1.598
7

advocaat

Mr. I.N. Weski is strafpleiter en lid, soms bestuurslid, van diverse nationale en internationale strafrechtelijke specialistenverenigingen (o.a. VRSA, VNSA en ECBA). Zij is een veelgevraagd spreker in nationale en internationale juridische en politieke forums, alsmede geregeld als strafpleiter in beeld in de verschillende media.
Haar specialisme is met name gelegen in zeer gecompliceerde vaak grensoverschrijdende strafzaken.

De strafbaarheid van een illegale oorlog

Stel dat een minister, een kabinet, een premier de Grondwet schendt. Stel dat een land zo misleid wordt om oorlog te gaan voeren. Kun je de politici dan strafrechtelijk vervolgen? 

Wanneer spreken, wanneer verzwijgen, wanneer misleiden, hoe onvoldragen is de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de minister tegenover het parlement.
Of wel hoe zit dat eigenlijk.

Er ontrolt zich inmiddels nationaal en internationaal een politieke en publieke discussie omtrent de vraag in hoeverre regeringen hun beslissingen om ten oorlog met Irak te varen konden baseren op hen ter beschikking staande informatie van de eigen en elkaars inlichtingendiensten en of de nationale parlementen hun controlerend werk hebben kunnen of willen verrichten.
In Engeland en de VS heeft die discussie een aantal rapporten geproduceerd, die niet alleen de conclusie presenteren, dat geen verondersteld arsenaal aan chemische massa vernietigingswapens te Irak voorhanden was en de betreffende informatiebron dus onbetrouwbaar moest zijn, maar voorts dat de verschillende inlichtingendiensten elkaars informatie klakkeloos overnamen en zelfs wordt gesuggereerd, dat dit alles zelfs bekend al was bij de beslissenden voordat “ten aanval” werd geroepen.
Ik ben thans doende in een strafzaak namens een AIVD medewerkster, die ervan door de AIVD wordt beschuldigd informatie omtrent dergelijke problematiek in Nederland aan een journalist van de Telegraaf te hebben verstrekt.
De AIVD bleek als werkgever de eigen werknemer op tot op heden niet opgehelderde gronden daarvan te verdenken en heeft vervolgens de rol van opsporingsambtenaar toegeëigend, waarbij vanwege het gegeven, dat de AIVD van zichzelf meent, dat dit vermeend lekken een ernstig gevaar voor de nationale veiligheid zou betreffen, vergaande inlichtingenmiddelen kon inzetten, zoals direct afluisteren en ambtsberichten produceerde, die vervolgens in de strafprocedure qua taakstelling, inhoud en bevoegdheid in feite niet kan worden getoetst.
Vanuit dit besef van oncontroleerbaarheid mist dan ook formeel wettelijk de AIVD uitdrukkelijk in de wet de bevoegdheid tot opsporing van strafbare feiten (art. 9 WIV 2002).
Maar ja, wie heeft daar controle of zeggenschap over?
De betreffende wetgeving en internationale jurisprudentie had bij dat begrip van nationale veiligheid met name concreet gevaarzettend georganiseerd en met name terroristisch handelen voor ogen.
In de praktijk mag de AIVD, als Markies de Carabas,  onder de bezielende leiding van de eigen Minister van Binnenlandse zaken de eigen taken toe-eigenen en van het etiket nationale veiligheid voorzien. “This is all ours”.
Gesproken kan dus worden van een voor de eenzame verdachte staande muur van dubbele anonimiteit (werkgever, die van zichzelf stelt dat thans de taak van het beveiligen van de nationale veiligheid in het geding is, hetgeen door de strafrechter niet kan worden getoetst), verstrengeling van belangen en de schending van de onafhankelijkheid van het onderzoek ( de werkgever, die allereerst zelf bepaalt welke informatie dan staatsgeheim zou zijn en uiteraard belangen kan hebben bij bepaalde uitkomsten van het onderzoek in die arbeidsverhouding en het functioneren van de eigen dienst).
In feite moet worden gesproken in deze constructie van de beul, die het eigen opsporingsonderzoek en de berechting verzorgt, door het aan het begin van de berechtinglijn invoegen van een gesloten doos met het opschrift, niet openen. Ik handel dit wel verder af.
Binnen het kader van dat AIVD onderzoek werden ook een aantal journalisten afgeluisterd, hetgeen het Hof Amsterdam onlangs in een civiele procedure onrechtmatig heeft verklaard. De vraag is uiteraard of de strafrechter zich ook aan de houtgreep van de AIVD en het vermeende staatsbelang durft te ontworstelen.
Inmiddels moet vooralsnog uit de lopende strafprocedure worden begrepen, dat de Commissie Davids, die thans na veel gekrakeel omtrent de status van die Commissie een onafhankelijk onderzoek wordt geacht uit te voeren naar die achterliggende voorlichting van de Tweede kamer door het Kabinet omtrent de grondslag van de die oorlog met Irak, dat niet alles door de Irak aan stukken is verstrekt aan die Commissie.
Volgens het dossier moeten wij immers begrijpen, dat een van de versies van een bepaald rapport slechts een “onvoldragen” versie zou behelzen en dat de definitieve versie een deels andere conclusie dan eerder versies had, maar dan weer niet aan de Cie Davids was verstrekt.
En dat is een steeds terugkerend fenomeen. Wat wenst de controlerende instantie, zoals de strafrechter, maar ook het Parlement te weten, in hoeverre dienen vragen beantwoord te worden. Hoe geanonimiseerd is macht?
In de politieke discussie wordt immers aan de ene kant voortdurend door verschillende politieke partijen gepretendeerd, dat men informatie wenst van een regering, niet alleen over de kosten van een spoorlijn, maar ook over de vraag of “onze jongens”een woestijn al of niet tegen aanvullende ongemakkentoeslag en al of niet voorzien van de juiste apparatuur en al of eindigend bij een oorlogstribunaal, dienen te worden ingestuurd.
Deze zaak lijkt ook een achtergrondmuziek te kennen van al die anderen, die toegang hadden tot informatie en die wellicht naar huis namen, parlementsleden, burgemeesters, MIVD’ers, die de eigen geheimhouders/ambtsplichten schenden en vooral worden toegesproken en/of thuis mogen nadenken, en dit alles bezien tegen de omringende discussie rond de vraag of strafbaar moet worden gesteld het verzwijgen van voor het staatsbelang en de veiligheid van de aan haar toevertrouwde burgers betreffende informatie bij de besluitvorming om wel of niet een oorlog met groot gevaar voor goederen en de levens van de eigen burgers en minderjarigen en die van een ander land. Ik zie het woord “onvoldragen in dat ambtsbericht”. 
Ik moet van de Premier in zijn uitlatingen in het parlement inmiddels begrijpen, dat een dergelijk document dan niet bestaat, geen waarde heeft, niet vermeldenswaard, in de kluis mag blijven liggen van de landsadvocaat.
Stel een minister, een kabinet, een Premier schendt de Grondwet, stel men neemt waar hoe een land tot een oorlog wordt misleid. Stel, wat dan? 
Art. 68 Grondwet stelt:
De ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.
Uit de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie in deze moet worden begrepen, dat dit niet betekent, dat de Tweede Kamer mag worden voorgelogen in het Staatsbelang. 
Wel kan een beroep daarop worden gedaan bij het niet geven van inlichtingen, indien ook niet mogelijk zou zijn het Parlement in een vertrouwelijke Kamercommissie te kunnen voorlichten.
Dat uiteindelijk in de Tweede Kamer in een vermeende reconstructie een vermeend andere reden werd opgegeven voor het destijds starten van een oorlog, lijkt een beroep op het disfunctionerend geheugen van de Parlementaire toehoorder.
 Volgens Art. 355 van het Wetboek van Strafrecht wordt met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie gestraft de hoofden van ministeriële departementen:
1º. die hun medeondertekening verlenen aan Koninklijke besluiten of Koninklijke beschikkingen, wetende dat daardoor de Grondwet of andere wetten of algemene maatregelen van inwendig bestuur van de staat worden geschonden;
3º. die beschikkingen nemen of bevelen geven of bestaande beschikkingen of bevelen handhaven, wetende dat daardoor de Grondwet of andere wetten of algemene maatregelen van inwendig bestuur van de staat worden geschonden;
Ik moest aan die bepalingen denken bij het onlangs bekend geworden gegeven, dat men bij Justitie al jaren zou hebben geweten, dat geheimhoudergesprekken technisch feitelijk niet vernietigd werden, zodat begrepen moest worden dat jarenlang rechters en politici dit gegeven werd onthouden, maar kennelijk ook wetten werden ondertekend, die gewoon niet konden en zouden worden uitgevoerd.
Ik moet begrijpen, dat inmiddels door TNO een nader onderzoek wordt uitgevoerd.
4º. die opzettelijk nalaten uitvoering te geven aan de bepalingen van de Grondwet of andere wetten of algemene maatregelen van inwendig bestuur van de Staat, voor zover die uitvoering wegens de aard van het onderwerp tot hun ministeriële departementen behoort of uitdrukkelijk hun is opgedragen.
De vraag is uiteraard of sorry gewoon weer voldoende is bij het graf van de gevallen soldaat, de overleden dakdekker, “the collateral damage”, het zwijgende parlement.
Tot op heden heeft het vooral gewerkt.
Zalig zijn de onwetenden.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)