Laatste update 17:50
7.755
79

Acteur, zanger, vertaler

Tasio Ferrand woont in Amsterdam. Hij is vertaler Engels en Frans, blogger, acteur (o.a. GTST) en singer-songwriter van de jazz-funk-band Go Go Dan. (Profielfoto: Dana Stoc)

De rest is gelul

Hassan werd gepest omdat hij een Turk was, overhemden in plaats van T-shirts en sweaters droeg en veel waarde hechtte aan ene Allah, van wie ik noch iemand anders iets wist, en over wie Hassan zelf nooit sprak

Amsterdam, Watergraafsmeer. Basisschool X, klas 4d, ruim dertig jaar geleden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In de vierde klas (groep 6) lagere school zat ik meestal naast Hassan, een Turkse jongen die altijd perfect gestreken overhemden droeg en heel driftig werd als andere kinderen pornografische dingen over Allah tegen hem zeiden. Van alle jongens kon ik met Hassan het beste opschieten, want hij was slim, oprecht en gevoelig. Als je gewoon normaal tegen hem deed, had je een goeie aan hem. Trouwhartig, eervol, en behulpzaam. Wanneer we een proefwerk rekenen hadden mocht ik bij hem afkijken, met taaltoetsen liet ik hem bij mij afkijken, en bij aardrijkskunde en geschiedenis keken we bij elkaar af. Twee weten per slot van rekening meer dan een.

Kauwgomballen
Behalve Hassan herinner ik me ook nog het mooie meisje dat op Toppop-danseres Penny de Jager leek en haar nicht met haar dat van nature vier – ik heb geteld – verschillende tinten blond was. De andere kinderen herinner ik me niet meer, op nog twee na. Twee Creools-Surinaamse meisjes. Tweelingzusjes met keurige vlechten en een altijd glanzende donkerbruine huid. Ik vond hen mooi, met die elastiekjes met aan elk uiteinde een felgekleurd plastic balletje in hun haar. Net kauwgomballen.

De twee meisjes waren heel stil, lief, en ze zaten helemaal achter in de klas naast elkaar. Slim waren ze ook; ze haalden vaak de beste cijfers van de klas. Ik vond hen ook een beetje zielig omdat ze nooit mochten uitdelen wanneer ze jarig waren, en ze mochten ook geen verjaardagstraktaties van ander kinderen aannemen. Ze waren Jehova’s Getuigen en mochten hun verjaardag niet vieren, ook niet op school. Waarschijnlijk voelde ik enig verwantschap omdat ik midden in de zomervakantie jarig ben en dus ook nooit op school mijn verjaardag vierde of trakteerde. Geen mooi versierde stoelen voor Judith, Maureen en mij. Tja, het leven is hard.

Gepest
Ik werd gepest, misschien was ik te betweterig, maar zeker is dat ik meer wist dan menig klasgenootje lief was. Hassan werd gepest omdat hij een Turk was, overhemden in plaats van T-shirts en sweaters droeg en veel waarde hechtte aan ene Allah, van wie ik noch iemand anders iets wist, en over wie Hassan zelf nooit sprak. Judith en Maureen werden gepest omdat ze Jehova’s Getuigen waren. Althans, daar begon het mee.

We waren allemaal tien jaar oud, maar ik wist allang dat de twee zusjes niet zelf voor dat geloof hadden gekozen, net zo min als Hassan voor het zijne. Hun ouders waren gelovig, dus moesten de kinderen zich ook houden aan regels die bij dat geloof hoorden. Daar konden ze niets aan doen en ik zag geen reden om hen ermee te pesten. Ik had thuis ook bepaalde regels die misschien niet voor alle kinderen golden. Mijn eigen bed opmaken, of zo.

Sinterklaas
Of het rond Sinterklaas was of niet, ik weet het echt niet meer, maar op een dag moest ik in de pauze nablijven omdat ik mijn rekensommen niet af had en de miserabele bejaarde rotjuf met haar koffie-stinkadem en slordig rood gelakte stompnagels me toch al niet mocht. Toen ik veel later dan de andere kinderen de school uit kwam om de laatste vier minuten pauze te genieten, zag ik een groep van vijf of zes jongens bij de schoolmuur staan, in een kluitje om iemand heen.

Maureen. Ze duwden, schopten, sloegen en bespuugden haar. Er ging een ongekend naargeestig gevoel door me heen, iets wat ik op dat moment geen naam kon geven maar ook niet kon verdragen.

Zo bang als ik was – ik was tenslotte ook een mikpunt – ben ik ernaartoe gelopen. Ik heb me heel rustig, haast ongemerkt, tussen de tierende jongens door gewurmd en ben zwijgend voor de huilende Maureen gaan staan, met mijn rug half naar de groep jongens toe gekeerd. Net toen ik dacht dat ze hun agressie op mij zouden gaan richten, greep een van hen mijn linkerarm – ik zette me schrap voor een zet, stomp of schop, maar hij trok alleen hard aan mijn arm en riep: “Pas op! Ze geeft af als ze nat is!” Waarna er nog het een en ander aan Zwarte Piet-gescheld en ander denigrerend en seksistisch verbaal geweld uit zes kinderkelen werd gelanceerd.

Onteerd
Zwart hoertje. Zo noemden ze het meisje met de vlechtjes en de glanzende huid dat haar verjaardag niet mocht vieren. Diep uit mijn maag, dwars door mijn borst, recht naar mijn keel, voelde ik een ongelofelijk brandende schaamte in me naar boven komen, en ik barstte spontaan zelf ook in tranen uit. Gechoqueerd als nooit tevoren. Ik vermoed dat ik me net zo bezoedeld en onteerd voelde als Maureen.

Het klinkt misschien te dramatisch, maar ik denk oprecht dat ik die dag, op mijn tiende, een flink deel van mijn kinderlijke onschuld ben verloren. Pas veel later, toen ik al lang en breed volwassen was, realiseerde ik me dat Maureen en Judith hun kinderlijke onschuld waarschijnlijk al op hun vijfde of eerder aan dat soort smoezelige ontering hadden moeten prijsgeven. Het zal me de rest van mijn leven tranen in mijn ogen bezorgen.

Noem me gerust een sentimentele jankert, ik geef je er zo een lijst van mijn andere imperfecties bij als je wilt, maar zolang ik nog voor Maureen, Judith, Hassan kan huilen, weet ik in ieder geval dat ik heb wat volgens mij een mens werkelijk een mens maakt: gevoel in m’n donder. De rest is gelul.

Cc-foto: Lindley Ashline

Geef een reactie

Laatste reacties (79)