14.277
57

Dierethicus

Willem Vermaat is dierethicus en was voorheen docent milieuwetenschappen en milieu- en dierethiek aan de Universiteit Utrecht

De veehouderij is moreel failliet

Het maatschappelijk debat moet gaan over het fundamentelere bestaansrecht van de veehouderij. Niet over een veevoermaatregel.

cc-foto: Pexels

De discussie over de veevoermaatregel en stikstof vernauwt het maatschappelijk debat over de veehouderij. Bert van den Berg van de Dierenbescherming trapt in de val door op die maatregel te focussen, in plaats van voor dieren op te komen (Trouw, 21 juli). Het moet gaan over de oproep van D66’er Tjeerd de Groot: halvering van het aantal veedieren en zelfs over sanering van de veehouderij.

Falend beleid
De stikstofcrisis is een gevolg van jarenlang falend beleid. Al in de jaren 60 van de vorige eeuw ontstonden er melkplassen en boterbergen. De overschotten konden alleen met exportsubsidies op de wereldmarkt gedumpt worden. Uitvindingen als Joris Driepinter en schoolmelk moesten mensen in eigen land meer koemelk laten drinken.

Ondertussen groeiden de milieuproblemen die de veehouderij veroorzaakt: vermesting, verzuring, verdroging en meer. De overheid pakte de problemen onvoldoende bij de bron aan. Er kwam een melkquotum vanuit de Europese Unie, maar een noodzakelijk strengere aanpak om de gehele veehouderij te beperken kwam er niet. De aantallen gehouden varkens en vleeskuikens zijn dan ook enorm toegenomen: van 2 miljoen varkens en 2,4 miljoen vleeskuikens in 1950 tot 12,3 miljoen varkens en ruim 43 miljoen vleeskuikens nu. Het melkquotum werd in 2015 afgeschaft, waardoor ook volop ruimte ontstond voor toename van het aantal koeien.

De belangen van de veehouderijsector worden slechts ogenschijnlijk gediend met een ‘handen-af beleid’. Al snel bleek dat het loslaten van het melkquotum boeren in de problemen bracht: de melkveesector investeerde in groei, maar fosfaatrichtlijnen betekenden dat geplande groei geen doorgang kon vinden.

Dit is toonaangevend voor wat boeren in de problemen brengt. De regels waar ze mee te maken krijgen, zijn maatregelen die wel genomen moeten worden als het al te laat is. Ofwel omdat situaties juridisch niet meer houdbaar zijn, ofwel omdat situaties – vooral wat betreft dierenwelzijnseisen – niet meer voldoen aan de moraal van de samenleving. De regels zijn echter doekjes voor het bloeden van zachte heelmeesters. Boeren krijgen steeds opnieuw te maken met regels, omdat de noodzakelijke grondige aanpak achterwege blijft.

Moreel failliete sector
De veehouderij is een moreel failliete sector. Ze is een van de belangrijkste veroorzakers van klimaatverandering. Het krachtvoer waar de discussie nu over gaat, bestaat vooral uit soja uit Zuid-Amerika waar regenwoud gekapt wordt om dit gewas te verbouwen.

Bovendien: geen rund in de natuur heeft krachtvoer nodig voor een goede gezondheid. In 1950 gaf een gemiddelde melkkoe vierduizend liter melk per jaar. Tegenwoordig is dat meer dan achtduizend liter. Mensen hebben koeien zo gefokt dat ze in de eerste maanden na de geboorte van hun kalf het energieverlies door melkproductie zelfs met krachtvoer niet kunnen compenseren.

Het lijden van koeien en kalfjes is sowieso inherent aan de melkveehouderij. Ze worden van elkaar gescheiden zodra het kalf geboren is. Veel koeien krijgen welzijnsproblemen zoals uierontsteking en klauwproblemen. Hun korte leven eindigt in het slachthuis.

Geld en aandacht
Geld en aandacht gaan desalniettemin nog steeds naar manieren die het bestaan van een failliete sector zo lang mogelijk moeten rekken. Om de overschotten zuivel kwijt te raken, worden nieuwe markten in Azië aangeboord, waar bijna iedereen lactose-intolerant is. Trouw interviewde (24 juli) Dennis Oonincx die onderzoek doet naar koeienvoer met insecten. Dat moet zorgen voor minder stikstofuitstoot. Voor zijn onderzoek krijgt hij subsidie.

Met de veevoermaatregel is de overheid als een arts die tegen een jarenlange kettingroker zegt: voortaan moet je filtersigaretten roken in plaats van shag en ondertussen doen we onderzoek naar gezondere shag. Degene die de nadelige gevolgen van het roken dragen, zijn dieren en het milieu.

Geen complex vraagstuk
De overheid zal haar horizon moeten verbreden. Beleid moet zich richten op het beëindigen van de negatieve gevolgen in plaats van op halve maatregelen, die ook nog eens zo lang mogelijk uitgesteld worden tot er geen ontkomen meer aan is. Daarbij helpt het niet als academici ons zand in de ogen strooien. In NRC Handelsblad (17 juli) schrijven onderzoekers Ingeborg de Wolf en Theun Vellinga van Wageningen University & Research:

“Het veehouderijvraagstuk in Nederland is dus erg complex. Er is geen eenvoudige, algemene oplossing te vinden, waarbij ‘one size fits all’ geldt. Voor een duurzame en gewaardeerde veehouderij moet er aan veel aspecten recht gedaan worden: minder uitstoot van ammoniak en broeikasgassen, betere diergezondheid en dierenwelzijn, meer biodiversiteit, een leefbaar platteland en een toekomstperspectief voor de boer en de voedselketen. Keuze voor verbeteringen op het ene gebied kan zorgen voor verslechtering bij andere aspecten.”

Het probleem is het geloof in een duurzame veehouderij. Duurzame veehouderij bestaat niet. De keuze is: duurzaamheid óf veehouderij.

Een eenvoudige en algemene oplossing is er wel. We hebben de veehouderij niet nodig. We kunnen gelukkig leven met een plantaardig eetpatroon. Een oplossing die aan alle bovenstaande aspecten recht doet, is beleid dat zich richt op het afschaffen van de veehouderij.

Geef een reactie

Laatste reacties (57)