3.524
167

Publicist

Jan Schnerr (1946) woonde een deel van zijn jeugd in Indonesië. Studeerde economie in Amsterdam en werkte 27 jaar als directeur/bestuurder in de zorg. De laatste twintig jaar daarvan in verschillende ziekenhuizen. Schrijft korte verhalen en was vaste columnist in Medisch Vandaag. Is redacteur van de door hem opgezette Midden-Oostensite Jaffadok. Werkt aan een roman en organiseert literaire avonden.

De strijd om het antisemitisme

Als "antisemitisme" gekoppeld wordt aan politieke opvattingen over Israël gaat er iets grondig mis. Wat ooit de strijd was tegen antisemitisme, dreigt te verworden tot een gevecht om de zeggenschap over de definitie van antisemitisme

Op 30 september kwam het European Union’s Fundamental Rights Agency (FRA) met een rapport waaruit zou blijken dat het antisemitisme in Europa zwaar wordt onderschat: “gross underreporting”. Abe Foxman, oud-voorzitter van de Anti-Defamation League reageert meteen in de Israëlische pers: die rapportage moet beter, om wetgeving tegen “hate crimes” goed te kunnen toepassen op overtreders. Ander bericht in de afgelopen dagen: Israëlische, Amerikaanse en Oostenrijkse kranten kwamen vrijwel tegelijkertijd met de waarschuwing, dat met de vluchtelingenstroom een extra dosis antisemitisme Europa binnenkomt. In al die berichten wordt één belangrijk aspect gemist: wat wordt onder “antisemitisme” verstaan? Ook kritiek op Israël? Het gevecht aan de Universiteit van Californië voorspelt niet veel goeds.

In de Verenigde Staten wordt het gevecht keihard gevoerd door de Israël lobby. Deze maand is de Universiteit van Californië (UC) aan de beurt. De inzet: fundamentele kritiek op Israël moet – om te beginnen aan de universiteiten – gesmoord worden door daar het etiket “antisemitisme” op te plakken. Universiteitsbesturen mogen deze “antisemieten” geen podium geven. Aan Europese en ook Nederlandse universiteiten, zoals de Vrije Universiteit in Amsterdam, speelt dit inmiddels ook. Wat is er in Californië aan de hand en wat zijn de gevaren van deze campagne?   

Op Noord-Amerikaanse universiteitscampussen groeit de laatste tijd het aantal Israël-kritische bijeenkomsten. Bij deze bijeenkomsten spelen studenten met een joodse achtergrond een actieve rol, wat door de Israëllobby als een extra probleem wordt gezien. Het gevoel heerst bij een toenemend aantal studenten en stafleden, dat Israël de bezette gebieden definitief koloniseert en daardoor bezig is een apartheidsstaat te worden. De tegenactie is hard en radicaal. Bij de première in Boston op 5 mei 2015 van de documentaire film “Crossing the Line 2″ die handelt over kritiek op Israël, haalde Ayaan Hirsi Ali zeer scherp uit naar de internationale BDS-beweging (Boycot, Desinvestering en Sancties): “Zij haten de Joden niet omwille van Israël, maar zij haten de Joden omwille van de Joden.” In vervolg hierop zetten 30 joodse organisaties de universiteiten onder druk om “delegitimatie van Israël” onder de definitie van antisemitisme te brengen. De organisaties, waaronder het Simon Wiesenthal Centrum, willen dat een nieuwe definitie, “include the delegitimization of Israel as a step in addressing the alarming rise in antisemitic activity on US campuses.” Deze maand beraadde het bestuur van de Universiteit van Californië zich over de eis (vervat in een resolutie) om zijn definitie van antisemitisme aan te passen in de zin zoals bedoeld door de Israëllobby. Dan wel, om joodse (studenten-)organisaties de ruimte te geven om in concrete gevallen te bepalen wat als “antisemitisme” aangemerkt moet worden. De Jerusalem Post van 13 augustus 2015: “The Simon Wiesenthal Center said that it is working tirelessly, through meetings with UC Regents and officials, to urge them to adopt and vote in favor of the resolution.” Wat zijn de gevaren van deze campagne?

Antisemitisme is van oudsher het discrimineren van joden op grond van hun etniciteit of religie. Deze definitie laat bredere of minder brede uitleg toe, maar is in de kern duidelijk. Uitbreiding naar “demonize, delegitimize and apply double standards to Israel” maakt de strijd tegen discriminatie van joden tot bestrijding van politieke opvattingen. En daarbij gaat het niet alleen om extreme, marginale zienswijzen. Het “apply double standards” heeft volgens de grote pro-Israëlorganisaties inmiddels betrekking op een zeer breed scala van meer of minder gematigde, kritische opvattingen over Israël. “Demoniseren” is een containerbegrip: ook politieke opvattingen die niets met antisemitisme uitstaande hebben kunnen daarin gepropt worden. “Deligitimeren” wordt vooral gebruikt om mensen aan te vallen die vraagtekens zetten bij de wens van sommige joden om uitsluitend of voornamelijk onder joden te leven en die daarvoor een exclusief joodse staat noodzakelijk achten. Men kan die vraagtekens onzinnig vinden, het zou een enorme beperking van de vrijheid van meningsuiting betekenen als die discussie niet meer mag worden gevoerd. 

Er kleeft nog een ander gevaar aan de politisering of anders gezegd, de “Israëlisering” van het begrip antisemitisme. Er wordt druk mee uitgeoefend op joden buiten Israël om in hun identiteit aan loyaliteit aan de staat Israël een centrale plaats toe te kennen. Dat wringt in een maatschappij waar door geloofsafval en gemengde huwelijken assimilatie een alledaags fenomeen is. En dat gaat misschien nog meer wringen als joods Israël verder radicaliseert en zich verder verwijderd van de normen en waarden die hier in het algemeen gelden. Daarom is het verontrustend dat er ook in Europa tendensen zijn om het begrip antisemitisme uit te breiden. En om fundamentele kritiek op de staat Israël onder de strafwetgeving te brengen. Het European Forum on Antisemitism bijvoorbeeld breidt zijn “werkdefinitie van antisemitisme” zodanig uit dat discussie over Israël snel in het domein van het strafrecht komt. Discussie over bijvoorbeeld de relatie tussen de etnische exclusiviteit van de joodse staat en discriminatie en racisme wordt dan een riskante onderneming. 

Stel dat het idee van een Palestijnse staat de komende tijd verwordt tot een “Bantoestan” binnen een Groot-Israël. Worden wij dan binnenkort geconfronteerd met de volgende definitie van antisemitisme: “Het uiten van de opvatting dat alle twaalf miljoen inwoners van dat Israël gelijke rechten moeten hebben”?

Dit artikel werd geschreven door Anke Ouwerkerk, beleidsjurist bij de Rijksoverheid en Jan Schnerr, publicist en oud-ziekenhuisdirecteur 

Geef een reactie

Laatste reacties (167)