ik Gijs naast mij te gaan zitten op de bank en zeg dat ik iets serieus met hem te bespreken heb en of hij weet waar dit over gaat. Hij denkt dat het over P. gaat, zegt hij want daar had juf ook al met hem over gepraat. Ik vraag hem wat juf gezegd heeft. “Ja, dat ik nu moet stoppen met het pesten van P., anders volgen er maatregelen.” Oké, hier kan hij niets mee, woorden als ‘pesten’ en ‘maatregelen’ zijn niet duidelijk voor hem: te breed; te vaag. We gaan het samen stukje voor stukje
ontleden. Op mijn vraag of hij haar pest zegt hij dat hij dat niet weet. Hij weet wel hoe hij zich gedraagt tegenover P.: “Ik zeg vaak: ‘sssstttttt…’ tegen haar, en als ik langs haar loop tik ik haar op de schouder.”

Fijn dan is dat helder, hij weet hoe hij zich gedraagt maar heeft geen idee wat zijn gedrag voor invloed heeft op anderen. Daar heeft hij mij dan weer voor: “Omdat jij deze dingen doet, vindt P. dat jij haar pest.”
– “Oh.” Zijn gezicht is een en al verwondering. “Dus dit noemen ze pesten?” vraagt hij nog maar eens voor de zekerheid. Op mijn bevestigende antwoord ademt hij diep uit, en ik zie: hij begrijpt!

Nu nog even hier op doorgaan, voor nog meer begrip. Ik maak pesten nog concreter voor hem: “Als ‘niet pesten’ een nul is en ‘heel erg pesten’ een tien, dan vindt P. dat  jij haar acht pest, en dat mag en kan niet op deze school.” Ja, dat begrijpt hij; als dat de regel is, dan heeft hij die overtreden. Hij wil het graag samen met mij oplossen, want als hij iets niet meer mag, wat mag hij dan wel?

We spreken af dat hij in plaats van ‘sssstttttt…’ te roepen, er zelf voor zal zorgen dat hij rust vindt in de groep, door zijn koptelefoon op te zetten of door een andere werkplek te kiezen. Daarnaast spreken we af dat hij P. niet meer aanraakt. Verder lijkt het ons goed dat hij probeert zoveel mogelijk uit de buurt van P. te blijven. We gaan er allebei vanuit dat deze afspraak voldoende is en dat hij zich eraan houdt.

Als vangnet zeg ik hem dat ik over een week zal navragen bij juf of de pestknop van acht naar nul is gegaan. Is dat niet zo, dan weet ik dat ik niet duidelijk genoeg geweest ben of zaken over het hoofd heb gezien. Toch bepaal ik samen met Gijs een straf: als de knop niet op nul staat, moet hij een week lang een uur vroeger naar bed.

Gijs is blij en opgelucht: zijn wereld is weer een stukje duidelijker, hij begrijpt dat zijn gedrag in deze situatie door iemand anders ervaren is als pesten, hij weet nu hoe hij zijn gedrag moet ombuigen en welke straf er op staat als hij dit niet doet.

Eind goed al goed? Voor nu wel, want als ik een week later bij juf navraag wat de stand van zaken is, vertelt ze me dat het pesten helemaal gestopt is, ook het meisje is blij en opgelucht.  Uiteraard geldt dit alles in deze unieke situatie en zullen we in volgende ‘pestgevallen’ weer bij het begin moeten beginnen. Want zoals Gijs zelf zegt: “Ik doe tegen iedereen zo, waarom vindt P. dat ik pest en blijven mijn vrienden mijn vrienden?”

Geef een reactie

Laatste reactie