2.451
158

Coördinator Internationale Socialisten

Maina van der Zwan (1978) is landelijk coördinator van de Internationale Socialisten en hoofdredacteur van De Socialist.

De SP en de ‘rauwe invasie’ van Polen

Door te hameren op het beperken van de instroom van migranten draagt de SP bij aan de stemmingmakerij tegen de Polen en daarmee aan het opzetten van Nederlandse tegen niet-Nederlandse arbeiders.

De SP pakt Wilders de laatste tijd harder aan, maar vooral op ‘het verliezen van zijn sociale gezicht’. Over het racisme van rechts is de SP een stuk stiller. Soms gaat ze er zelfs in mee, zoals in de kwestie van de Poolse arbeidsmigranten. Die opstelling verzwakt haar eigen achterban, ongeacht kleur of afkomst.

Tijdens de verkiezingscampagne voor de Provinciale Staten heeft de SP er voor gekozen Wilders vaker en harder aan te vallen. Zo documenteert de publicatie De gebroken beloften van Geert Wilders hoe de PVV in het parlement systematisch tegen haar verkiezingsbeloften in heeft gestemd. Toen Wilders van zich afbeet en zei dat de linkse aanvallen ‘pure list en bedrog’ waren, antwoordde Roemer dat Wilders ‘de weg kwijt is’.

Dubbelzinnig

Maar als het gaat om het bestrijden van de haatzaaierij van Wilders, is de houding van de SP dubbelzinnig. Het ene moment wordt hem ‘hardvochtige taal’ tegen moslims en ‘het wegzetten van hele bevolkingsgroepen’ verweten, en het andere moment doet de SP uitspraken die nauwelijks te onderscheiden zijn van die van de PVV.

Helaas betreft dit geen sporadische slippertjes, maar een structurele zwakte. Sterker nog, de SP is er trots op de migratieproblematiek ver voor Bolkestein en Wilders op de politieke agenda te hebben gezet. Dat deed zij namelijk al in 1983 met de beruchte brochure Gastarbeid en kapitaal. De analyse van toen vormt nog steeds de basis voor de positiebepaling van de SP inzake migratie en integratie vraagstukken.

De kern van het betoog is dat het door ‘een verschil in ontwikkeling en cultuur’ heel moeilijk is voor Nederlanders om met hun ‘buitenlandse collega’s samen te werken en samen te wonen’. De culturele kloof met niet-Westerse immigranten werd zelfs zo groot geacht dat een toekomstperspectief voor de tweede generatie ‘bijna niet aanwezig’ zou zijn. De oorzaak van migratie- en integratieproblematiek wordt hiermee bij migranten zelf neergelegd.

Als consequentie daar van worden oplossingen gezocht in het beperken van migratie, Nederlandse arbeiders voortrekken, verplichte taalcursussen, het spreiden van migranten over verschillende wijken en een terugkeerbeleid waar mogelijk. Het devies is vrij vertaald ‘assimileren of oprotten’. Dit was de houding van de SP ten aanzien van de komst van Turkse en Marokkaanse gastarbeiders en nu ook ten aanzien van Oost-Europese.

De Polenkwestie

Sinds de toetreding van Polen tot de Europese Unie in 2004, is het aantal Poolse migranten sterk gestegen. Er komen nu jaarlijks veertienduizend Polen naar Nederland, wat hen tot de grootste groep migranten maakt. Ze werken veelal in de bouw, transport, schoonmaak, landbouw, vakwerk en fabrieken.

Met de toename in migratie is ook de negatieve publiciteit gekomen. ‘Een dronken Pool die zijn auto in een woning boort’, ‘een wildgroei aan Oost-Europese bendes’, ‘Polen die het Leger des Heils overspoelen’, ‘ongekende overlast in wijken’, ‘Polen die onze banen inpikken’ en ga zo maar door.

Het onderzoek Polen in Nederland weerlegt vrijwel al deze stereotype vooroordelen. Polen doen het juist heel goed in Nederland. Maar daar kunnen de rechtse media en partijen niets mee. Die hebben de afgelopen jaren de hetze tegen ‘de Polen’ flink opgevoerd. Onlangs pleitte de PVV er voor om werkloze Polen het land uit te zetten. ‘Ze zijn vaak dronken en maken zich schuldig aan kleine criminaliteit. Mensen in de wijken storen zich daar aan, dat hoor ik ook van de politie’, aldus PVV-Kamerlid Louis Bontes. Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf hier direct gehoor aan.

Vanaf de linkerzijde van het politieke spectrum klinken vergelijkbare geluiden. In navolging van de Haagse PvdA-wethouder Marnix Norder sprak SP-kamerlid Paul Ulenbelt onlangs van een ‘Polen-tsunami’. Hij riep Minister Kamp op om per direct hulptroepen te sturen naar Zundert waar men de ‘rauwe invasie’ van arbeidsmigranten niet aan kon en de situatie ‘onhoudbaar’ was geworden. Een paar dagen later presenteerde SP-leider Roemer een 5-puntenplan om ‘de ongecontroleerde instroom van werknemers uit Oost-Europa’ te beperken.

Terecht benadrukt de SP de mensonterende leefomstandigheden van groepen seizoensarbeiders en de hoge uitbuitingsgraad. Maar voor strijd hiertegen kijkt zij niet naar de Polen zelf, maar naar een regulerende staat. Aan de ene kant moeten ‘malafide uitzendbureaus’ harder aangepakt worden en aan de andere kant moet de migratie van Oost-Europeanen aan banden worden gelegd. Degenen die hier wel komen werken zouden verplichte taalcursussen moeten doen.

Door te hameren op het beperken van de instroom van migranten draagt de SP bij aan de stemmingmakerij tegen de Polen en daarmee aan het opzetten van Nederlandse tegen niet-Nederlandse arbeiders. Hiermee verzwakt zij de positie van beide groepen. In plaats van een vernauwende blik op de wijkproblematiek van autochtone arbeiders, waar vervolgens ‘pragmatische oplossingen’ voor gezocht moeten worden, zou een socialistische analyse moeten beginnen bij de werkingen van het systeem als geheel en de rol van arbeidsmigratie daarbinnen.

Het grotere plaatje

Het gebruik van gastarbeid om verschillende groepen arbeiders tegen elkaar uit te spelen, is zo oud als het kapitalisme zelf. Migrantarbeiders werden en worden bewust ingezet om arbeidsvoorwaarden te ondergraven. Daar was bijvoorbeeld het ‘herkomst principe’ in de EU-dienstenrichtlijn van Bolkestein specifiek voor ontworpen. Buitenlandse werknemers zouden voor de in hun thuisland geldende regelgeving aangenomen kunnen worden, wat een bom legde onder alle arbeidsvoorwaarden. Uiteindelijk werd dit onderdeel van de dienstenrichtlijn door de vakbonden afgeschoten, maar bazen blijven zoeken naar dit soort mogelijkheden.

Zo zei de voorzitter van de halvenclub Deltalinqs Cees Jan Asselbergs begin dit jaar af te willen van de ‘luxe’ arbeidsvoorwaarden in Nederland. ‘Werk zo hard als een Pool’ was zijn devies in het AD. Deltalinqs is niet zomaar een havenclub. Dit is de werkgeversorganisatie waar onder andere Shell, ECT, Eneco, Esso, Eon, BP en Evides lid van zijn. Dit zijn toonaangevende bedrijven voor heel Nederland en het interview is dan ook een teken aan de wand. In plaats van bindende cao’s voor werknemers van wat voor nationaliteit dan ook te respecteren, willen ze een race to the bottom waarin arbeiders uit verschillende landen tegen elkaar worden uitgespeeld.

Dit is hoe concurrentie op de wereldmarkt druk zet op nationale economieën en hoe bedrijven dit gebruiken om hun eigen personeel onder druk te zetten. Het gaat hier niet alleen om ‘malafide uitzendbureaus’, maar om hoe het kapitalisme werkt. De fundamentele tegenstelling die hieraan ten grondslag ligt is die tussen arbeid en kapitaal, niet die tussen de ‘eigen’ en buitenlandse werknemers. Socialisten zouden er daarom naar moeten streven de eerste tegenstelling te versterken en de tweede op te heffen.

Een socialistisch antwoord

De SP richt haar pijlen vooral op binnenlandse sociaal-economische thema’s. Maar onderdrukking en uitbuiting zijn niet alleen economische processen, ze hebben ook een politieke dimensie. Dat zijn de verdeel-en-heers mechanismen. Seksisme, homofobie, racisme en nationalisme zijn het ideologische cement waarmee de structuren van economische uitbuiting verstevigd worden. De taak van socialisten is niet om deze verdeeldheid te bevestigen, maar om dwars door alle vooroordelen heen gezamenlijke strijd te organiseren om verdeeldheid af te breken.

Dat betekent in de Polenkwestie dat niet de migratie, maar de arbeidsmarkt gereguleerd moet worden. Niet zozeer door wetgevers van bovenaf, maar door collectieve strijd van onderaf. Het belang hier van wordt niet ingegeven door een politiek correct multiculti-idealisme, maar door eeuwen aan ervaringen in arbeidersstrijd. Leuzen zoals ‘eendracht maakt macht’ en ‘sterker door strijd’ zijn niet uit de lucht komen vallen. Ze zijn het product van overwinningen en vormen het hart van de socialistische traditie. Dat ter harte nemen betekent dat Polen en Nederlanders het sterkst staan door gezamenlijk voor fatsoenlijk loon en arbeidsvoorwaarden te strijden.

Het smeden van dit soort eenheid is makkelijker gezegd dan gedaan. Het vereist dat de ideeën die groepen arbeiders tegen elkaar uitspelen actief bestreden worden. Daar moet de moeilijke, in plaats van de makkelijke weg gekozen worden. Geen goedkope one-liners over tsunami’s, maar pamfletten in zowel het Pools als het Nederlands die uitleggen wie de gemeenschappelijke vijand is, ondersteund door solidariteitsacties en voorbeelden van verbroedering. Het smeden van banden over nationale, culturele of taalgrenzen heen is de beginvoorwaarde voor succes.

Van dit soort initiatieven is de SP nog ver verwijderd. Daarvoor zou de partij eerst grondig af moeten rekenen met de toon en conclusies van Gastarbeid en kapitaal. Niet alleen op grond van socialistische principes, maar ook omdat de Nederlandse arbeidersklasse multicultureel ís. Dat besef en de consequenties daar van voor sociale strijd in Nederland zijn de blinde vlek van de SP. Antiracisme is geen extraatje waar lippendienst aan bewezen moet worden. Het is de lakmoesproef voor elke socialist.

Geef een reactie

Laatste reacties (158)