809
19

Directeur Artsen zonder Grenzen

Arjan Hehenkamp vertrok in 1992 op zijn eerste missie voor Artsen zonder Grenzen als logistiek medewerker naar Somalië. Na nog twee andere missies in Sudan en Afghanistan, trad hij in 1995 toe tot het noodhulpteam van Artsen zonder Grenzen. Dat team heeft tot taak noodhulpprojecten in crisis- of rampgebieden op te starten.
Voor het noodhulpteam werkte hij in Bosnië, Rwanda, de Democratische Republiek Congo, Kroatië, Servië, Sierra Leone, Ghana, Congo-Brazzaville, Somalië en Afghanistan.
Na een kort dienstverband op het hoofdkantoor in Amsterdam werkte hij een jaar als operationeel adviseur in Amsterdam en was vier jaar landencoördinator voor Zuid-Sudan vanuit Nairobi, Kenia.
Terug in Amsterdam in 2004 werkte hij weer op het hoofdkantoor, waarvan de laatste vijf jaar als operationeel directeur, de direct eindverantwoordelijke voor alle veldprojecten van Artsen zonder Grenzen.
Persoonlijke informatie
Arjan werd geboren op 11 mei 1968, is gehuwd en heeft drie kinderen. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en spreekt naast Nederlands ook Engels, Duits en Frans.

De rol van Nederland in Syrië moet een humanitaire zijn

De humanitaire hulp aan Syrië blijft achter door politieke blokkades. Gebruik de Nederlandse diplomatieke slagkracht om hulporganisaties het land in te krijgen

Gold dezelfde ferme diplomatieke inzet ook maar voor de verlening van humanitaire hulp. Als directeur van Artsen zonder Grenzen komt deze sterke wens bij mij op bij het lezen van de berichten over de resolutie van de VN Veiligheidsraad om het chemische wapentuig van Syrië te ontmantelen. President Assad zegde zelfs publiekelijk toe alle medewerking te zullen verlenen. Men spreekt over een diplomatieke mijlpaal in de Syrische oorlog.

Intussen is het met de verstrekking van humanitaire hulp in Syrië nog steeds erbarmelijk gesteld. Humanitaire hulp is er zelfs zo beperkt dat het nauwelijks een naam mag hebben. Let wel: het ligt niet aan een gebrek aan geld of aan organisaties die hulp willen verlenen. De werkelijke oorzaak is de geldende politieke blokkade. Want niet alleen het regime in Damascus beperkt de toegang voor humanitaire organisaties, ook omliggende landen hebben een rol in de begrenzing ervan. En hier is wat mij betreft een rol weggelegd voor Nederland. Want al mag de regering dan nauwelijks invloed hebben uitgeoefend op het genoemde akkoord met betrekking tot chemische wapens, dat wil niet zeggen dat Nederland geen rol kan spelen in het realiseren van méér, broodnodige hulp aan miljoenen Syriërs. Hoe? Door vol in te zetten op het opheffen van deze politieke blokkade.

Wat is de rol van Nederland tot nu toe geweest in het bereiken van de bevolking van Syrië? Er is 17 miljoen euro extra uitgetrokken. Uit vrees voor hulpversnippering heeft minister Ploumen besloten deze bijdrage in zijn geheel aan de VN Vluchtelingenorganisatie te geven. Daarbij gaat ze er blijkbaar van uit dat de Verenigde Naties in staat zijn om – ondanks de tegenwerking van het Syrische regime – vanuit Damascus ook de burgers in oppositiegebieden effectieve hulp te bieden. Damascus heeft, net als minister Ploumen, de sterke voorkeur om met een klein en select groepje hulporganisaties te werken. Hiermee wekt Damascus de indruk dat er wel degelijk humanitaire toegang bestaat, terwijl de realiteit er juist een is van controle van hulp en hulporganisaties.

De gevolgen van deze humanitaire blokkade zijn desastreus. Het betekent dat hulp aan burgers in oppositiegebieden alleen met instemming van Damascus en dus mondjesmaat en sporadisch geboden wordt. Ondanks herhaalde gesprekken en onderhandelingen, heeft de Syrische regering bijvoorbeeld geweigerd om Artsen zonder Grenzen toestemming te verlenen in Syrië te werken. Daarmee drukt de Syrische regering organisaties als Artsen zonder Grenzen in de illegaliteit, waarmee de veiligheidsrisico’s toenemen en onze hulp niet op de benodigde schaal gegeven kan worden.

Daarbovenop komt de behoedzame grensbewaking van omliggende landen, vanuit militaire en diplomatieke overwegingen. Het gevolg: een verdere beperking van humanitaire toegang en hulpvolume. Deze, in feite, politieke blokkade is dus de voornaamste reden waarom de broodnodige hulp in Syrië zo minimaal gegeven wordt. Dan verdient de door Ploumen zo gevreesde hulpversnippering wellicht de voorkeur: minder controle leidt vaak tot méér hulp.

Maar waar echt grote stappen gemaakt kunnen worden is als staten en andere actoren die bij het Syrisch conflict betrokken zijn, expliciet en formeel erkennen dat humanitaire toegang niet militair afgedwongen moet worden, noch misbruikt als springplank voor een militaire interventie of als paard van Troje om directe steun te bieden aan de gewapende oppositie in Syrië. Dit is een reële zorg van het Assad regime en haar bondgenoten, en als dit onbesproken blijft en er geen formele afspraken over worden gemaakt, zal het een sta-in-de-weg blijven voor meer toegang en hulpverlening.

En dit is waar Nederland een rol kan spelen. Want Nederland heeft de benodigde politieke ruimte en flexibiliteit om, samen met andere kleine en gelijkgestemde landen, een positieve en strategische rol te nemen ten opzichte van humanitaire hulp. Maar dan moeten ministers Timmermans (Buitenlandse Zaken) en Ploumen afstand houden van het intense politieke spel over chemische wapens. Beter is het de Nederlandse aandacht en diplomatieke slagkracht volledig te richten op het verbeteren van de humanitaire toegang in Syrië. Artsen zonder Grenzen vraagt dat als organisatie niet alleen aan Nederland, maar ook aan andere staten en actoren in onze open brief van vrijdag 27 september.

Want het einde van het conflict is nog niet in zicht. De humanitaire hulp dient vertienvoudigd te worden als we willen voorkomen dat er nog eens honderdduizend slachtoffers vallen. Laat dit de Nederlandse inzet zijn. Waarin een klein land groot kan zijn.

Volg Arjan Hehenkamp ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (19)