2.710
37

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

De utopie van ‘zorg voor elkaar’

Mantelzorg? Iedereen moet toch werken voor zijn brood

Staatssecretaris Martin van Rijn zou ongetwijfeld waarderend hebben geglimlacht als hij wist hoe mijn grootmoeder aan haar eind is gekomen. Niet zo lang na de plotselinge dood van haar man, openbaarde zich borstkanker. Ze hield dat voor zich zodat het al veel te laat was toen zij de ziekte niet langer verborgen kon houden. Als zij wel onmiddellijk naar de dokter was gegaan, had het trouwens weinig uitgemaakt, want dit alles speelde zich zo rond 1963 af.

Mijn ouders sleepten hun tweepersoonsbed naar de voorkamer. Zij haalden oma in huis en zij kreeg de achterkamer, waar zoals in alle woningwetwoningflatjes van onze stad, de ouders sliepen. Enkele maanden rook het in huis naar verrotting en eau de cologne, waardoor ik eau de cologne nog steeds met dood en bederf associeer. Tenslotte begon zij te kreunen. Op een zaterdagmiddag kreeg ik geld om samen met mijn broertje naar de bioscoop te gaan. Wij zagen een film van de Dikke en de Dunne. Ik weet niet meer welke. Toen wij weer thuiskwamen, was oma overleden.

Dit is het voorland dat staatssecretaris Van Rijn ons schetst: de kinderen doen wat zij kunnen. Zo hoort het en het is allemaal veel menselijker dan de koude en rationele zorg die de staat biedt, zo die er nog geld voor heeft. Daarbij vergeet hij één wezenlijk element.
“Wij” haalden onze doodzieke oma helemaal niet in huis. Moeder deed dat en zij nam ook honderd procent van de mantelzorg op zich, want zij was huisvrouw. Elke ochtend ging mijn vader op zijn fietsje naar de zaak, terwijl mijn broertje en ik ons klaarmaakten voor een schooldag. De regering had nog net geen vrije loonvorming toegestaan en bepaalde de financiële bandbreedte waarin de salarissen zich mochten bewegen. Daarbij ging men ervan uit dat de werkende vader met zijn inkomen een gezin van het nodige kon voorzien. Na het huwelijk bleef de vrouw thuis. Dat hoorde zo.

Tegenwoordig hoort dat niet meer zo. Dezelfde overheid die kinderen een zorgplicht voor hun ouders wil opleggen, kijkt met fronsend gezicht naar alleenverdieners: niet alleen de man maar ook de vrouw dient te werken in een gezin. En als dan blijkt dat laatstgenoemde de voorkeur geeft aan een deeltijdbaan, dan gaan in Den Haag allerwegen de bestraffende vingertjes omhoog.

De meeste vrouwen – zeker in de jongere generaties – kunnen trouwens niet meer thuis blijven, zelfs al zij het willen. De huur of de hypotheeklasten voor een redelijke woning zijn met één salaris niet meer op te brengen, zeker als je in aanmerking neemt dat de overige vaste lasten ook een stijgende tendens vertonen.  Nú zou mijn moeder een baan gehad hebben en net als mijn vader ’s ochtends de deur zijn uitgegaan. Ontslag nemen om voor oma te zorgen zou de financiële ondergang van het gezin betekend hebben.

Ook hadden ouden van dagen in die tijd geen veertig jaar AWBZ-premie betaald, maar dat argument zal ik terzijde leggen want het wordt door de hoge dames en heren in Den Haag toch weggelachen. Nergens leest men iets over een financiële compensatie voor wie tijdelijk zijn baan op moet geven in het kader van ziekenzorg, noch over een verplichting voor werkgevers om zulke mensen later weer terug te nemen. Dat zou trouwens een absurde en contraproductieve maatregel zijn, waarmee het maatschappelijk zo verantwoordelijk ondernemersdom in Nederland alleen maar extra argumenten in handen zou krijgen om helemaal niemand nog een vaste baan te geven of werkelijk geen enkele veertiger of vijftiger met bejaarde ouders nog aan te nemen.

Wie gewoon moet werken voor zijn brood en – zoals mijn vader het destijds formuleerde –  in de maatschappij gesodemieterd is, wéét dat.  Staatssecretaris van Rijn, die carrière maakte in de Haagse cocon – als topambtenaar en rijkelijk verdienend pensioenbestuurder – heeft er weinig idee van en verschijnt fris geschoren in Buitenhof om zijn utopie van zorg voor elkaar te schetsen.

Daarom zullen zoveel mensen woensdag de stembus mijden. Waarom zouden zij bijdragen aan een systeem dat als het erop aankomt alleen maar moeilijkheden veroorzaakt? Dat is geen goed nieuws voor de democratie, maar als je de oorzaak zoekt, ga dan eens kijken naar de kwaliteit van het bestuur in plaats van naar de geestelijke luiheid van de burger, die niet de moeite zou nemen om te gaan stemmen maar wel klaagt.

Beluister deze opiniebijdrage hier

Bekijk hier de uitzending van Buitenhof met Martin van Rijn


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (37)