670
7

Tekstschrijver en publicist

Mark Wagemakers is tekstschrijver en publicist.

De Prozac Periode: Uit de kast geschopt

'Het was nu officieel: ze wisten wat er speelde...'

Mark Wagemakers schrijft voor Joop iedere week een ontluikend, tragikomisch feuilleton over het ongebreidelde leven achter de muren van een psychiatrische kliniek.

In deze paar dagen dat ik in semi-vrijwillige hechtenis zat, begon psychiater Paul ook al over mijn vermeende homoseksualiteit. “Het is belangrijk voor een jongen om te zijn wie hij wil zijn.” Ik kon er niets mee. Ik zat gevangen in de teloorgang van mijn laatste flard hetero-hormonen. Maar hoe ik ook wilde, wat ik ook deed; deze ziekte, de chronische aandoening van dit roze kampement speelde me parten. Aftrekken en denken aan een ex-vriendinnetje? Het mocht niet baten. Iedere keer als ik een erectie kreeg van een jongen in m’n ballen knijpen? Ik mag blij zijn dat ik nog kinderen kan krijgen.

Dit gesprek met Paul deed me terugdenken aan een jaar of wat geleden. Het was 2002. “We hebben het er nog even over gehad, maar we raden het je af om uit te komen voor je gevoelens”, zei meneer Bierenbroodspot over de telefoon, mijn mentor van de eerste klas van de middelbare school. Een statige leraar Nederlands, die in de jaren zestig van de vorige eeuw was blijven hangen. Aftandse Range Rover, fleurige bloemenprent op de gordijnen, Birckenstock-sandalen en geitenwollen sokken. Bierenbroodspot deed ook aan partnerruil. Althans, dat was het gerucht dat in het gehucht waar ik toen woonde de rondte deed.

“Mag ik je moeder nog even spreken, alvorens ik je een goedenavond wens?” Hij bleef altijd in zijn functie. “Ehm, maar mijn moeder weet het nog niet”, stamelde ik op fluistertoon aan de hoorn. En dat is iets wat je niet bij moeders moet doen. “Wat is er aan de hand, Mark? Wie heb je aan de lijn?” “Bierenbroodspot.” “Waarom fluister je dan, heb je iets gedaan?”, respondeerde mijn moeder op corrigerende toon. “Niet dat ik weet, moeder.” “Heb je iemand verkracht?” Mijn moeder was van de uitersten. Het feit dat ik geen relatie met Marieke kon krijgen – goh – was reden voor mijn moeder te denken dat ze een perverse pederast had gebaard. Maar in de, mijns inziens, eeuwig voortdurende klucht was het penetreren van een twaalfjarig meisje mij nog niet ter gedachte gekomen.

“Verkracht?”, antwoordde ik, terwijl ik aan het erbarmelijke tafereel van heteroseks dacht. “Nee, ma. Ik heb niemand verkracht.” Ik draaide van haar weg. “Meneer”, zei ik met lood in mijn schoenen, “ik vind het niet prettig dat u mijn moeder juist nu wilt spreken. Zij weet hier niets vanaf.” “Waar weet ik niets vanaf?”, blèrde mijn alwetende moeder. “Ik ga u ophangen” en stormde de kamer uit. Mijn moeder kwam mij niet achterna, want luttele secondes later rinkelde de telefoon weer.

“Blijf maar even hier staan”, zei mijn vader kordaat. Het geheel speelde zich af voor de slaapkamer van mijn ouders. De precieze reden dat mijn moeder zich om zeven uur in de avond in de slaapkamer bevond, kan ik me niet meer voor de geest halen. “Maar”, hoorde ik mijn moeder stamelen, “maar waarom zou hij… Hij… Is hij echt…?” Geen goed nieuws, dat was duidelijk.

Mijn vader keek me aan. “Mama komt zo naar buiten.” Het was nu officieel: ze wisten wat er speelde. Al hadden ze dat al heel lang kunnen weten: ze wisten immers dat ik de Baby Born’s van mijn zusje ontvreemdde en dat ik in ons katholieke dorp alleen maar ‘doktertje’ met mijn nichtje speelde omdat ik later de verpleging in wilde. Mijn ouders waren ook op de hoogte van mijn niet aflatende liefde voor het Eurovisie Songfestival (toen al) en interieurstyling. We zwegen het maar dood; het was niet natuurlijk. Het zou uiteindelijk nog zes jaar duren voor ik écht uit de kast zou komen. Hoe blind kun je zijn…

Volg Mark Wagemakers ook op Twitter en via zijn website Eigenzinnig.org

Geef een reactie

Laatste reacties (7)