1.982
16

Tabe Bergman is promovendus in de mediageschiedenis aan de Universiteit van Illinois. Zijn proefschrift gaat over de crisis in de Nederlandse journalistiek.

De PVV heeft gelijk: overheidsbemoeienis met de journalistiek is nodig – maar dan anders

De journalistiek is alleen te redden met publiek geld

De Partij voor de Vrijheid heeft minister Van Bijleveldt opgeroepen ervoor te zorgen dat de afbrokkelende muur tussen de redactie van NRC Handelsblad en kranteneigenaar Sauer fier rechtop blijft. Dit is zo’n zeldzaam geval waarin wat de PVV zegt (in dit geval bij monde van Martin Bosma) gekker klinkt dan het is; meestal is het andersom.

Zeg ik dan met de PVV dat overheidsbemoeienis noodzakelijk is om de persvrijheid te garanderen? Ja, precies. Bosma heeft gelijk (echt, lees maar door). Toegegeven, het is een onverwachte wijsheid uit de mond van een veronderstelde aanhanger van de mythische vrije markt.

Het traditionele liberale standpunt is dat de persvrijheid het best wordt gegarandeerd door een terughoudende overheid. Sinds lang is dit de dominante opvatting, niet alleen onder liberalen maar in heel Nederland, en het Westen in het algemeen.

Het bestaan van staatsomroepen lijkt hiermee in tegenspraak, maar dat is het niet – of in ieder geval niet zoveel als je op het eerste gezicht misschien zou verwachten. Er zijn goede redenen voor de overheid om zich in te laten met radio en televisie, al was het maar om te zorgen voor een ordelijke frequentieverdeling, iets waar de vrije markt niet toe in staat is gebleken.

Een andere belangrijke reden, bijvoorbeeld in Nederland, was overigens de angst onder de elite dat het volk onder invloed van machtige technologieën (eerst radio, toen televisie) gekke dingen zou gaan doen. De Nederlandse regering was in de jaren dertig, maar ook nog tot lang na de Tweede Wereldoorlog, succesvol in het weren van allerlei (meestal linkse) radicalen van de air waves.

Het grote gevaar
De PVV vindt nu dat de regering zich opnieuw moet bezondigen aan directe inmenging met de journalistiek. Het gevaar is dan ook groot. De staat moet de dreigende links-radicale samenzwering die, as we speak, wordt gesmeed ter burelen van NRC Handelsblad, opblazen. Het bewijs? Derk Sauer, zo meldt de Volkskrant, heeft een minderheidsbelang van maar liefst 9 procent in het bedrijf dat naast NRC Handelsblad ook NRC Next uitgeeft.

Sauer zou invloed uitoefenen op het beleid van de krant en op de benoeming van de hoofdredacteur. Dit is verwerpelijk (lees: staatsgevaarlijk) omdat Sauer een links-radicaal (maoïstisch) verleden heeft. De PVV beschuldigt Sauer er ook van geld in de SP te pompen, as we speak. Was er ooit een duidelijker voorbeeld van hoe de linkse propagandamachine het Nederlandse volk indoctrineert met gevaarlijke socialistische waarden zoals, zeg, betaalbare gezondheidszorg voor iedereen en inkomensnivellering?

Een kostbare waarheid
Toen ik de oproep van de PVV aan de minister las, was mijn eerste gedachte: was er maar een kleine Bosma aanwezig in de colleges die ik geef aan de Universiteit van Illinois. Want de oproep is een ideaal uitgangspunt voor een korte uitleg, gevolgd door een discussie in de collegezaal: er rammelt van alles aan, maar ergens onder de misverstanden ligt een kostbare waarheid begraven.

Dit is wat ik student Bosma zou antwoorden:
“Dank je wel , dit is een heel interessante opmerking. Laat me eerst een aanname die verstopt zit in je opmerking expliciet maken. Het is een belangrijk inzicht te begrijpen dat de media niet ‘neutraal  zijn. Hoewel individuele journalisten dit soms bestrijden en in ieder geval bijna nooit bewust ‘propaganderen’ – want dit gaat in tegen hun beroepstrots en hun professionele waarden – is het nieuws niet neutraal.”

Zoals bijna elke communicatiewetenschapper zal bevestigen, weerspiegelt het nieuws vooral het wereldbeeld van de bronnen binnen de overheid en het bedrijfsleven waarop de commerciële journalistiek zich meestal baseert. Het nieuws is niet radicaal, maar bevestigt impliciet en expliciet de status quo.

Media zijn nauwelijks links
Die status quo is inderdaad een stuk meer naar de linker kant van het politieke spectrum dan Bosma en zijn  PVV – dat kan moeilijk anders. Dit verklaart waarschijnlijk waarom Bosma relatief weinig (overduidelijk niet genoeg) cognitieve dissonantie ervaart wanneer hij de media ervan beschuldigt (radicaal)-links te zijn. Hoewel de media dus ‘linkser’ zijn dan Wilders, zijn ze nauwelijks links te noemen.

Een paar van de ideologische boodschappen die de commerciële media ‘propageren’ (tegen wil en dank) is dat kapitalisme een goed systeem is dat nu en dan door de overheid moet worden ingedamd; dat het Westen het beste met de rest van de wereld voor heeft; dat de autoriteiten (bijna altijd) te vertrouwen zijn; dat het uitmaakt of een Nederlands team wint of verliest; dat politiek saai is en dat je echt die nieuwe Audi moet hebben.

Interessanter dan de onzin die de PVV uitkraamt is die eenzame waarheid. Ja, die over overheidsbemoeienis met de pers.

De Nederlandse journalistiek verkeert in een diepe crisis. Net zoals in de VS en Groot-Brittannië, is een belangrijke (waarschijnlijk de belangrijkste) oorzaak hiervan de commerciële logica waaraan de pers en de commerciële zenders onderworpen zijn. Om zoveel mogelijk winst te maken moeten de output geoptimaliseerd worden en moet zoveel mogelijk in de kosten worden gesneden. Nick Davis heeft dit proces en de diepte van de journalistieke crisis op geweldige wijze beschreven voor de Britse media, inclusief de staatsomroep BBC.

De journalist als boodschappenjongen
De gevolgen zijn dat het immer krimpende aantal journalisten niet tegen hun taak is opgewassen. De journalistiek controleert de macht niet (geen tijd want geen geld), maar fungeert als de boodschappenjongen van de autoriteiten, zeker als het gaat om politieke en economische kwesties. Voorlichters niet journalisten zetten de toon.

Het gaat dus niet om de 9 procent die Sauer in handen heeft, wat best wel weinig procenten zijn. Dat Sauer extreemlinkse sympathieën zou hebben is ook niet zo relevant. NRC Media is een bedrijf dat adverteerders moet trekken om niet onder te gaan. Het bedrijfsleven is slim genoeg om niet te adverteren in links-radicale publicaties. Die bieden namelijk geen rijke voedingsbodem voor het kweken van consumenten.

Zolang de adverteerders niet en masse NRC Handelsblad verlaten hoeven we ons weinig zorgen te maken over de mogelijke verderfelijke links-radicale invloed van de krant. We kunnen er gerust op vertrouwen dat die adverteerders zorgen dat NRC het niet te bont maakt met die linkse sympathieën. Het doet er ook niet toe dat de PVV-oproep aan de minister zinloos is, omdat de minister geen enkele bevoegdheid heeft om NRC Media te vertellen wat te doen.

De journalistiek is alleen te redden met publiek geld
Zij die de grip op de werkelijkheid nog niet hebben verloren, hebben andere zorgen. Hoe kunnen we de journalistiek redden als onafhankelijk instituut dat van doorslaggevend belang is voor de kwaliteit van de Nederlandse democratie? Het antwoord ligt voor de hand wanneer je je realiseert dat nieuws geen commercieel product is (moet zijn), maar dat nieuws is wat economen een public good noemen.

De journalistiek kan alleen gered worden door publiek geld, dat uiteraard op dusdanige wijze gedistribueerd moet worden zodat de staat geen enkele invloed kan uitoefenen op wat journalisten doen.

Postsubsidie
Een historisch voorbeeld uit onverwachte hoek van succesvolle stimulering van de media door de overheid zijn de erg gulle postsubsidies tijdens de vroege Amerikaanse republiek. De federale overheid legde fors geld toe zodat kranten vrijwel kosteloos door het hele land per post konden worden verzonden. Het is geen toeval dat de Amerikanen toentertijd de reputatie hadden het best ingelichte volk ter wereld te zijn. Dat was dankzij Uncle Sam.

Zolang we erop blijven vertrouwen dat de markt in staat is om consequent journalistiek van hoge kwaliteit te leveren, zullen we teleurgesteld worden. Communicatiewetenschappers en prominente journalisten zeiden het al in de jaren zeventig: bijvoorbeeld Kees Brants, Jo Bardoel, Peter Vasterman, Ben Manschot, Paul Brill (ja echt), Cees Hamelink, Jan Rogier en Rudie van Meurs.

En nu is het tijd voor een fikse discussie.

Dit stuk verscheen eerder op De Nieuwe Reporter

Geef een reactie

Laatste reacties (16)