2.608
111

Analist internationale politiek, Brussel

Tijdens zijn loopbaan bij de Europese Commissie in Brussel vervulde Willem-Gert Aldershoff diverse functies in de departementen voor Internationale Betrekkingen en Binnenlandse Zaken en Justitie. Sinds enkele jaren werkt hij in Brussel als onafhankelijk adviseur en publicist inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël-Palestina.

De afgelopen maanden verschenen bijdragen van hem in de Israelische krant 'Haaretz' en op het blog 'Open Zion' van Peter Beinart in New York. Daarnaast houdt hij zich bezig met Oekraïne.

De tragische uitholling van de term ‘anti-semitisme’

Het is onmogelijk om een zakelijke gedachtenwisseling over zulk een zwaarwichtig onderwerp te hebben zonder uit te leggen wat men bedoelt

cc foto: jodemanuelerre
cc foto: jodemanuelerre

Onlangs brak er in Groot-Brittannië een discussie over anti-semitisme los. Aanleiding was de uitspraak van de voormalige Londense burgemeester Ken Livingstone dat Hitler het Zionisme had gesteund. In Nederland laait de discussie af en toe ook op. De laatste keer was twee jaar geleden naar aanleiding van reacties op de bloedige aanvallen door het Israëlische leger op Gaza.

Opmerkelijk was dat de deelnemers aan de discussie de term ‘anti-semitisme’ in de mond namen zonder ook maar één keer duidelijk te maken hoe zij die definiëren. Het is echter onmogelijk om een zakelijke gedachtenwisseling over zulk een zwaarwichtig onderwerp te hebben alvorens te expliciteren wat men met ‘anti-semitisme’ bedoelt. Het is niet eenvoudig een eenduidige definitie te geven, want er bestaan vele omschrijvingen.

Definitie
De meeste komen overeen met die van Amerikaanse woordenboek ‘Webster’ en het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken: “vijandigheid tegen of discriminatie van Joden als een religieuze, ethnische of raciale groep, respectievelijk een bepaalde kijk op Joden die kan worden uitgedrukt als haat ten opzichte van Joden.” Centrale elementen in de meeste definities lijken inderdaad te zijn ‘gevoelens van afkeer of haat tegenover Joden omdat het Joden zijn’.

Al vele jaren bekritiseert nagenoeg de hele wereld Israël vanwege haar beleid ten aanzien van de Palestijnen. Dat is kritiek op de Israëlische regering die dat beleid voert, evenals op de Joden in Israel en daarbuiten die dat beleid steunen. Zij komt niet voort uit een fundamentele haat tegen Joden in het algemeen.

Zulke Israel-kritiek is vergelijkbaar met de kritiek die grote delen van de wereld in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw hadden op Amerika’s militaire optreden in Vietnam en op het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Betekende dat dat de demonstranten diep in hun wezen ‘de Amerikanen’ haatten, dat ze fundamenteel de (‘blanke’) Zuid-Afrikanen verafschuwden?

Neen, de kritiek richtte zich op de Amerikaanse en Zuid-Afrikaanse politieke klasse die dit beleid voerde en op die landgenoten die dit beleid actief steunden. Toen de Vietnam-oorlog voorbij was en toen Nelson Mandela het roer in Zuid Afrika had overgenomen verstomde de kritiek. Er zijn ook recentere voorbeelden dichter bij huis. Vladimir Putin en zijn kliek worden scherp veroordeeld vanwege Rusland’s agressieve buitenlandse beleid. Zijn die criticasters daarom fundamenteel anti-Russisch zijn?


Kritiek
Het onderscheid tussen ‘kritiek op de regering van Israël ‘ en ‘kritiek op (of haat tegen) Joden omdat ze Joods zijn’ is uiterst helder, er is logisch geen speld tussen te krijgen. Nationalistisch-Joodse kringen zijn daarom de definitie van anti-semitisme gaan verruimen. Steeds vaker spreken ze van een ‘nieuw’ anti-semitisme dat zou worden uitgedragen door kritiek op Israel. Ook hier is de discussie vaak verwarrend omdat er geen eenduidige definitie van een zgn ‘nieuw’ anti-semitisme bestaat. Doorgaans wordt er gedoeld op zware kritiek op Israël (‘demonisering’ ) waarbij dubbele standaarden worden aangehouden, d.w.z. dat men aan Israel strengere morele eisen zou stellen dan aan andere landen.

Europa en de VS behandelen Israel inderdaad anders dan aan andere landen: zij pakken het met fluwelen handschoenen aan. Tegen een hele rits van landen zijn maatregelen van kracht vanwege schendingen van het internationaal recht, inclusief Rusland. Tegen Israel echter, dat het internationaal recht vaak veel grover schendt, is nog nooit enige maatregel ingesteld.

Gelukkig zijn er ook Joodse intellectuelen die de absurditeit van de verruimde anti-semitisme definitie verwerpen. Zo benadrukt de Britse filosoof Brian Klug (Oxford University) dat de huidige vijandigheid ten opzichte van Joden voortkomt uit het Israelisch-Palestijns conflict, niet uit ‘aloude Europese fantasiëen’: Israël werpt zich op als de staat van ‘het Joodse volk’ en vele Joden voelen zich om die reden met Israel verbonden, waardoor kritiek opIsraël, met zijn nu eenmaal Joodse regering, gemakkelijk overgaat in kritiek op Joden in het algemeen.

Volgens Professor Steven Zipperstein (Stanford University) kan de mening dat Israël verantwoordelijk is voor het Israelisch-Arabisch conflict heel wel worden gezien als de mening van een ‘redelijk geïnformeerd, progressief fatsoenlijk persoon’. De Amerikaanse politicoloog Norman Finkelstein schrijft al jaren dat pro-Israëlische Joods-Amerikaanse organisaties met beschuldigingen van anti-semitisme komen niet om anti-semitisme te bestrijden, maar om ‘het historisch lijden van Joden te misbruiken om Israël immuun te maken tegen kritiek’.

Argumenten
Verdedigers van Israël ontkennen volgens hem de causale relatie tussen Israëlisch beleid en vijandigheid tegenover Joden omdat, indien Israël ’s beleid en brede Joodse steun daarvoor vijandigheid tegenover Joden oproepen, dat betekent dat Israël en zijn Joodse supporters zelf anti-Semitisme veroorzaken. Volgens Finkelstein kan dat heel wel het geval zijn omdat Israël in het conflict met Palestina nu eenmaal fout zit.

Het is inderdaad een makkelijke en onzuivere manier van argumenteren om mensen te beschuldigen van ‘anti-semitisme’ door hun oprechte beweegredenen in twijfel te trekken en niet op de inhoud van hun argumenten in te gaan. Zo kunnen mensen van alles en nog wat beschuldigd worden zonder dat er bewijzen hoeven te worden aangedragen.

Een Nederlands voorbeeld is dat van de Joodse psychiater Herman van Praag. Hij probeerde enkele jaren geleden in een boek uit te leggen dat, wat hij noemt ‘rabiate’, kritiek op Israël in wezen altijd voortkomt uit een diepgewortelde, blijkbaar vaak verborgen, ‘Jodenhaat.’ Tsja….

Nationalistische Joden maken het zich ook makkelijk bij scherpe Israël-kritiek uit Joodse hoek. Die personen krijgen dan het etiket ‘zichzelf hatende Joden’ opgeplakt (‘self-hating Jews’), waardoor de indruk wordt gewekt dat er met hen psychisch iets mis is.

Het is onbegrijpelijk dat de Israëlische regering en Joden binnen en buiten Israël die haar steunen zestig jaar na het uitroepen van de staat Israël nog steeds balken in de ogen van hun critici zien en slechts splinters, of niet eens, in hun eigen ogen. Dit ondanks de vele resoluties van de VN Veiligheidsraad, de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, de duizenden rapporten van Israëlische NGOs en de talloze analyses van gerespecteerde internationale mensenrechtenorganisaties.

cc foto:

Geef een reactie

Laatste reacties (111)