6.836
58

SP-Fractievoorzitter Europees Parlement

Dennis de Jong (1955) is sinds juli 2009 de fractievoorzitter van de SP in het Europees Parlement. Hij is lid van de commissies interne markt, burgerlijke vrijheden (Justitie en Binnenlandse Zaken) en begrotingscontrole, en vice-Voorzitter van de groep Verenigd Links. Daarnaast houdt hij zich bezig met algemene Europees-politieke onderwerpen en probeert hij de invloed van lobbyisten van grote bedrijven te beteugelen en transparantie in Brussel te vergroten.

Voordat hij Europarlementariër werd, werkte hij o.a. bij het ministerie van Buitenlandse Zaken als adviseur mensenrechten en goed bestuur. In de jaren '90 werkte hij bij de Europese Commissie en daarna bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU, waar hij zich vooral met immigratie en asiel bezighield.

De verschillen tussen SP en PVV over Europa

Grenzen aan het Europese strafrecht, maar niet aan de zijlijn blijven staan

Als het gaat om het Europa standpunt, worden SP en PVV vaak in één adem genoemd. Beide partijen zouden anti-Europees zijn. Voor de SP klopt dit niet.

In mijn rapport voor het Europese Parlement over een EU-benadering met betrekking tot het strafrecht stel ik duidelijke grenzen en bescherm ik nationale tradities. Ik ga daarbij echter wel uit van de realiteit. En die is dat met het Verdrag van Lissabon de Europese Unie versterkte bevoegdheden heeft gekregen op het gebied van het strafrecht. Op mijn rapport diende de PVV een hele berg aan tegenvoorstellen in. Die voegden niets nuttigs toe: de PVV houdt het bij kritiek op het ontstaan van de nieuwe bevoegdheden. Met de rug naar Europa staan en hopen dat het ‘probleem’ vanzelf verdwijnt is typerend voor de houding van PVV-Europarlementariërs. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat in de Justitiecommissie van het EP alle inhoudelijke PVV-amendementen met de grootst mogelijke meerderheid werden verworpen.

De SP deelt veel van de bezwaren tegen te snelle overdracht van bevoegdheden aan Europa. Mensen vrezen in Nederland dat ons abortus- en euthanasiebeleid straks vanuit Brussel worden bepaald, en dat betekent al gauw afgebroken, want  het Nederlandse beleid wijkt af van het Europese gemiddelde. Met mijn rapport dat door een overgrote meerderheid van het Europese Parlement wordt gesteund, stelt het EP nu grenzen: alleen als er aantoonbare, met statistisch materiaal onderbouwde, meerwaarde is van een minimumharmonisatie op Europees niveau, wil het EP voorstellen voor harmonisatie zien. Anders niet. Abortus en euthanasie blijven hiermee dus gewoon nationaal beleid. Hiermee heb ik laten zien dat de SP in het EP constructief kan samenwerken met alle belangrijke politieke groepen en daarmee meer bereikt dan de PVV met haar symboolpolitiek.

Het Verdrag van Lissabon erkent zelf met zoveel woorden dat de Europese Unie respect moet hebben voor de verschillende culturele tradities van de lidstaten: ‘eenheid in verscheidenheid’ is zelfs het motto van de EU. Die beginselen worden in de praktijk echter maar al te gemakkelijk terzijde geschoven: door de regeringsleiders, als er in de media een hype is rondom een bepaalde misdaad, en door de Europese Commissie die nog steeds denkt dat zij van iedere bevoegdheid altijd 100% gebruik moet maken. Een voorbeeld van overhaaste harmonisatie zijn de regels die in de jaren ’90 als gevolg van de zaak Dutroux in België werden overeengekomen om seksueel misbruik van kinderen tegen te gaan. Het gaat hier niet om een bij uitstek grensoverschrijdend delict, maar de toenmalige Belgische minister van Justitie bewoog hemel en aarde om de Europese (minimum)harmonisatie erdoor te krijgen. Hiermee wilde hij daadkrachtig overkomen, hoewel het eigenlijke probleem waartegen de Belgen met hun witte marsen protesteerden, gelegen was in het falende rechtssysteem in België en niet in het ontbreken van Europese regels.

Bij de Brusselse ambtenaren en hun politieke bazen, de Eurocommissarissen, leeft verder nog teveel het idee dat we op ieder terrein waar dat juridisch mogelijk is, ook gelijk Brusselse wetgeving moeten invoeren. In haar mededeling van september 2011 liet de Commissie dan ook bewust alle opties open voor toekomstig Europees strafrecht. Daarin geen heldere criteria waaruit de meerwaarde van Europese wetgeving zou moeten blijken. Integendeel, de Commissie kwam zelfs met het betoog dat zonder Europese regels de misdaad zich verplaatst naar de lidstaten met de laagste strafmaat. Onzin natuurlijk, want feit is echter dat de meeste misdaad niet grensoverschrijdend is en als er al een effect zou zijn, dan moet je ook de pakkans meenemen: een hoge strafmaat heeft geen enkel effect, als er geen crimineel wordt opgepakt. De Commissie kon haar betoog dan ook niet statistisch onderbouwen.

Mijn rapport dat naar verwachting op 22 mei tijdens de plenaire sessie van het EP in Straatsburg zal worden aangenomen, gaat uit van vier criteria waaraan allemaal voldaan moet zijn, voordat we nieuwe Europese regels over het strafrecht aannemen: het moet gaan om ernstige, grensoverschrijdende misdrijven waar geen andere oplossing voorhanden is dan strafrechtelijke maatregelen en de Europese meerwaarde moet aantoonbaar zijn.

Ik heb er vertrouwen in dat we op basis van de uitgangspunten in mijn rapport straks geen lawine aan nieuwe Europese regels krijgen en dat we ons concentreren op misdrijven die daadwerkelijk grensoverschrijdend zijn en waar een Europese benadering nodig is. Denk aan mensenhandel en allerlei financiële criminaliteit. Samen met de Commissie en de Raad wil ik deze regels in een zogeheten inter-institutioneel akkoord vastleggen. Daarmee wordt Europa weer wat menselijker en bereik je op lange termijn meer dan met de volstrekt ineffectieve opstelling van de PVV in dit dossier. Hopelijk ziet de PVV dit nog tijdig in en stemt ook deze politieke beweging op 22 mei uiteindelijk voor. In dat geval zou het EP het rapport met consensus aannemen en hebben we de sterkst mogelijke uitgangspositie voor de onderhandelingen met de Raad en de Commissie.

Geef een reactie

Laatste reacties (58)