1.325
19

Tekstschrijver en publicist

Mark Wagemakers is tekstschrijver en publicist.

De Prozac periode: Opgesloten in een psychiatrische inrichting

Mijn hemel, wat moest ik doen om hier vandaag nog weg te kunnen?

“We beginnen eerst altijd met een moment van stilte”, zei Nouk, terwijl ik aanschoof om de lunch te nuttigen. “Maar er ligt nog iemand bewusteloos op de grond.” Ik herinnerde haar nog aan het feit dat er hier net een bewoner was flauwgevallen. “Ach, dat is Robin. Die ligt wel vaker op de grond. Moet je geen aandacht aan besteden”, aldus Nouk.

“Ik zou graag mijn van huis meegebrachte pepersalami willen”, vertelde ik na het moment van bezinning. “Mag ik die uit de koelkast pakken?” Nouk keek naar haar andere collega, Patty. “Geen denken aan.” Wat een fijne eerste kennismaking met Patty. “Sterker nog”, gaat ze verder, “die heb ik al weggegooid. We willen niet dat iedereen hier zomaar spullen van huis meeneemt. Anders blijven we bezig.” De groep viel stil. Een lange, pijnlijke stilte volgde. Robin knipperde weer met z’n ogen, Nienke keek heimelijk naar de hagelslag. “Nou,”, stamelde ik, “dat heeft mijn moeder voor me ingepakt. Ze zei dat ik zo sneller zou wennen.” “Jammer,” zei Patty, “zeg maar tegen je moeder dat ze dat niet meer moet doen.”

Na het eten wilde ik even naar buiten. Mijn afdelingsgenoten, mijn pepersalami, mijn zojuist ingetreden leven als gesubsidieerd melaatse, ik wilde even dingen voor me op een rijtje zetten. Ik verontschuldigde me en liep naar de deur. Maar de deur ging niet open. De deur zat op slot. “Voor mij!” Ik draaide me om. Daar stond Nienke weer met haar Borderline-geneuzel. “Ja, ik wilde me laatst van de trap werpen. Dat vond de leiding alleen niet zo’n goed idee.” Had je het maar gedaan, dacht ik. Had je het maar gedaan. Nu zat ik opgesloten met het meest kleurrijke stel uit westelijk Noord-Brabant. Wat overigens niet de afspraak was. Landgraaf zei dat het een geheel open afdeling was, totdat iemand een gevaar voor zichzelf of de omgeving werd, maar dat was dan enkel “Voor je eigen bestwil!” Nienke nam me de woorden uit de mond. Nouk snelde naar me toe. “Sorry Mark, dat waren we je nog vergeten te vertellen.”

Ik was terneergeslagen. “Het is ook lastig, Mark.” Nouk en ik zaten in de binnentuin. Nouk rookte een sigaret, ik zat duimen te draaien. Het tolde. “Maar je komt hier sterker uit. Het lijkt allemaal vreselijk. Nee, het is misschien allemaal wel vreselijk. Geloof me, hier word je beter.” “Maar ik ben godverdomme niet ziek!” Ik werd gek. Ik werd volslagen krankzinnig. De gekten vlogen in de eerste paar uur dat ik opgesloten zat al naar me toe.

Hoe kan ik in hemelsnaam psychisch gezond worden als ik midden tussen de Borderliners, schizofrenen en autisten zit, dacht ik. En hoe kan ik beter worden terwijl ik niet eens weet wat er met me aan de hand is? Hoe kan dit überháupt mogelijk zijn? “Maar je zit hier echt voor…” “Hou maar op, Nouk. Ik ken dat nu wel.” Godvergeten, het drong plotsklaps tot me door. Ik zat hier helemaal niet vrijwillig. Ik kon wel weglopen, maar dan is het met me gebeurd. Mijn hemel, wat moest ik doen om hier vandaag nog weg te kunnen?

Volg Mark Wagemakers ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (19)