1.286
15

Literatuurwetenschapper, onderzoeker

August Hans den Boef is literatuurwetenschapper en onderzoeker. Hij werkte tot 2011 aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is schrijver van onder andere Nederland seculier!, 'God als hype' en [Haat] als deugd.

De Statenbijbel is ook een monument van religieuze intolerantie

Niemand reageert kritisch op de publiciteit rond de Herziene Statenbijbel, op sektarische protestanten na

Tot mijn verbazing reageert niemand kritisch op de publiciteit rond de Herziene Statenbijbel die op 4 december verscheen. De zoveelste herziening van de Statenvertaling overigens, en zoals altijd maken radicale, sektarische protestanten bezwaar tegen de herziening. Maar het hele ‘herziene’ project is een wangedrocht. De Statenvertaling verscheen in 1637.

Enige decennia later ‘verduitste’ de auteur Joost van den Vondel een aantal klassieke teksten: P. Virgilius Maroos Lantgedichten (Georgica), Sofokles’ Herkules in Trachin (Τραχίνιαι) en van Euripides Ifigenie in Tauren(Ἰφιγένεια ἡ ἐν Ταύροις) en Feniciaensche of gebroeders van Thebe (Φοίνισσα). Maar net als de Statenbijbel zijn die vertalingen voor moderne lezers moeilijk te begrijpen. Zie Piet Calis’ boeiende biografie Vondel. Het verhaal van zijn leven (2008).

Sinds de zeventiende eeuw is niet alleen onze taal ingrijpend veranderd, maar heeft ook de academische studie van Vergilius, Sofokles en Euripides een veel hoger niveau bereikt. Net als de kennis van Hebreeuws, Aramees en Grieks, alsmede de tekstwetenschappen en de kennis van de toenmalige culturen. Daarom vertalen we deze klassieken net als de Bijbel geregeld weer opnieuw.

Wie zou voorstellen om de vertalingen van Vondel te herzien, zodat weliswaar diens plechtig aandoende taalgebruik behouden blijft, maar begrijpelijker voor onze dagen en gecorrigeerd naar de academische state of the art, die krijgt niet alleen geen eurocent subsidie, maar zal bovendien voor gek worden verklaard. Een kinderbijbelversie van Multatuli’s Woutertje Pieterse en Max Havelaar stuit al op veel verzet, maar zo’n Vondelproject is veel onzinniger. Net als een Herziene Statenbijbel. Ik ben het eigenlijk wel eens met die radicale, sektarische kringen. Gewoon herdrukken met een goed notenapparaat, waarin ook fouten worden gecorrigeerd. Wat die radicale, bevindelijke kwezels natuurlijk helemaal niet willen.

Laten we bovendien niet vergeten waarvan de Statenbijbel het product was. Namelijk van de godsdiensttwisten tussen de remonstrantse arminianen en calvinistische gomaristen. Die twisten waren stadhouder Maurits van Oranje een staatsgreep waard; hij trok hiermee partij voor de contraremonstranten, tegen de wil van de stedelijke regenten die meer sympathie hadden voor de remonstranten. ’s Lands hoogste ambtenaar, raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt, liet hij terecht stellen en de Synode van Dordrecht (16181619) moest voorgoed de gomaristische visie voor de officiële gereformeerde kerk vastleggen. Voorzitter was de contraremonstrantse predikant Johannes Bogerman, onder wiens leiding de remonstranten werden aangeklaagd en op 14 januari 1619 uitgesloten van de verdere beraadslagingen. Vanaf dat moment waren zij tweederangsburgers, tot pas in 1795 de Bataafse Republiek hun (met joden, katholieken en doopsgezinden) gelijke rechten gaf.

Die patriottische republiek was ideologisch sterk bepaald door de ‘reformatorische verlichting’, een stroming die nogal eens wordt veronachtzaamd. De auteurs Betje Wolff en Aagje Deken worden daartoe gerekend. Een belangrijke exponent van die ideologie is hun romanpersonage Abraham Blankaart, een rijke koopman en de voogd van weeskind Sara Burgerhart, die opvalt door zijn godsdienstige ruimdenkendheid. In Brieven van Abraham Blankaart (1787-1789) is Blankaart zelfs de enige verteller. Daar maakt hij op een mooie, winterse zondag ‘een evangelische kuiering’ door Amsterdam om eens aandachtig naar alle godshuizen te kijken, die hij honderden malen is gepasseerd. ‘Daar zag ik verscheidene der Gereformeerde Kerken, waar in voor bykans een paar honderd Jaar, en voor al in ’t begin der voorige Eeuw, met zo veel drift en onverdraagzaamheid over die Leerstukken gesproken wierd’. Naar goed Nederlands gebruik geeft Blankaart daarvan vooral buitenlanders de schuld: ‘Heethoofdige Vlamingen, muitzuchtige Brabanders, Duitschers, die in lang zo beschaafd noch geoefend waren, als zy nu zyn.’ Later schrikt hij als een vriend hem vertelt dat er weer zo’n Nationale Synode komt. De vorige resulteerde volgens de vriend hierin: ‘dat men het Volk wit en zwart leerde. Dat kon niet! Om dit nu te beletten, maatigde zich de sterkste party het gezag aan over de zwakste, en ’t was: Dit moet gy gelooven, dit leeren, dit belyden, of pak je biezen, toe de Kerk uit. Nota bene, toen het laatste deel van Brieven van Abraham Blankaart werd gepubliceerd, woonden Wolff en Deken in Frankrijk. Zij vreesden vervolgd te worden, nadat Willem V van Oranje ons land door zijn Pruisische zwager had laten bezetten om de patriotten uit te schakelen.

Die nieuwe Synode kwam er niet. Maar de Statenbijbel bleef nog tot 1951 de officiële voor alle Nederlandse protestanten. Behalve een monument van zeventiende-eeuws Nederlands, blijft de Statenbijbel ook een monument van religieuze intolerantie door dominees en Oranjes. Hertaald of niet.


Laatste publicatie van August Hans den Boef

  • Onbegonnen werk

    De ontvangst van het oeuvre van F. Harmsen van Beek, een casestudy (met Joost Kircz)

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (15)