564
8

Hans Groen [1963] is zelfstandig ondernemer en bestuurslid van
GroenLinks Midden-Drenthe. Geboren in Noord-Brabant en sinds 2002 woont
Hans Groen in Mantinge, Drenthe. Hans Groen is adviseur op het gebied
van organisatie effectiviteit en Supply Chain Management. en heeft
opleiding in bedrijfseconomie en logistieke bedrijfskunde. Als
fractielid neemt hij de verantwoording voor het webbeheer en is
recentelijk toegetreden tot het bestuur voor het financiele beheer. Hij
heeft een eigen weblog op http://hgroen.wordpress.com/

De schade door belangenverstrengeling

Met het opstappen van VVD-prominent Meijdam wordt het volgende hoofdstuk geschreven over het gebrek aan integriteit in het openbaar bestuur

Belangenverstrengeling of belangenvermenging duidt op een situatie waarbij iemand meerdere belangen dient, die een zodanige invloed op elkaar kunnen uitoefenen dat de integriteit van het ene of het andere belang in het geding komt. Met het opstappen van VVD-prominent Meijdam wordt het volgende hoofdstuk geschreven over het gebrek aan integriteit in het openbaar bestuur.

Integriteit gaat om de normen en waarden van een persoon of een organisatie en de mate waarin men daaraan vasthoudt. De invulling van die normen en waarden is door de tijd aan verandering onderhevig. Waar vroeger ideologische of charitatieve motieven de grondslag was voor het handelen van bestuurders, is deze opgeschoven naar meer economische motieven.

Integriteit binnen het openbaar bestuur is onder invloed van het toenemende marktdenken op een hellend vlak terecht gekomen. Economisch denken is op zich al een beperkt perspectief van de samenleving, daarnaast leidt tot een toenemend eigenbelang wat op enig moment de overhand krijgt. De fraudezaken bij woningbouw coöperaties laten zien dat op het moment dat het economisch belang prevaleert boven het algemene belang van de maatschappij, integriteit als eerste het slachtoffer is.

Belangenverstrengeling begint daar waar integriteit van handelen een secundair karakter krijgt. De persoon in kwestie handelt niet langer in het algemene belang, maar creëert zijn eigen belang. Niet langer zijn zaken als transparantie, eerlijkheid en oprechtheid de drijfveren van de bestuurder, maar het behartigen van zijn eigen belang dat verweven is met de belangen van de mensen en organisaties binnen zijn netwerk. Binnen dat netwerk wordt het handelen vaak als zuiver gezien omdat men binnen die groep wel bepaalde waarden in standhoudt. Een van die waarden is het elkaar gunnen van opdrachten.

The old boys network in optima forma. De maatschappij is er echter niet mee gediend. Het weerwoord van Meijdam dat de perceptie is veranderd, onderschrijft deze blindheid bij bestuurders. Zoals uit zijn mails blijkt was het doorzetten van bepaalde bouwprojecten waar zijn netwerk van profiteert, belangrijker dan de waarde die het heeft voor de maatschappij. Meijdam had zijn integriteit al verloren doordat hij diep verzonken was binnen zijn netwerk en zijn handelen afstemde op het belang van dat netwerk.

Het zijn deze netwerken die belangenverstrengeling in de hand werken, waar bestuurders soms moeilijk aan kunnen ontkomen. Je kan de netwerken compleet negeren en je daarmee niet inlaten, maar de kans dat je dan iets bereikt als bestuurder wordt dan wel heel erg klein. Zo functioneren netwerken als zichzelf in stand houdende organismes binnen onze samenleving. En ook al handelt een bestuurder zo integer mogelijk binnen een netwerk. Het feit dat hij er deel van uitmaakt laadt al de schijn van verstrengeling op zich.

Een senator die aan het Eerste Kamer werk geen fulltime baan heeft en daarnaast een aantal nevenfuncties bekleed bij publieke of private instellingen, komt al snel in de problemen. Op welke wijze kan die senator dan nog oprecht en eerlijk handelen en wordt hij/zij wel geloofd? Denkt u maar aan Elco Brinkman, CDA, die naast zijn functie als senator ook de belangen van de bouwwereld behartigt en daarnaast nog acht andere nevenfuncties had. De schijn heeft de senator al onmiddellijk tegen.

Idealen, normen en kwaliteit zijn aan de kant geschoven en maken plaats voor torenhoge groeiambities. In de zorg, onderwijs, coöperaties. Niet langer is de kwaliteit van diensten en producten afgestemd op de behoefte van de maatschappij maar op het belang van het netwerk. En als het spaak loopt zijn verantwoordingsbewustzijn en moreel gezag lege begrippen. De bestuurder weet van niets, vertrekt met een mooie bonus en laat de rekening aan de samenleving. Deze morele crisis voedt daardoor enerzijds het wantrouwen van de burgers jegens de elites en geeft anderzijds populistische partijen de stok om mee te slaan. Dit verval heeft naast maatschappelijke effecten ook in economisch opzicht negatieve consequenties.

Anna Bernasek stelt in haar boek ‘The economics of Integrity’, dat integriteit van zeer grote economische waarde is. Ons bestaan als mens, onze maatschappij en onze economie is gebaseerd op vertrouwen. Mensen vertrouwen in het dagelijks leven dat de mensen die zij ontmoeten hen geen kwaad doen. Anders zouden we allemaal paranoïde worden. Ook de economie draait om vertrouwen. Wie stelt zich nog vragen of melk of de groente die in de supermarkt ligt wel veilig is? En dat geldt helemaal als het gaat om zaken als gezondheidszorg. U legt zomaar uw gezondheid in de handen van een persoon die U niet kent, maar zuiver op basis van zijn opleiding en titulair vertrouwt U deze persoon. Het creëren van welvaart en welzijn is gebaseerd op het durven aangaan van relaties gebaseerd op vertrouwen. Op het moment dat er netwerken actief zijn in de maatschappij die geen open en vertrouwenwekkende relatie aangaan met hun omgeving, dan zijn deze uiteindelijk schadelijk voor de maatschappij en de economie.

Bestuurders kunnen alleen het vertrouwen met de maatschappij herstellen als zij werkelijk integer handelen. Open, eerlijk en verantwoordelijk, waardoor zij hun moreel gezag herwinnen. Dat begint al bij de wijze waarop bestuurders worden benoemd en geëvalueerd. De positie van de bestuurder in de maatschappij dient duidelijk te zijn, de toegankelijkheid tot bestuurlijke functies dient niet langer afhankelijk te zijn van het old boys network of van selectie eisen die dit in de hand werken. Organisaties dienen hun doelstellingen in overeenstemming te brengen met hun maatschappelijke functie, waarbij de burger actief als stakeholder betrokken wordt.

Dat betekent ook dat openbaarheid van informatie een essentiële voorwaarde is. Iets waar voormalig minister Donner grote moeite mee had. Openheid hindert de overheid niet, maar zorgt ervoor dat de kwaliteit en begrijpelijkheid van informatie toeneemt, welke noodzakelijk is voor een goede communicatie met de maatschappij.

De kans op belangenverstrengeling neemt af naarmate het verantwoordelijkheidsbesef onder bestuurders toeneemt onder druk van transparantie. Bestuurders hoeven zich dan ook geen zorgen te maken of zij de schijn tegen hebben, indien zij integer handelen en zich conformeren aan de algemeen aanvaarde normen en waarden. Daarmee creëren we niet alleen maatschappelijke waarde door het toenemende vertrouwen, maar ontsluiten we ook een veel groter economisch potentieel, die binnen de beslotenheid van het old boys network niet tot stand kan komen.

Lees meer over de achtergrond en het handelen van Meijdam

Dit stuk verscheen eerder op de weblog van Hans Groen. Volg hem ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (8)