1.150
15

Freelance journalist/fotograaf

Peter Edel (1959) is freelance journalist/fotograaf en woont in Istanbul. Zijn artikelen en foto's zijn onder andere verschenen in de Engelstalige Turkse krant TodaysZaman. Ook is Peter Edel schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012).

De Turkse zomer

Als ik nu een voorspelling moet doen, zou ik zeggen: Abdullah Gül wordt premier van Turkije in 2015

Een wijk in Istanbul op een uurtje rijden van Taksimplein, de kraamkamer van de woede die over Turkije raast. Exact negen uur in de avond. Op balkons wordt met lepels op metalen pannen geslagen. Licht in woonkamers gaat aan en uit. In de verte klinken claxons. Het doet denken aan 1996, toen het Turkse publiek zich bewust werd van de verstrengeling tussen politiek, veiligheidsdiensten en maffia.

De omstandigheden zijn nu uiteraard heel anders, maar sindsdien hebben de Turken niet zo massaal meer uiting gegeven aan hun ongenoegen.

Op het Taksimplein breek je zowat je nek over Nederlandse correspondenten. Ik laat de directe verslaggeving graag aan hen over en beperk me tot het belichten van een aantal punten die volgens mij aandacht behoeven.

Al ruim een week protest in Turkije. Honderden demonstranten gearresteerd, ruim 1000 gewonden en berichten over een of meerdere doden. Dat het de laatste dagen in 48 van de 81 Turkse steden raak was, bevestigt de indruk dat het om veel meer gaat dan alleen een winkelcentrum op het Taksimplein. Er wordt om tal van redenen geprotesteerd tegen premier Erdogan. Met als verbindende factor de afkeer van zijn dictatoriale neigingen en zijn bijna spreekwoordelijke arrogantie.

Provocatie

Erdogan verschuilt zich achter imposante cijfers. Hij zegt een half miljoen medestanders naar Taksim te kunnen laten komen. Dat moet indruk maken, maar hij gaat voorbij aan het verschil tussen spontane demonstraties en een AKP-aanhang die zich gedwee als schapen laat optrommelen.

Rationaliteit is ver te zoeken bij Erdogan. Op vrijdag bood een rechter hem een uitweg door het bouwproject op Taksim voorlopig op te schorten. Als hij zich daarbij had aangesloten was het mogelijk iets rustiger geworden. Iedere verstandige politicus zou  daarop hebben gegokt. Erdogan niet. Die gooide extra olie op het vuur door de bouw van een moskee op Taksim aan te kondigen. Een moskee tegenover het meest belangrijke monument voor Mustafa Kemal Atatürk, de stichter van Turkije én de grondlegger van het Turkse secularisme. Als je de miljoenen seculiere Turken op de kast wilt hebben moet je een moskee op die plaats in het vooruitzicht stellen. En dat dan uitgerekend op dit moment. 

Erdogan laat geen kans voorbijgaan om zijn tegenstanders te provoceren. Verleden week merkte hij nog op dat ‘de wet geschreven is door een zuiplap’. Daarmee doelde hij duidelijk op Atatürk. Iedereen in Turkije weet dat Atatürk een drankprobleem had, maar tegelijkertijd is de nagedachtenis aan de stichter van de Republiek voor velen essentieel. Is het de taak van een premier om een groot deel van de natie tegen de schenen te schoppen?

Erdogan weet ook niet meer wie hij de schuld moet geven. De demonstranten worden door ideologieën gedreven, twitter en andere sociale media hadden het gedaan en volgens de laatste berichten richt hij ook een verwijt aan ‘het buitenland’, al is hij daarbij (nog) niet specifiek. Het zou me echter niet verbazen wanneer Assad in Syrië het wederom op zijn brood krijgt. In ieder geval doet Erdogan hard zijn best om de overduidelijke indruk te omzeilen dat de demonstranten spontaan in actie zijn gekomen tegen zijn beleid.

Voorlopig is Erdogan vier dagen in Marokko. Geloof het of niet. Het land is in rep en roer en wat doet de premier? Die wipt er even tussenuit naar het buitenland. Zou in andere landen ondenkbaar zijn. Maar goed, in andere landen zou een regering die wist van een op handen zijnde aanslag en daar niets tegen ondernam al lang ontslag hebben genomen. Wie de ontwikkelingen rond de aanslag in Reyhanli gevolgd heeft weet wat ik bedoel.

1960

De situatie van het moment doet enigszins aan 1960 denken, toen het beleid van premier Adnan Menderes tot demonstraties in de steden leidde. Zoals Erdogan nu, liet Menderes het protest erg hard onderdrukken. De militairen gaven daarop gevolg aan de oproep van studenten en intellectuelen om in te grijpen, met de staatsgreep van 1960 als gevolg. Uiteraard zijn staatsgrepen vanuit democratische grondbeginselen not done, maar toch ben ik ervan overtuigd dat het ingrijpen door de militairen heel anders de geschiedenis in was gegaan wanneer zij niet de historische fout hadden begaan om Menderes en twee van zijn ministers op te knopen.

Gisteren zag ik een spandoek waarmee de militairen wederom werden opgeroepen om orde op zaken te stellen. Opvallend zijn verder berichten over militairen die gasmaskers uitdelen aan demonstranten. De kans op een herhaling van 1960 is echter gering. Het tijdperk van de staatsgrepen in Turkije is voorbij. De militairen die bereid zouden zijn om naar de protesten te luisteren hebben een slechte band met de VS. En de geschiedenis leert nu eenmaal dat staatsgrepen in Turkije alleen mogelijk zijn wanneer ze op zijn minst wordt gedoogd door Washington. Bovendien zit een groot deel van de ‘linkse’ militairen in de gevangenis. Uit voorzorgsmaatregel van Erdogan, zou je nu geneigd zijn te denken, al is er vrijwel geen bewijs dat zij voorafgaand aan hun arrestatie erg concrete plannen hadden om iets te ondernemen.  

Aan de andere kant moet Erdogan zich geen illusies maken dat de strijdkrachten hem zullen steunen waneer hij op een of andere reden geen beroep meer kan doen op de politie. Dat zal hem verontrusten, want er zijn omstandigheden denkbaar waarin de politie het vertikt om verder nog uit zijn naam misdaden tegen de bevolking te plegen. Komt nog bij dat Erdogans invloedrijke opponent, de in de VS woonachtige imam Fethullah Gülen, een dikke vinger in de pap heeft binnen de politie.        

Turkse lente

Sommige columnisten noemen de opstand aarzelend de Turkse lente, als variant van de opstand in Arabische landen de afgelopen jaren. De meedogenloze wijze waarop Erdogan tracht de opstand neer te slaan doet daar inderdaad aan denken. Maar er zijn ook verschillen. In Egypte en Libië ging het om een opstand tegen een seculier autocratisch bewind dat voor een belangrijk deel werd gesteund door het religieuze  deel van de bevolking. Hetzelfde gebeurt nu in Syrië.

Een op de tegenstelling tussen seculier en religieus gebaseerde machtsovername maakte Turkije al in 2002 mee. Met dien verstande dat de Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) toen via de stembus aan de macht kwam, omdat Turkije nu eenmaal een (soort) democratie is met een meerpartijenstelsel. Toch lijkt Turkije zijn lente daarmee al gehad te hebben en is het nu in een volgende fase beland. Het is daarom wellicht beter om de huidige seculiere druk op het religieuze bestuur als de ‘Turkse zomer’ te omschrijven.

Abdullah Gül

Een ander verschil met de Arabische lente is dat het onwaarschijnlijk is dat Turkije binnen onafzienbare tijd een nieuw politiek establishment krijgt. Zoals ik eerder al schreef verschuilt Erdogan zich achter getallen. Hij beroept zich op meer dan 50% van de stemmen bij de laatste verkiezingen. Daarmee is de kous voor hem af en de onderdrukking van de opstand gerechtvaardigd. In zijn interpretatie van democratie geldt nu eenmaal de dwang van de meerderheid en heeft de minderheid, ook al omvat die vele miljoenen, het nakijken.

Zijn reactie op de opstand zal in electoraal opzicht weinig consequenties hebben. Na de aanslag in Reyhanli leidde de kritiek op Erdogans Syrië-beleid in de peilingen tot een stemmenverlies van slechts 1,5%. Er is nu eenmaal het koele feit dat Erdogan zich veel kan permitteren in de ogen van zijn enorm vergevingsgezinde en makke achterban. Wat tegenstanders arrogantie noemen, heet daar charisma. Alleen een foto van Erdogan met drie Russische hoeren, een fles raki en een varkenskarbonade zou misschien iets veranderen, al praat hij zich daar misschien zelfs nog uit. 

Erdogans probleem zit met name binnen de AKP. In de persoon van partijgenoot en president Abdullah Gül. Die kent een meer rationele benadering dan Erdogan en dat legt hem zeker geen windeieren. Gül scoorde dan ook toen hij de politie afgelopen vrijdag opriep zich terug te trekken van het Taksim-plein. Zijn verklaring kort na het vertrek van Erdogan naar Marokko dat ‘democratie verder gaat dan alleen verkiezingen’ maakte ook veel indruk. Daarnaast was er zijn oproep aan de partijen om zich te matigen. Was duidelijk ook aan Erdogan gericht.

Gül maakt op deze manier grote kans om volgend jaar tot president herverkozen te worden. Of in 2015 tot premier. Erdogan maakt daar in ieder geval geen kans op, aangezien de statuten van de AKP slechts drie premierschappen toestaan. Om zijn macht te behouden heeft Erdogan zijn zin gezet op een presidentschap binnen een nieuwe grondwet, waardoor hij erg machtig zou worden. Gezien de verschuiving binnen de AKP in het voordeel van Gül zit een dergelijke constitutionele machtsgreep er echter steeds minder in. Nee, als ik op dit moment een voorspelling moet doen zou ik zeggen: Abdullah Gül wordt premier van Turkije in 2015.

 

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012).

 

Volg Peter Edel ook op Twitter


Laatste publicatie van PeterEdel

  • De diepte van de Bosporus

    een politieke biografie van Turkije

    2012


Geef een reactie

Laatste reacties (15)