1.179
19

beleidsmedewerker maatschappij-opbouw

Remko Berkhout (37) werkt voor een hulporganisatie, schrijft voor de tijdschriften Vice versa en The Broker over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Hij woonde 8 jaar lang in Azië en Afrika en verwondert zich sindsdien dagelijks over de Nederlandse samenleving.

De toekomst van ontwikkelingshulp na de puinhopen van Rutte I

Vanavond  presenteert Joop in samenwerking met Arminius en Wereldpodium een avond over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking (OS).  De discussie komt op een goed moment

Het debat over ontwikkelingshulp zit vast en is verzand in een loopgravenoorlog tussen ‘hoe minder, hoe beter’ en ‘redden wat er te redden valt’. Beide posities zijn niet bevorderlijk voor een goed gesprek. Het gaat er niet om OF er een toekomst is voor ontwikkelingssamenwerking, maar over hoe die toekomst eruit zou kunnen zien.

Drastische bezuinigingen op OS lijken even van de baan, maar de ideologische afrekening heeft, net als in andere sociale sectoren,  veel schade aangericht. In het bezuinigingsgeweld is OS is wisselgeld geworden. En ook na afgelopen zaterdag, vindt meer dan 70% van de Nederlanders  dat er flink wat af kan. Die score is het resultaat van een knap staaltje fact free politics. Welke leugens domineren het debat? En wat zijn de echte vragen?

1.    Het helpt toch niet 
Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs te vinden voor de stelling dat ontwikkelingshulp niet helpt. Zelfs de PVV beaamt dat de sector wordt plat geëvalueerd. Tegenover elk mislukt initiatief kun je een succesverhaal plaatsen. Tegenover elk boek dat de hulp dood verklaart, staan tien analyses die uitleggen waarom er juist meer van nodig is. Critici maken handig gebruik van het feit dat wonderen tot nu nog niet onomstotelijk (lees statistisch) zijn aangetoond. Dat kan ook niet, want hulp is slechts een kleine factor in de sociale processen waarin wordt geïntervenieerd. Dat leidt tot kwetsbaarheid, ook omdat organisaties draagvlak en fondsen werven met leuzen van liefdadigheid en claims die ze niet kunnen waarmaken (stort, en red vandaag nog een mensenleven!). Tja, dan wordt het makkelijk schieten. Voorbeelden van negatieve resultaten worden uitvergroot. Weerwoord vanuit de sector met positieve voorbeelden wordt weggewimpeld als slap bewijs gedreven door institutioneel eigenbelang.  Zie daar de snoeitactiek die op meer linkse hobby’s wordt toegepast.
Feit is, dat Nederland volgens de OECD, lange tijd het meest effectieve OS-beleid ter wereld had en dat ging om resultaten niet alleen om de centen. Die koppositie zijn we overigens sinds een jaar kwijt.

In het verleden behaalde resultaten ontslaan de sector niet van zelfkritiek, en de plicht om nog rigoureuzer te evalueren. Goede intenties zijn geen vrijbrief voor amateurisme zonder verantwoording af te leggen aan de mensen voor wie de hulp bedoeld was. En het kan en moet  beter en op sommige punten anders, zeker in een snel veranderende wereld. Na 50 jaar kan de sector best tegen een stootje, maar dan graag kritiek die op feiten is gebaseerd. Wie niets meer te bieden heeft dan een paar intellectueel failliete Boekestijntjes, of slecht gefundeerde algemeenheden a la Linda Polman, moet of met een beter verhaal komen of oprotten. 

De sector moet uitdragen dat internationale samenwerking in een kwetsbare multipolaire wereld alleen maar belangrijker wordt. Kom maar op met die discussie over de 0,7% norm. Een open land dat ‘slechts’  70 cent van iedere 100 verdiende euro’s investeert in haar export-markten en/of strategische bondgenoten van de toekomst neemt zichzelf nauwelijks serieus. Verdubbeling, niet om de subsidiepot te spekken maar om echt te investeren, ligt meer voor de hand dan verdere verschraling.

2.    OS is wars van hervorming 
Onzin. Er wordt al decennia lang stevig hervormd. Veel kritiek baseert zich op zwart-wit karikaturen uit de oude doos. Zo lopen er in Afrika al decennia lang geen hordes Nederlandse witterikken meer rond, zoals het NRC onlangs nog suggereerde.

Ook staatssecretaris Knapen heeft niet stilgezeten. Hij kwam in een gespreid bedje terecht, met een vers rapport van zijn ‘eigen’ Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid op zijn nachtkastje over de toekomst van de hulp.  ‘Minder pretentie, meer ambitie’ presenteerde een breed gedragen, internationaal geprezen visie op OS. Politici die beweren dat er geen goed verhaal ligt om te verdedigen of uit te werken, zitten te slapen.

Knapen’s beleid mocht niet meer zijn dan een rechtse greep uit vooral de eerste helft van dat verhaal: Minder landen, focus op een beperkt aantal sectoren (zoals water), economische zelfredzaamheid en een grotere rol voor het bedrijfsleven. Daar valt veel over te zeggen, en dat is dan ook gedaan, maar het echte vuurwerk zat in de tweede helft en die is bij het verhogen van de dijken verdwenen.  Dat rapport  moeten we er nog eens bijpakken, want daarin staan verstandige dingen over het Nederlands rol  bij het oplossen van grote mondiale problemen ols klimaat, en de rol en structuur van OS binnen het Nederlands’ buitenlands beleid van de 21e eeuw.

3.    De derde wereld is booming, dus OS is niet meer nodig
Afrikaanse groeicijfers om je vingers bij af te likken, een opkomende middenklasse,  hippe hangouts in hoofdsteden, waar shopping malls en global brands elkaar naar de kroon steken: het idee van het rijke noorden en het arme zuiden is passe. Zoals Ralf Bodelier recent schreef: de  derde wereld verdwijnt, samen met de eerste.

Het is een van de vele perspectieven op  de waarheid. De statistieken over armoede, millenniumdoelen en ongelijkheid liegen niet. Een land als Mozambique groeit al jaren meer dan 5% per jaar, maar daar heeft  de gemiddelde Mozambiquaan weinig aan. Die leeft nog altijd  van minder dan 2 dollar per dag.  De geluksvogels van de globalisering gedijen bij een groeiende globale groep ‘have-nots’, een onhoudbare situatie.

Voor zover er een dominante visie op OS bestaat, lijkt die tegenwoordig vooral te gaan over investeren in groei en zelfredzaamheid.  De armen moeten van het hulpinfuus af en lekker gaan meedraaien in de global assemby line. (Wie riep daar, ‘dat lijkt wel op dat verhaal van die sociale werkplaatsen?’). Nog los van het versleten idee van groei als motor van ontwikkeling, doet die consensus precies waar Marcia Luyten Afrikaanse leiders in haar bijdrage van beschuldigt: het ontkennen van mensen als burgers met overeenkomstige rechten en de verantwoordelijkheid van staten om die rechten te waarborgen.

Uitwassen van armoede komen voort uit een complex web van oorzaken en gevolgen, waarin macht een hoofdrol speelt. Dat wordt te vaak ontkend. De toekomst van OS  moet politieker en ideologischer. Het gaat niet zozeer over democratisering naar westerse snit, maar wel over rechten, herverdeling van welvaart, internationale solidariteit met bewegingen die de macht uitdagen en een internationaal level playing field .  Dat maakt het er niet makkelijker en meetbaarder op, zeker niet nu de BRICS-landen zich ook stevig roeren in de voormalige ex-kolonies.  Over de politieke kant van de zaak hoor je de doe-het-zelvers en OS 2.0- clubs niet vaak. Uitzonderingen daargelaten , gaat het hen kennelijk meer om hip jargon en nieuwe vormen. Laten we lekker gaan crowdfunden en facebooken, maar wel over dat schoolproject dat in de jaren 70 niet zou hebben misstaan.

Wie zich na de puinhopen van 18 maanden Rutte I, wil buigen over de toekomst van de Nederlandse OS, moet zich verdiepen in de wereld achter die dijken. Dan kom je al snel tot de conclusie dat indien OS nog niet bestond, het als instrument van modern buitenlands beleid in een globale polder morgen zou moeten worden uitgevonden. Brazilië, Zuid-Afrika of Uruguay, ooit zelf allemaal hulpontvangers, begrijpen dat en zijn dan ook bezig met het opzetten van hun eigen OS beleid. Daarna ligt de weg open naar een veelvoud van interessante discussies over hoe OS er in de 21e eeuw uit kan zien en wat je vanuit de rijke basis die Nederland al heeft, allemaal zou kunnen doen. Die discussie hoef je niet ‘from scratch’ beginnen. 

In de OS-microkosmos zelf wordt voortdurend stevig gedebatteerd, maar te vaak met de luiken gesloten. Daarbuiten regeren de platitudes. Goede gesprekken die grenzen verleggen en nieuwe verbindingen tot stand brengen zijn hard nodig. Voor minder moeten we het vanavond in Arminius en het vervolg van de discussie niet willen doen.

Geef een reactie

Laatste reacties (19)