3.409
41

Modejournalist

Aynouk Tan is (mode)journalist, adviseur en art director. Voor musea en kunstinstellingen creëert ze installaties en performances. In haar column 'mode volgens Aynouk Tan' in het NRC Handelsblad hulde ze zich wekelijks in een andere outfit om de historische, artistieke en maatschappelijke betekenis ervan te bespreken. In al haar werk probeert Tan de zeitgeist te duiden. Wat zeggen onze kleren, onze gebruiken en ons gedrag over de tijd waarin we leven? Tan beleeft en beziet de mode, in de breedste zin van het woord.

De verblindende spotlights van de grote homoshow

De schijn van het hysterisch optimisme over homo-emancipatie is verraderlijk

Nederland prijkt al jaren bovenaan allerlei internationale lijstjes als het gaat om LGBT-acceptatie. Wie de televisie aanzet ziet daarvan het levende bewijs: geen programma is compleet zonder een schaterlachende homo. Aynouk Tan kijkt terug op de LGBT-emancipatie (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgende, red.) in Nederland en waarschuwt: de schijn van het hysterisch optimisme is verraderlijk.

Ik wist dat ik (vooral) op vrouwen viel rond 1998. Het was de tijd waarin Renée Couwenberg een mysterieuze, lesbische relatie onderhield met een verpleegkundige in de soap Onderweg naar Morgen. Stiekem zoenen in de bezemkast van het ziekenhuis, dat was hoe een lesbische relatie er eind jaren negentig uitzag. Het was een piepklein verhaallijntje in de serie – niks vergeleken met de tig hetero romances.

Idolaat van homo’s
Dat is 17 jaar na dato wel anders. Niks geen piepkleine verhaallijntjes. Het uitzendprogramma van de Nederlandse televisie is een aaneenschakeling van enorme, roze, kleurige glittermensenmassa’s die wild meedoen met alle schaterlachende homo’s. De kranten volgen die trend. “Wie wil er nu géén gay best friend die met je mee gaat shoppen?” kopte het Parool onlangs nog. Voor de liefhebber zijn er ook nog transgenders. Op TLC nemen Louisa en Rosanna het deze hele week over, maar dat betekent niet dat de invulling veel zal verschillen van de bestaande LGBT-programmering. Het zal ongetwijfeld lachen worden.

Zelden was de Nederlander zo idolaat van homo’s als nu.

Wie zich afvraagt of al die gezelligheid betekent dat de homoseksueel dan inmiddels volledig geëmancipeerd is, kreeg in 2011 nog een positief antwoord. “De homo- emancipatie is voltooid,” vond Henk Krol, de ex-hoofdredacteur van de Gay Krant.

Homo-acceptatie
De statistieken lijken dat statement ook nu nog te ondersteunen: Nederland prijkt al jaren bovenaan allerlei internationale en nationale lijstjes als het gaat om homo-acceptatie. Zo vindt 92 procent van de Nederlanders dat homo’s en lesbiennes vrij moeten zijn om een leven te leiden zoals zij dat willen. In april 2001 was het de Amsterdamse burgemeester Job Cohen die het eerste homohuwelijk ter wereld sloot. In 2014 werd de weigerambtenaar afgeschaft, hetzelfde jaar waarin de transgenderwet het wijzigen van geslachtsregistratie eenvoudiger maakte. 82 procent van ons vindt het geen probleem als er een homoseksuele leerkracht voor de klas staat.

Ter vergelijking: in EU-lidstaat Litouwen wil 85 procent van de inwoners helemaal niets met homoseksualiteit te maken hebben, percentages die in de jaren vijftig ook in Nederland niet ongewoon waren. Het geeft het razendsnelle tempo weer waarin de homo-emancipatie zich heeft voltrokken. Een groep waar 40 jaar geleden nog fluisterend schande van gesproken werd, wordt nu massaal omarmd door de kijkers van RTL 4.

Iedereen verschillend
Eind jaren zeventig hadden radicale actiegroepen als ‘de Rooie Flikkers’ en ‘de Lesbische Beweging’ een heel ander ideaalbeeld. Zij waren juist tégen de integratie en acceptatie van de homo door het grote publiek. Onder de naam ‘potten- en flikkeridentiteit’ weigerden ze zich op wat voor manier dan ook te voegen naar een heteroseksuele norm (denk: trouwen en kinderen krijgen). In plaats daarvan waren ze naar aanleiding van hun seksuele oriëntatie juist op zoek naar een compleet nieuw idee van (seksuele) identiteit. Waarom zijn poly- amore relaties niet de norm? Waarom zijn meerdere ouders geen vanzelfsprekendheid? Waarom kan een man niet elke dag in een minirokje naar zijn werk? En wat nou als je helemaal niet wilt kiezen tussen man of vrouw zijn? Kort samengevat betoogden de potten en flikkers: gelijkwaardigheid betekent juíst dat iedereen verschillend mag zijn.

Begin jaren tachtig maakte de opkomst van HIV/AIDS een tragisch einde aan dit wezenlijke vooruitgangsdenken. Sindsdien hebben de populaire cultuur en de commercie de homo-emancipatie onder haar hoede genomen.

Vervlakt debat
Eerlijk is eerlijk, die beweging heeft grote impact gehad. Maar het heeft het debat rond LGBT-emancipatie ook een stuk vlakker gemaakt. RTL 4 heeft namelijk niet zoveel baat bij een ingewikkeld gesprek over de oorzaken van discriminatie op basis van seksuele voorkeur, nee, het moet vooral leuk en herkenbaar blijven.
In de praktijk uit zich dat in een (media)landschap dat de verschillen tussen mensen zo klein mogelijk wil houden. En zoals wijlen schrijver Gerrit Komrij het zo onomwonden in weekblad de Groene Amsterdammer verwoordde: “Het knuffelen van de eendimensionale nicht komt neer op de censuur van de veelzijdigheid en de veelvormigheid.” Iets dat haaks staat op het ideaal van de radicale homobeweging in de jaren zeventig.

Bekrompenheid
Misschien schijnen de spotlights van de Grote Homo Show wel zo fel in onze ogen dat we blind zijn geworden voor het feit dat we nog niet zo geëmancipeerd zijn als we denken. Dat zelfbeeld van de tolerante Nederlander namelijk, die vriendjes is met alle homo’s, weerhoudt ons van kritische (zelf)reflectie.
Het beste voorbeeld hiervan is nog wel het bezoek van journalist en Midden-Oostendeskundige Mounir Samuel bij de talkshow van Eva Jinek afgelopen juni. Samuel kwam vertellen over haar naamsverandering – ze wilde geen Monique meer heten. Maar of ze man wilde worden, dat wist ze nog niet; ze wilde sowieso niet gelabeld worden, op geen enkele manier. Het zorgde voor grote verwarring bij medegast en presentator Robert Ten Brink. Toen Samuel vertelde dat ze volgend jaar misschien wel terugkwam met een baard, reageerde hij met grijns: “Nou, dat lijkt me geen goed idee.”

Het publiek kon het schaterlachen niet bedwingen. En behalve Samuel had niemand door dat dat harde gelach een grote bekrompenheid onthulde. Na de uitzending reageerde ze: “Het publiek lachte me herhaaldelijk uit, ik mag blijkbaar niet zelf beslissen hoe ik mijn gezicht draag en de online reacties waren vernietigend. […] Ik zat daar als mij en als voorloper van zo velen die zich ook door duizend labels verstikt zich zo slecht gehoord weten.”
Het weglachen van de structurele discriminatie die in ons dagelijks handelen verweven zit, vormt het fundament voor problemen die al tientallen jaren voortslepen. Denk aan de cijfers over homoseksuele seks: zelfs in 2015 blijft 17 procent van de Nederlanders seks tussen mannen walgelijk vinden. 29 procent vindt het aanstootgevend als twee mannen in het openbaar zoenen. Lesbische, homo- en biseksuele jongeren doen al jaren vaker een zelfmoordpoging dan heterojongeren – in 2014 gaat dat om vijf keer zoveel. Oftewel: wie denkt dat het roepen van ‘homo!’ naar die keeper van de voetballende tegenpartij een onschuldig grapje is, heeft het goed mis.
Lachen en huilen lagen zelden zo dicht bij elkaar.

CC foto: upslon

Geef een reactie

Laatste reacties (41)