10.334
29

Burgemeester van Arnhem

Ahmed Marcouch was tot 2017 Tweede Kamerlid voor de PvdA. Hij volgde het Individueel Technisch Onderwijs (ITO) en de mts. Na de middelbare school werkte hij tien jaar bij de Amsterdamse politie, waarvan de laatste vijf jaar als brigadier. Hij had een baan als leraar maatschappijleer aan het ROC en was procesmanager jeugdbeleid van de Gemeente Amsterdam. In april 2006 werd hij stadsdeelvoorzitter van Slotervaart. In maart 2010 werd hij met twaalfduizend voorkeur stemmen gekozen in de gemeenteraad. Toen hij op 17 juni bovendien gekozen werd als Tweede Kamerlid, moest hij op 8 september 2010 zijn zetel in de gemeenteraad opgeven.
Op 1 september 2017 werd Ahmed Marcouch geïnstalleerd als burgemeester van Arnhem.

De vijand die wij moeten bestrijden heet dehumaniseren

De gifmenger heet superioriteitsgevoel. Het tegengif heet: namen noemen.

Foto: S. Boerhof

De namen van de vijftienhonderd Joodse Arnhemmers die vergast zijn of op andere wijze vernietigd sprongen mij vanochtend in het gezicht, van de pagina’s af uit het boek van Margo Klijn en Willy Wytzes. Ik bladerde er door heen, al half op weg naar de synagoge om mij te mengen in het gezelschap dat naar de herdenking bij het monument loopt. Pagina na pagina, kwamen zij voorbij, de eerste vol A’s, om te beginnen met de familie Van Aalst en verderop ook families uit Berlijn en Duisburg die hun toevlucht in Arnhem zochten tot de overheid de grenzen sloot.

Arnhem heeft honderden Joodse vluchtelingen opgevangen, de burgemeester zocht onderdak voor ze, in de Eusebiuskerk baden de kerkgangers en in de Arnhemse Courant werd opgeroepen te doneren. Ik kijk naar rijen namen en mijn maag krimpt samen. Bij de B staat de familie Bachrach zestien keer onder elkaar, van negen tot 64 jaar en mijn vinger volgt hen van links naar rechts: geboren, wonend in Arnhem en vernietigd in Auschwitz of Sobibor.

Heel mooi is bij de herdenking hoe vanochtend de leerlingen van het Thomas a Kempis College hun adoptie van het monument overdragen aan de leerlingen van het Beekdal Lyceum, met een koffer vol eeuwige stenen.

Herdenken is wat rouwen waardevol maakt, steeds opnieuw blijven nadenken. De methode voor ‘nooit meer’ heet: ‘mensen zien als mensen’, de vijand die wij daartoe bestrijden moeten heet dehumaniseren, van mensen cijfers maken zoals de kampbeulen letterlijk deden toen zij op de armen van hun gevangenen nummers lieten branden.

De ergste vorm van discriminatie, ook anno nu, is daar waar de mensen die gekleineerd en geïsoleerd worden, dat zelf gaan geloven. Dat de nummers, abstracties en vooroordelen onder hun huid kruipen. Dat zij zich verstoppen.

Laten wij er met ons allen voor waken dat dit niet gebeurt. Ik zou er alles voor geven om de verdwenen Joodse gemeenschap terug te halen, maar dat gaat niet meer. Wat we wél kunnen doen is nieuwe gevallen van discriminatie bestrijden met alles wat in ons is, zoals dat barbaarse antisemitische en racistische gebrul in de voetbalstadions.

Waar het vandaan komt? De gifmenger heet superioriteitsgevoel. Het tegengif heet: namen noemen. Mensen zien achter de namen. Het doet pijn, we rouwen, we herdenken samen en tillen het leven op voor anderen en daarmee ook voor onszelf.

Geef een reactie

Laatste reacties (29)