278
5

Journalist

Brenda Stoter is geboren en getogen in Rotterdam. Sinds 2010 is ze als freelancer werkzaam in de journalistiek en schrijft ze voornamelijk voor het AD, stichtingen en bedrijven. Eerder schreef ze artikelen voor de Elsevier, Roest, HP/De Tijd, stichting Music Matters en werkte ze mee aan het Hoofdboek. Ze is gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, jongerencultuur, Rotterdam, Egypte en Rwanda.

De Syrische veiligheidsdienst

The Holy Kebab VI: Het land proberen te ontvluchten, wordt als verraad gezien. Mensen zijn voor minder door de Mukhabarat opgepakt

Ook in de tijden van oorlog gaat het alledaagse leven gewoon door, bewijzen de laatste ontwikkelingen in Noura’s leven. Op een doodnormale avond spreken wij elkaar weer op Viber. Na wat ditjes en datjes (‘Nog bommen gezien?’ en ‘Wat heb je vandaag gedaan?’) stuurt ze een foto van het vluchtelingenkamp waar ze werkt. “Oh ja, en de Syrische veiligheidsdienst zit achter me aan”, mompelt ze snel.

Een siddering gaat door mijn lijf. Als de Mukhabarat (Syrische veiligheidsdienst onder leiding van president Bashar Al-Assad) achter je aanzit, ben je verdoemd, weet ik uit haar verhalen. Vrienden die ooit ondervraagd werden, zijn gemarteld, gevangengezet of kwamen nooit meer terug. Tot op de dag van vandaag is het een raadsel wat er met die mensen gebeurd is.

Lijst
Twee dagen geleden kreeg Noura via via te horen dat ze op de lijst stond. De reden dat de veiligheidsdienst haar zoekt, is nog niet bekend. Zelf denkt ze dat haar werk in het vluchtelingenkamp de reden is. Dat heeft ze eerder van haar contacten gehoord. “De Mukhabarat ziet in iedere vluchteling een tegenstander van het regime. Het maakt hen niet uit of je door bomaanslagen uit huis gedreven bent. Iedereen die vluchtelingen helpt, is bij voorbaat fout”, zegt ze en neemt trekje van haar sigaret.

Contact hebben met het buitenland kan ook een reden zijn, hoewel ze dat betwijfelt. Haar Facebookpagina is afgeschermd en politieke uitlatingen doet ze amper. Bovendien hebben veel Syriërs contact met het buitenland. Het visum voor Amerika is de derde optie. Het land op een dergelijke manier ontvluchten, wordt als verraad gezien. Mensen zijn voor minder opgepakt.

Dat de Syrische veiligheidsdienst zich nog steeds met dit soort dingen bezighoudt, verbaast me enigszins. Op de vraag of ze niets beters te doen hebben in tijden van oorlog, reageert Noura lacherig. “Nee, dat hebben ze niet. Dit is wat ze doen.”

Vernedering als wapen
De komende dagen probeert ze erachter proberen te komen of ze op die lijst staat en wat voor gevolgen dit heeft. Voorlopig wijzen alle neuzen die kant op. Vluchten is onmogelijk, met of zonder visum. “Dan word je op het vliegveld alsnog opgepakt,” legt ze uit. “De enige manier is om illegaal het land uit te komen, maar dat zal moeilijk worden. Als ik naar Jordanië of Irak vertrek, pakken ze me alsnog.”

Noura legt verschillende manieren van martelen uit. Vragen stellen gebeurt na het pijnigen van verdachten. Volgens haar is het algemeen bekend dat vrouwen verkracht worden door de mannen van de veiligheidsdienst. Vernedering is hun belangrijkste wapen. En ook al ben je onschuldig, dan nog zullen ze doorgaan, totdat je toegeeft. Hoe dan ook: eenmaal in de handen van de Mukhabarat, is er geen weg terug.

“Misschien is het beter als ik opeens op de stoep sta en uitleg dat ik niets verkeerd doe,” zegt ze na een half uur. “Denk niet dat iemand dat ooit gedurfd heeft.” Ik zwijg. Noura vraagt waarom ik zo stil ben. Normaal gesproken praat ik over van alles en nog wat. Ik vertel dat ik niet weet wat ik moet zeggen en stel haar nogmaals wat vragen over de ontsnapping. Het enige dat ik weet, is dat ze zo snel mogelijk weg moet uit Syrië.

Genoeg
Ze heeft een foto van dove kinderen in het kamp. Door de harde knallen zijn zij hun gehoor kwijtgeraakt. Plotseling geeft ze er genoeg van. “Holy kebab, kunnen we het over iets anders hebben?” De mukhabarat is duidelijk niet haar favoriete gespreksonderwerp.

“Inderdaad, genoeg over de mukhabarat. Zeg eens: zijn er nog bommen gevallen?” Noura vertelt dat ze in de verte nog steeds kanonschoten hoort. Foto’s maken durft ze niet, omdat ze dan de kans loopt om neergeschoten te worden door sluipschutters. Wel heeft ze een foto van dove kinderen uit het kamp. Door de harde knallen van bommen zijn zij hun gehoor kwijtgeraakt.

Op de achtergrond hoor ik haar moeder luid praten. Noura roept wat terug en vraagt of ik het Arabisch al onder de knie heb. De aanbieding om de taal van haar te leren staat nog steeds. Dat kan gewoon op Viber. Ze belooft om de paar dagen te bellen, zodat ik tevens op de hoogte blijf van haar situatie. Terwijl Noura mij de basisbeginselen van het Arabisch bijbrengt, spookt er één vraag  door mijn hoofd. Hoe kan het dat een Syrische die in de oorlog leeft banger is voor de veiligheidsdienst van haar regering, dan voor de knallen en schoten op straat?

Noura is een vriendin die ik in Koerdisch Irak ontmoet heb. Ze woont in Damascus, Syrië, en probeert daar weg te komen. De sfeerimpressies in het stuk zijn niet tot stand gekomen door aanwezigheid in Syrië. Noura heeft de situatie voor mij beschreven. Sinds de oorlog bellen we elkaar om de paar dagen. Dit verhaal is het vervolg op The Holy Kebab I, II, III, IIII en V.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Brenda Stoter. Volg Brenda ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (5)