1.784
36

Dichter, essayist en boekverkoper

Joost Baars (1975) is dichter, essayist en boekverkoper. Zijn poëzie verscheen in ondermeer Liter en Tirade, en in zijn chapbook iemand anders dat in 2012 verscheen. Hij schrijft over poëzie voor Poëziekrant en Awater, over film voor deRecensent.nl en maakte een reeks columns over boekverkopen voor hard//hoofd. Hij maakt de poëziepodcast VersSpreken en geeft een reeks no-budget chapbooks uit met Halverwege Chapbooks.

De PvdA kan niet voor ons links of sociaal-democratisch zijn

Ramdas was dood, maar werd vlak na zijn dood nog doder gezwegen

Vanavond zal in het Vara-programma De Wereld Draait Door wel weer een leger leeghoofdige analisten klaarstaan om het vertrek van Job Cohen te gaan duiden. Ik kan u alvast voorspellen wat er gezegd gaat worden. Ongeveer hetzelfde als afgelopen vrijdag, toen de crisis bij de Partij van de Arbeid al onder de loep werd genomen door Prem Radikishun, Frénk van der Linden en Jan Mulder. Cohen was een keurige bestuurder, maar niet gemaakt voor de oppositie. Want hij komt daar niet over, zo luidt het oordeel. En Job was natuurlijk véél te integer! En geen straatvechter. En te links. En niet links genoeg.

Alsof de crisis in de PvdA een leiderschaps- en imagocrisis is, en niet exemplarisch is voor de crisis in de sociaaldemocratie, en in “links” in het algemeen, die al sinds midden jaren ’90 aan de hand is. En alsof die crisis niet veel verder reikt dan de locatie van het partijkantoor.

Neem De Wereld Draait Door, afgelopen vrijdag. Het meest opmerkelijke aan die aflevering was waar het de hele aflevering lang niét over ging: de plotselinge, schokkende dood van Anil Ramdas. Na het item over de PvdA kwam een boek over jurken aan bod. Daarna werd de reünie van de hardrockband Guns ‘n’ Roses besproken, en daarna was er het weekoverzicht, waar opnieuw Ramdas niet in voorkwam.

En je kunt zeggen van Anil Ramdas wat je wilt. Je kunt hem haten, je kunt een felle tegenstander van hem zijn, je kunt hem een fossiel vinden. Het kan ook dat je hem helemaal niet kent en hem dus te weinig kijkcijferpower toedicht voor DWDD. Maar hij is binnen de sociaaldemocratie een van die mensen die zich nooit blind door Paul Scheffer heeft laten meevoeren en altijd kritisch is gebleven op het anti-multiculturalisme van Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali, Theo van Gogh en Geert Wilders. Juist nu er in Nederland eindelijk een voorzichtige roep om nuance in het debat rondom vreemdelingen en islam lijkt te ontluiken, verdient Ramdas lof voor de standvastigheid die hij in dat standpunt altijd heeft getoond, en de kritische houding die hij door de jaren heen, vanuit dat standpunt, is blijven aannemen. Neem bijvoorbeeld deze quote uit een interview dat in 2004 door journalist Ricco van Nierop met Ramdas werd afgenomen, enkele dagen na de moord op Theo van Gogh:

De behoefte aan heldere standpunten en afgeronde verhalen is groot, zeker met al die discussies na de moord op Theo van Gogh. Ik werd vandaag gebeld door NOVA, die waren op zoek naar een stevige mening over het moslimfundamentalisme. Dan kunnen ze beter een Theodor Holman nemen, ik kies toch meer voor de nuance. (…) Neem de reeks; 9-11, Fortuyn, oorlog Irak, Madrid, Van Gogh. Iedereen heeft de neiging om een afgerond verhaal daarvan te maken, logische verbanden te construeren, die er misschien helemaal niet hoeven te zijn. Met bijvoorbeeld als gevolg dat er gegeneraliseerd wordt in de felle discussies die overal gehouden worden. Woensdagavond gaan we (…) dit soort constructies uit elkaar proberen te trekken. Om erachter te komen hoe de kunst van het converseren in elkaar zit, waar het goed of juist fout gaat.

Spot on, zou je als rechtgeaarde sociaaldemocraat moeten zeggen. Maar dat werd in DWDD niet gezegd. Daar werden vooral de platgetreden argumenten voor of tegen Job Cohen weer eens herhaald. Om daarna over jurken en Axl Rose te praten. Ramdas was dood, maar werd vlak na zijn dood nog doder gezwegen. Ook in dat andere VARA-programma, Pauw en Witteman, was er geen ruimte voor de dood van Ramdas.

Het is mijns inziens de vraag in hoeverre je de PvdA de crisis in de PvdA kunt aanrekenen. Je kunt van een sociaaldemocratische partij niet verwachten dat die in zijn eentje de sociaaldemocratie even overeind houdt, terwijl er bij de achterban grote onwil bestaat om dat te doen. In een democratie heeft een partij de ruimte die haar achterban haar geeft. Zo’n achterban bestaat bijvoorbeeld uit kiezers, maar ook uit instituties. De VARA is zo’n sociaaldemocratische institutie, althans, zo profileert de omroep zich nog altijd, met bijvoorbeeld de slogan “Wees verschillig”. Maar hoe kan die omroep vragen stellen rondom de crisis in de sociaaldemocratie, als ze de sociaaldemocratische ideologie wel predikt, maar niet bereid is de keuzes die ze maakt te laten leiden door diezelfde ideologie? Hoe kun je de sociaaldemocratische crisis in de PvdA duiden in een talkshow als je in dezelfde talkshow de voorkeur geeft aan de zoveelste wederopstanding van Axl Rose boven de dood van een voor je eigen gedachtengoed belangrijke cultuurcriticus? Dan ben je toch zelf onderdeel van die crisis?

Een dag later ontrolde zich een klein internetrelletje rondom het advertentiebeleid van de Volkskrant, dat andere sociaaldemocratische instituut. De krant had een grote advertentie geplaatst van het meldpunt overlast Oost-Europeanen van de PVV. Hoofdredacteur Philip Remarque probeert zich in een rammelend stukje te verdedigen door dat afgekloven Voltaire-citaat erbij te halen (“Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot de dood verdedigen” – iets dat Voltaire overigens helemaal niet gezegd heeft), door een bedenkelijke vergelijking te maken tussen de anti-Polen advertentie en een advertentie voor “levensmiddelen die door onze eetschrijvers als abject worden omschreven”, en door te doen alsof advertenties op dezelfde manier als opiniestukken onder de vrijheid van meningsuiting vallen. Letterlijk: “Want als een krantenredactie advertenties op politieke wenselijkheid gaat beoordelen, begeeft zij zich op een hellend vlak.” Werkelijk? Zou Remarque een advertentie voor Stormfront ook plaatsen, met Voltaire in de hand?

Er is natuurlijk een levensgroot verschil tussen een advertentie en een opiniestuk. Neem alleen al de transactie die eraan voorafgaat. Voor een opiniestuk betaalt een krant. Voor een advertentie vangt men geld. Van de PVV dus, in dit geval. Dat wil dus zeggen dat de sociaaldemocratische Volkskrant wordt mogelijk gemaakt met geld waarvan diezelfde Volkskrant wel eens wil weten waar het eigenlijk vandaan komt, omdat de PVV die bronnen angstvallig geheim houdt. Ik weet nu al wat de reactie van de PVV zal zijn op toekomstige kritische stukken: niet bijten in de hand die je voedt.

Het is slecht om mensen over één kam te scheren, en het is ook niet links of sociaaldemocratisch. Toch schrijft Remarque:

Uitingen kunnen de grenzen van de wet overschrijden of smaad jegens personen bevatten. Zo heb ik een keer een advertentie uit de krant gehouden omdat daarin een met name genoemde burger van seksueel misbruik van kinderen werd beschuldigd, zonder bewijs en wederhoor.

Ongeveer zoals met die Polen dus, alleen gaat het nu niet over een met name genoemde burger, maar over een etnische groep, en dan is smaad zonder bewijs en wederhoor kennelijk prima.

Wat moet een sociaaldemocratische partij die compleet alleen staat? Wat moet zo’n partij met een achterban vol maatschappelijke instituties, én vol kiezers, die wel sociaaldemocratie prediken en sociaaldemocratie verwachten van Job Cohen en wie er ook maar zijn opvolger wordt, maar die tegelijk niet bereid zijn hun eigen keuzes door die ideologie te laten beïnvloeden? Die bij de dood van Anil Ramdas liever Guns ‘n’ Roses uitzenden? Die hun salaris betalen van de verdiensten uit openlijke xenofobie? Die niet bereid zijn solidariteit te betrachten door na te denken over het verhogen van de pensioenleeftijd of het hervormen van de hypotheekrenteaftrek, en bij de minste of geringste beweging in die richting vluchten naar de PVV? Die Cohen zowel verwijten te links te zijn als niet links genoeg? Zien zij in Cohen niet gewoon hun eigen inhoudelijke gebreken en opportunisme?

De Deense filosoof Søren Kierkegaard zei ooit iets treffends over dominees en hun overtuigingen: “Maar de dominees preken graag in wel-gesloten maar propvolle kerken. Begrijpelijk, want als ze hetzelfde in een lege ruimte moesten zeggen, zouden ze doodsbang van zichzelf worden: ze zouden dan ontdekken dat datgene wat ze verkondigen ook henzelf aangaat!” De PvdA kan herbronnen wat ze wil. Als de dominees van de linkse kerk – de Matthijs van Nieuwkerks en Philippe Remarques – en hun volgelingen niet bereid zijn aan dat waarmee ze van de PvdA de maat nemen ook zichzelf te toetsen, zal de sociaaldemocratische partij onherroepelijk zwalken en van leiderschapscrisis naar leiderschapscrisis gaan. Misschien zal ze af en toe een beetje opleven als er een mediagenieke lijsttrekker is. Maar echt iets klaarspelen zal onmogelijk zijn, omdat de macht niet kan reiken tot daar waar ze uiteindelijk moet gelden: buiten de grenzen van de eigen politieke kring. Want buiten die kring wil men wel dat de PvdA links is, maar men staat zich tegelijkertijd zelf de inhoudsloosheid, hypocrisie en het opportunisme toe die men de PvdA verwijt.  Dat maakt dat welke richting de zwalkende PvdA zich ook in beweegt, het de verkeerde richting zal zijn.

Wie verlangt naar een krachtige Partij van de Arbeid, zal haar ideologie op zichzelf van toepassing moeten laten zijn. Zelf sociaaldemocratische keuzes durven maken. Dat betekent: cultuurkritische schrijvers zijn belangrijker dan uitgezakte rocksterren, je verdient geen geld met xenofobie, advertenties zijn geen opinies, solidariteit is iets willen opofferen, geen mens is illegaal. En de lijst kan veel langer, zo moeilijk is het niet. Dat moet van burgers komen, ondermeer via instituties als de VARA en de Volkskrant. En daarna pas van een partij.

Geef een reactie

Laatste reacties (36)