1.711
24

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

De sterke volatiliteit van het Nederlands electoraat

Enkele dagen voordat de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 plaats vinden kan al  een goede indruk gegeven worden van de grote mate van volatiliteit van het Nederlands electoraat.

Dat kan gebeuren door het voorgenomen stemgedrag af te zetten tegen de keuze bij de vorige verkiezingen. (En inmiddels geeft ruim 80% van degenen die een partij noemen aan vrijwel zeker te zijn van hun keuze).

Voor 1960 stemde doorgaans meer dan 85% van de kiezers dezelfde partij die ze bij de vorige verkiezingen stemden. In de periode 1960 en 1990 nam de volatiliteit toe, maar het aandeel kiezers dat bij dezelfde partij bleef lag doorgaans rond de 75%. Verschuivingen tussen twee verkiezingen overschreden niet de 10 zetels.

In 1994 werd dat patroon doorbreken. Het CDA verloor 20 zetels en de PvdA 12. Bij die verkiezingen stemde twee derde deel der kiezers de partij die men 4 jaar ervoor ook stemde. (Alleen bij het CDA was dat rond de 60% en de PvdA rond de 65%).

De verkiezingen van 2002 lieten de grootste verschuivingen zien die tot dat moment waren waargenomen. De LPF haalde uit het niets 26 zetels, de PvdA verloor 22 zetels en de VVD 14. In totaal verschoven 92 zetels van partij.  Circa 60% van de kiezers stemde hetzelfde als 4 jaar ervoor.

Het ziet er nu naar uit dat tussen de 70 en 80 zetels van partij zullen verschuiven. Niet het record voor wat betreft het aantal zetels dat van partij wisselt. Als we echter naar de relatie kiezen tussen de partij die men nu lijkt te gaan kiezen en de partij die men in 2006 heeft gestemd, dan is goed te zien hoe groot de volatiliteit geworden is.

Rond de 45% van de kiezers gaat nu een andere partij stemmen dan in 2010. Zelfs een partij die niet zover van de uitslag van de vorige keer lijkt te eindigen (de PvdA) laat zien dat zeker een derde deel van de kiezers door anderen worden vervangen.  Maar ook is daarbij goed te zien hoezeer de kiezers zich over andere partijen verdelen. Van de PvdA kiezers uit 2006 stemt nu 9% D66, 7% Groen Links, 4% PVV, 3% VVD en SP. Maar de PvdA wint die weer (voor een deel) terug van met name D66, Groen Links en SP. Maar ook van het CDA is 3% overgelopen naar de PvdA.

Die volatiliteit is natuurlijk ook goed af te lezen aan de grote verschuivingen in de peilingen die er plaats hebben gevonden tussen februari (voor de val van het kabinet) en nu.  In die periode zijn de PvdA en VVD met 15 zetels gestegen. En zijn met name PVV en D66 fors gedaald.

Die schommelingen zijn goed te zien dankzij de Europese verkiezingen in 2009. Door het huidig stemgedrag van degenen die in 2009 bij de verkiezingen zijn opgekomen af te zetten tegen hun stemgedrag uit 2009.

Terwijl in (fictieve) zetels de uitslag van 2009 meer dan 80 zetels verschilde van de verkiezingen uit 2006 zien we dat binnen één jaar (en in feite vooral in de laatste vier maanden) de omvang van de verschuivingen minstens even groot zijn als in de 2.5 jaar ervoor. Zelfs de PvdA, die ten opzichte van vorig jaar duidelijk stijgt, is in dat laatste jaar toch nog circa een kwart van de kiezers kwijtgeraakt.

Het grote verschil met de verkiezingen in de vorige eeuw was dat doorgaans de grote drie partijen 75% of meer van de stemmen op zich verzamelde. En de overige partijen doorgaans klein waren. Nu zien we een proces dat de drie grootste partijen circa 60% van de stemmen halen en er nu zeker 5 partijen zijn die ieder tussen de 6 en 12% halen. Twee derde deel van de kiezers geeft aan een andere partij dan degeen die men kiest ook nog een kans te geven op een stem en meer dan de helft van die groep noemen dan zelfs twee extra partijen of meer.

Het is zeker niet zo dat  kiezers van dag tot dag grote verschuivingen vertonen (in de afgelopen week was dat ongeveer 2% per dag). Maar in relatief korte tijd kunnen de verschuivingen toch groot zijn. Het levert een extra instabiliteit van ons systeem op, want het is te verwachten dat na deze verkiezingen en met name na de vorming van het kabinet zich weer grondige veranderingen in het electoraat zullen voltrekken. Zo zouden partijen die in de afgelopen maanden fors zijn gedaald in de peilingen (zoals PVV en D66) in het komende jaar alweer fors kunnen stijgen (afhankelijk van het feit of ze al dan niet in de oppositie zitten).  Deze volatiliteit beïnvloedt ook op een andere manier het politieke proces. In maart 2011 zijn de Provinciale Statenverkiezingen en met die uitslag wordt de Eerste Kamer samengesteld. Als de kiezer weer in de komende periode sterk van voorkeur wisselt dan zou de nieuwe regering wel eens geen meerderheid in de Eerste Kamer kunnen halen.

Bijlage:

Dit was de tabel die enkele dagen voorafgaande aan de verkiezingen van het Europese Parlementsverkiezingen werd gemaakt om de overgangen tussen de partijen te laten zien. En ook hieruit is goed op te maken hoe groot de verschuivingen bij het electoraat zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (24)