465
16

Journalist

Chris Klomp is sinds april 2002 rechtbankverslaggever/journalist en werkt voor RTV Noord, Dagblad van het Noorden en RTV Drenthe

De trillende agent

Het moet afgelopen zijn met geweld tegen de politie. Meent de politie. Agenten krijgen opdracht aangifte te doen van elk incident. Maar waar ligt de grens?

Het moet maar eens afgelopen zijn met het geweld tegen de politie. Meent de politie. Agenten krijgen opdracht aangifte te doen van bijna elk incident. Als het kan met schadevergoeding. Genoeg is genoeg. Maar waar ligt eigenlijk de grens?

Op 5 december 2009 stormt grote Rob uit een plaatsje in Oost-Groningen de kroeg uit. Hij is geslagen, dronken en boos. Honderdtwintig kilo verontwaardiging. Bloed op het gezicht.

De boosheid van de dronken man slaat om in pure woede als de politie hem mee wil nemen en niet de man die in zijn ogen de oorzaak is van alle ellende. Een flinke dosis pepperspray, een diensthond en een hoop gevloek later zit grote Rob op het politiebureau.

De twee agenten die hem hebben aangehouden schrijven later in een proces-verbaal dat ze bang waren voor grote Rob. Bang voor zijn belofte dat hij ze een kogel door de kop zou schieten. En bang dat hij ze later wel op zou komen zoeken.

Een van de agenten zet zijn angst als volgt op papier:

Mijn spieren spanden zich toen ik door kreeg dat hij met me wilde vechten. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik pas met mijn postuur wel twee keer in hem. Ik stond te trillen op mijn benen. Dit had ik nog nooit meegemaakt.”

De agent is  zo bang geweest dat hij aan de rechter een schadevergoeding vraagt van Rob. Voor geleden emotionele schade. Een bedrag van 260 euro.

Rob zelf is de beroerdste niet. Hij verklaart tegenover de rechter dat hij dom is geweest. Dronkemanspraat. En dat hij daar maar voor moet bloeden. Rob accepteert zijn straf.

Die straf krijgt hij. Een werkstraf van zestig uur. De rechter gaat echter niet akkoord met de ingediende schadevergoeding van 260 euro. De aangifte van de agent kwam pas na een week binnen. En in die week had Rob zijn excuses al aangeboden en bovendien zijn boosheid voorzien van een uitleg.

De rechter sprak zich niet uit over de manier waarop de agent zijn angst onder woorden had gebracht.

Ik wist niet wat ik moest doen. Dit had ik niet eerder meegemaakt” 

Waar begint eigenlijk het beroepsrisico?

En waar ligt het einde?

Geef een reactie

Laatste reacties (16)