1.036
10

Hoogleraar Filosofie

Michiel Korthals, Hoogleraar Filosofie, Gastronomic Sciences, Bra (Italië) en em hoogleraar Filosofie Wageningen Universiteit

De valse tegenstelling tussen technologie en ecologie

Met de natuur meebewegen of de natuur onderwerpen? Of is er nog een andere mogelijkheid?

cc-foto: IBM Research

Willen we grootschalige kernenergiecentrales of lokale windmolens en zonnepanelen? Willen we dat Nederland duurzaam vlees in megastallen produceert voor de wereldmarkt of dat ieder land zichzelf voedt? Willen we genetisch-chemische landbouw of biologisch-agroecologische landbouw? Willen we kweekvlees uit het lab of vegaburgers van soja en lupine?

Deze tweedeling lijkt op dit moment in de Nederlandse discussie over energie en landbouw en voedsel een grote rol te spelen. De indruk is dat we maar twee mogelijkheden hebben. De eerste is: de natuur krachtig naar onze handzetten en zoveel mogelijk uitschakelen. De tweede is onze ambities rigoureus inperken en met de natuur meebewegen.

Deze tweedeling lijkt samen te vallen met een aantal andere tweedelingen, zoals die van individuele vrijheid versus collectief leven. Moeten we onze vrijheid om te consumeren en vliegen inperken en ons heil zoeken in kleine gemeenschappen, of juist de individuele vrijheid vieren van onbeperkt reizen, eten en gebruiken? Moeten we ons laten leiden door ecologie of door chemie, genetica en fysica?

Klopt de tweedeling tussen innoveren en besparen?
Aanstichter voor deze tweedeling is het uitstekende boek van Charles Mann, De Tovenaar en de Profeet</i (uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2018). Moeten we tovenaar of profeet willen zijn? De profeet wil dat mensen zich aanpassen aan de draagkracht van de aarde en de tovenaar wil innoveren, zo lijkt het althans. Met betrekking tot landbouw, energie, drinkwater en klimaatverandering zijn volgens Mann de profeten respectievelijk de tovenaars aan het werk.

Mann meent dat een flink aantal andere tegenstellingen direct met deze tegenstelling tussen innoveren en besparen (bewaren) samenvallen. De tovenaars zijn voor de vrije markt, de profeten voor kleine gemeenschappen, de tovenaars zijn voor grootschalig, de profeten voor kleinschalig, de tovenaars voor chemie en biologie, de profeten voor ecologie. De tovenaars hangen Norman Borlaug, de vader van de groene revolutie aan, de profeten William Vogt, grondlegger van de milieubeweging.

Op de achterflap van de Nederlandse vertaling staat dat de Borlaugs ‘vernieuwen’ willen. “Alleen zo winnen we allemaal”. De Vogt-mensen roepen: “Bespaar. Zo niet dan verliest iedereen”. Niets dan goeds over de Nederlandse vertaling, maar dit is toch eenzijdig.

Ik meen dat Mann hier twee grote denkfouten maakt. In de eerste plaats klopt de tweedeling tussen innoveren en besparen niet. In de tweede plaats zijn de andere tweedelingen niet fundamenteel verbonden met deze eerste tweedeling. Mann onderschat ten zeerste de complexiteit van deze verschillende waarden. De wereld valt niet keurig te verdelen in twee door een kloof gescheiden helften.

Ten eerste, op talloze plaatsen laat Mann zien dat de Vogts wel degelijk innoveren, en dat de Borlaugs ook willen bewaren (bijvoorbeeld het huidige klimaat). Het gaat dus niet om innoveren perse, of om bewaren perse, maar om in welke richting innoveren en wat bewaren. Maar ten tweede, de tegenstelling tussen besparen, het ascetische scenario, en vernieuwen, zodat we door kunnen gaan met consumeren, klopt simpelweg niet. Want de profeten vernieuwen en de tovenaars willen dat we anders consumeren (minder vlees eten).

Ten derde, de botsing tussen de waarden vrijheid van de markt en individu en die van gemeenschap klopt ook niet. Zo zou de oplossing van de tovenaar in tegenstelling tot die van de profeet inhouden om mensen gewoon hun vrijheid te laten houden en hun leven te blijven volgen, met consumptie en veel kinderen. Maar de oplossingen van de tovenaars interveniëren wel degelijk in de vrijheid van mensen en dwingen tot gedragsverandering. De boeren moeten van het land, want mechanisering moet de landbouw overnemen. Kernenergiecentrales en andere energiecentrales vragen veel beveiliging en dus voortdurend om controles van burgers. Dammen en stuwmeren eisen verplaatsing van oorspronkelijke bewoners. De steden moeten compact zijn, dus kunnen de burgers en hun kinderen hun behoeften aan groen en rust niet kwijt, etcetera.

De tovenaarsoplossing grijpt net zo goed in de individuele levenssfeer in. Zijn de waarden vrijheid en gemeenschap twee elkaar uitsluitende waarden? Hier is in de filosofie en de politiek een duidelijke mening over. Vrijheid, gelijkheid, broederschap, zo klonk luidkeels tijdens de Franse revolutie en er na. Vrijheid zonder dat anderen vrij zijn is ten slotte onmogelijk. Deze drie waarden zijn een drie-eenheid. Of we nu naar Marx, Rawls, Sen, of Habermas kijken, steeds is vrijheid direct en intrinsiek verbonden met een vrije gemeenschap van gelijken. Wanneer een individu vrij is dan veronderstelt dat het individu door de gemeenschap is opgevoed en basale vaardigheden heeft verworven, maar ook van zijn broeders en zusters respect en erkenning heeft meegekregen.

Welke waarden en wetenschappen zullen de maatschappij bepalen?
Ook wat de bijdragen van de wetenschappen betreft is een eenzijdige keuze, bijvoorbeeld voor chemie en genetica of voor ecologie, niet zinvol. Ook hier dient complexiteit van alle wetenschappen meegenomen te worden. Kan een ecoloog zonder chemie en biologie? Het lijkt me niet. Omgekeerd, in het lab kan je lekker chemische proefjes doen, maar als je in het veld die wil doen, zul je toch al meteen ecologische en andere factoren mee moeten nemen. Dus sommige van de tweedelingen die Mann maakt zijn geen tegendelen. Andere tweedelingen laten veel meer onderscheidingen toe.

De hoofdvraag is niet dat we moeten kiezen tussen wetenschap versus waarden of tussen individuele vrijheid en gemeenschap. Er zijn meer waarden, en er zijn andere, vruchtbare benaderingen. Beide benaderingen gebruiken wetenschappen, ook de profeten. Profeten doen aan ecologie, zaadveredeling en de ontwikkeling van nieuwe gewassen.

Beide benaderingen grijpen diep in in het leven van mensen. De groene revolutie had ook enorme nadelen, die pas op lange termijn duidelijk werden, zoals daar zijn de toename van de kloof tussen arm en rijk, de ecologische kosten en de verarming van het rurale gebied. Borlaug was er totaal niet gevoelig voor dat vooral de economische supermachten en de rijken het meeste voordeel hadden van zijn werk. Hij hield geen rekening met de sociaaleconomische processen waarin zijn werk was ingebed.

Omgekeerd, houden profeten ook van grootscheepse ingrepen, zoals bij erosiebestrijding in de Sahel via grootschalige arbeidsinzet, en in bij klimaatbestrijding via zonnepanelen- en windparken.

Zijn er slechts twee benaderingen?
De twee benaderingen, een high tech, grootschalig en niet rekening houdend met sociale rechtvaardigheid, de ander low en high tech, decentraal, en lokaal, putten de feitelijk bestaande en mogelijke benaderingen niet uit. Er zijn andere benaderingen. Bijvoorbeeld, de participatieve benadering, die naar betrokkenen luistert, zoals de agroecologische en natuurinclusieve landbouwbenaderingen, die zowel high en low tech, decentraal en sociaal rechtvaardig proberen ter zijn. Maar er is ook overlap tussen de twee, bijvoorbeeld met betrekking tot de erkenning van klimaatopwarming.

Puur qua inhoud gezien heeft deze tweedeling geen zin, want in het concrete geval zullen verstandige mensen ergens tussen deze twee polen terecht komen. Feitelijk laten natuurlijk extreme Borlaugs en Vogts zich horen. De Monsantos en ecomodernisten van deze tijd behoren tot het ene extreem; de soil association en Milieudefensie tot de andere. Maar wat we niet moeten vergeten is het verschil van de twee benaderingen met betrekking tot politieke en economische macht.

Macht en geld zitten aan de kant van de Borlaugs; bijvoorbeeld voor granen, suiker en verwerkt voedsel bij economische reuzen als Bayer, PepsiCo, Cargill, Nestlé en Walmart; voor energie bij Shell, Aramco en BP. De Vogts zijn wereldwijd en bij afzonderlijke naties in de minderheid. Het kan wel zijn dat ze veel publicitaire aandacht krijgen, maar in beleidskringen, onderzoek, onderwijs en markten hebben ze nauwelijks invloed. Maar naast deze extremen zijn er juist velen die zich juist niet-dogmatisch met deze hoofdvraag bezighouden: welke waarden en welke wetenschappen zullen ons leiden bij het werken aan de toekomstige, duurzame maatschappij?

Genoemde literatuur is terug te vinden in: Michiel Korthals, Goed Eten. Filosofie van Voeding en Landbouw, Van Tilt, 2018

Laatste publicatie van Michiel Korthals

  • Goed eten

    filosofie van voeding en landbouw

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (10)